Overleg over de zaak-Vos

D66, PvdA en GroenLinks in de Tweede Kamer gaan intern overleggen over de manier waarop minister Korthals van justitie vragen heeft beantwoord over de transactie die het openbaar ministerie heeft gesloten met Vos BV, het bedrijf dat betrokken was bij de levering van glycerine die in Haïti ten minste zestig kinderen het leven heeft gekost.

Uit die beantwoording blijkt dat toenmalig onderdirecteur J.H.O. wist dat de geleverde glycerine onzuiver was, maar lichtte daar zijn eigen verkoopfunctionaris niet over in. Toch zag justitie geen reden om de directeur strafrechtelijk te vervolgen. Volgens het Openbaar Ministerie zou de onderdirecteur geen feitelijke leiding hebben gegeven aan ,,het totaal van de verboden gedraging''.

D66-woordvoerder Dittrich noemt het ,,bedroevend'' dat de minister in zijn beantwoording zo weinig doet om de gesloten transactie alsnog ongedaan te maken. ,,Als je verantwoordelijkheden in de bedrijfsvoering maar voldoende spreidt, kun je strafrechtelijke vervolging blijkbaar ontlopen.'' Volgens het PvdA-Kamerlid Van Oven is het ,,moeilijk om een vinger achter het dossier te krijgen. De onderdirecteur heeft met de hem bekende analyseresultaten niets gedaan omdat het zijn verantwoordelijkheid niet zou zijn geweest. Dat is te schuw voor woorden.''

Van Oven heeft ook kritiek op het feit dat het OM de advocaat van de slachtoffers niet op de hoogte heeft gesteld van de transactie. ,,Het wetboek van strafrecht verplicht daar ook niet toe, maar die kennis is voor slachtoffers wel noodzakelijk om een beklagprocedure tegen het transactiebesluit bij het Gerechtshof te starten.''