Postkantoor

Omdat ik voor Amnesty International kaarten moest versturen naar het buitenland, ging ik even naar het postkantoor.

Ik neuriede. Actie voeren voor Amnesty International geeft de politiek bewuste burger een warm gevoel, een diep besef van nuttigheid. Hij ziet zijn nobele kaart al op het bureau belanden van zo'n mensenrechten schennende tiran, die naar zijn haren grijpt en bitter mompelt: ,,Weer zo'n klootzak uit Holland waar ligt dat land toch?''

Een gang naar het drukke postkantoor is bovendien voor mij geen straf meer. Ik weet dat daar een grote beloning op me wacht. Er werkt sinds een half jaar een jonge, buitenlandse vrouw die zo stralend van haar leven geniet dat ze als een antidepressivum op mijn gemoed werkt. Ze is matbruin van teint, ze heeft een knap, regelmatig gezicht en ze draagt haar weelderige, zwarte haar tot op haar rug. Haar lippen wijken voortdurend uiteen voor een brede, innemende lach. Ze zegt met haar charmante accent altijd net iets meer dan strikt nodig is en ze zendt je heen met een zeer gemeend: ,,Nog een hele prettige dag'' zelfs al heb je maar één postzegeltje gekocht.

Ik mocht me nu weer bij haar melden om postzegels voor mijn kaarten te kopen. ,,Hoeveel moet er nu op voor het buitenland?'' vroeg ik.

,,Welk buitenland?'' vroeg ze.

,,Colombia'', zei ik.

Ze begon met haar hele lichaam te glunderen. Alsof ze eindelijk een huwelijksaanzoek had gekregen van de man op wie ze haar halve leven had gewacht.

,,Gaat u echt iets naar Colombia sturen?'' vroeg ze, bijna ongelovig.

,,Ja, voor Amnesty International.''

Ze knikte. ,,Ik zou willen dat ik met die kaart kon meevliegen'', zei ze. ,,Colombia is mijn land.''

,,Komt u er nog veel?''

,,Niet vaak. Maar mijn ouders wonen er nog.'' Haar ogen glansden nog steeds van blijheid, hoewel ik haar toch ook aan iets droevigs moest hebben herinnerd. Maar ze was nu eenmaal optimistisch van nature en vastbesloten een nieuw bestaan op te bouwen. Een half jaar eerder had ik gezien hoe ze op een ander postkantoor werd ingewerkt. Ze had de leergierigheid gehad van iemand die beseft dat hij de kans van zijn leven krijgt.

Hoe graag had ik nog even met haar doorgepraat. Over het sujet waaraan mijn kaart gericht was: dr. Armando Estrada Villa, Ministro del Interior, Palacio Echeverry, Carrera 8a, Santafé de Bogotá. Over haar grote landgenote Ingrid Betancourt, de moedige senator die onlangs werd ontvoerd, ongetwijfeld door de drugsmaffia die ze altijd heeft bestreden.

Maar al die treurige zaken zouden haar misschien alleen maar van streek maken. Er waren toch wel leukere onderwerpen te bespreken met een ravissante Colombiaanse? Ik stelde me al voor hoe ze haar balie beslist afsloot en mij naar het zijkantoortje noodde. Na een uurtje waren we er uit: we zouden beiden met die kaart meevliegen.

,,Nog een hele prettige dag'', hoorde ik haar nu zeggen. Ik blijf nog een poosje actief voor Amnesty International.