Lokale partijen geen brokkenmakers

Bij de verkiezingen van vandaag staan lokale partijen tegenover de gevestigde politiek. Ze hebben de reputatie luidruchtig oppositie te voeren. Maar zijn ze geschikt voor het gemeentebestuur?

De gemeenteraadsverkiezingen van 2002 zijn de verkiezingen van de lokale partijen, zoveel is zeker. Vandaag zijn ze met het CDA in een spannende race verwikkeld om de eer wie zich – opgeteld – de grootste politieke stroming mag noemen in de bijna vijfhonderd gemeenteraden van het land. Veiligheid, hét thema in de afgelopen campagne, is al lange tijd hét onderwerp van veel lokale partijen – langer in elk geval dan van PvdA, CDA, D66 of GroenLinks. Last but not least weet Leefbaar Nederland, geworteld in veel lokale partijen, met zijn verloren zoon Pim Fortuyn regelmatig traditionele partijen de stuipen op het lijf te jagen.

Minder zeker is de bijdrage die de 2.400 raadsleden van uiteenlopende partijen als Leiden weer gezellig, Mokum Mobiel, Fris 2000 of De Parel van het Zuiden aan de democratie leveren. Zowel hun rol in het bestuur als die in de oppositie is doelwit van kritiek, en onderwerp van clichévorming, zeggen de Tilburgse bestuurskundigen dr. Marcel Boogers, drs. Vincent van Stipdonk en drs. Rodney Weterings. Schreeuwers in de oppositiebanken, brokkenmakers achter het stuur, zo luiden de etiketten. De drie deden onderzoek naar de juistheid ervan. Daarvoor keken ze naar de prestaties sinds 1990 van de lokale partijen in de 25 gemeenten met meer dan 100.000 inwoners. Hun conclusie: het eerste cliché klopt, het tweede niet.

Boogers: ,,Raadsleden van lokale partijen hebben, ondanks de grote onderlinge verschillen, inderdaad vaak een wat schreeuweriger stijl dan die van landelijke partijen. Met de manier waarop zij de onvrede verwoorden komen ze in de oppositie vaak niet zo ver. Ze slagen er weinig in het college echt in moeilijkheden te brengen. Daar staat tegenover dat ze er vaker op uittrekken, feesten en partijen van verenigingen en organisaties aflopen dan raadsleden van landelijke partijen. Lokale raadsleden hebben de stijl van de ombudsman: ze staan open voor concrete, praktische problemen van de burger. Het raadslid van de landelijke partij heeft de stijl van de partijpoliticus, die zijn programma probeert uit te voeren en vaker dossiers leest.''

Het beeld van de lokale partij als instabiele bestuurderspartij klopt minder, al past de onderzoekers hier enige voorzichtigheid. Immers, in de onderzochte gemeenten kwam het aantal wethouders van lokale partijen (onder meer in Den Bosch, Hilversum, Breda en Utrecht) niet boven de tien, ,,zowel door gebrek aan bestuurlijk kader als omdat de traditionele partijen hun weinig ruimte gaven in de college-onderhandelingen. Eenmaal in het college sneuvelden echter gemiddeld niet meer wethouders dan bij landelijk georganiseerde partijen'', zegt Boogers. [Vervolg LOKALE PARTIJEN: pagina 2]

LOKALE PARTIJEN

'Deze partijen zijn minder lokaal dan zij zelfs geloven'

[Vervolg van pagina 1] Boogers: ,,GroenLinks heeft gemiddeld meer wethouders voortijdig zien vertrekken.'' Bovendien zijn lokale partijen in sommige plaatsen echt al gevestigde bestuurderspartijen geworden die meerdere zittingsperiodes meekunnen, zoals in Landgraaf. In elk geval is het zo dat het beeld van ruzies en splitsingen bij deze partijen niet klopt. Hun leden stappen niet bovengemiddeld vaak eerder op. Ook colleges vallen niet sneller uiteen als hieraan wethouders van lokale partijen deelnemen.''

Uit een inventarisatie van deze krant van voortijdig opgestapte GroenLinks-wethouders bleek onlangs dat zij vaak uitglijden over kwesties met het verkeer, zoals het parkeerbeleid en de aanleg van een tunnel of busbaan.

Hebben bestuurders van lokale partijen ook hun eigen bananenschil?

Boogers: ,,Hun eigen fractie. Dat zag je bijvoorbeeld in Den Bosch waar Rosmalens Belang het aan de stok kreeg met de eigen mensen in de raad. Omdat partijprogramma's minder een rol spelen, en personen des te meer, is de fractiediscipline van lokale partijen over het algemeen wat minder sterk dan die van landelijke partijen.''

Landelijke partijen claimen beter geld naar gemeenten te kunnen sluizen dan lokale partijen, en daarom succesvollere bestuurders te kunnen leveren. Een terechte claim?

,,Nee, het is niet zo dat gemeenten met grote lokale partijen structureel geld mislopen. Wat wel klopt is, dat gemeentebesturen steeds meer verweven zijn geraakt met andere bestuurlijke netwerken zoals provincie en rijk. Dan kan het handig zijn voor gemeentelijke bestuurders van landelijke partijen contacten te hebben met partijvrienden elders.''

Ondanks decentralisering van rijk naar gemeenten in de jaren tachtig van bijvoorbeeld het bijstands- en onderwijsbeleid, willen zulke onderwerpen maar geen issue worden bij lokale verkiezingen. Hoe kan dat?

,,Omdat er niet werkelijk gedecentraliseerd is. Zodra een gemeente een eigenzinnige koers op sociaal of onderwijsterrein tracht te varen, worden er meteen Kamervragen gesteld en grijpt een minister in, of laat twintig monitorinstrumenten los op dat ene beetje gedecentraliseerd beleid.''

Speelt dat lokale partijen in de kaart?

,,Zeker, want bij gebrek aan strijdpunten op zulke grote beleidsonderwerpen zoals onderwijs, worden mede daardoor concrete zaken als veiligheid als vanzelf belangrijker in de campagnes. Juist daarop profileren politici van lokale partijen zich graag.''

Klopt de bewering van diezelfde politici dat zij de opkomst verhogen, omdat ze de gemeente beter kennen en haar problemen beter verwoorden?,,Nee, ze kennen weliswaar de gemeenten beter omdat ze meer op die feesten en partijen komen, maar ze kunnen de problemen in de raad niet beter verwoorden, of in werkbare alternatieven gieten. De opkomst in steden met grote lokale partijen was de afgelopen twaalf jaar ook niet structureel hoger.''

Uit uw onderzoek blijkt dat lokale partijen hun zetels vooral danken aan kiezers die landelijke partijen niet meer zien zitten. Is dat geen onzin? Lokale partijen als Rosmalens Belang zijn toch voortgekomen uit lokale kwesties zoals herindeling?

,,Zeker, maar toch zijn veel van zulke partijen ontstaan uit groot ongenoegen over de manier waarop landelijke partijen met die herindeling omgaan. Denk bijvoorbeeld aan de kritiek die de VVD kreeg toen de liberale senatoren akkoord waren gegaan met de herindeling van Den Haag. Als lokale partijen denken dat ze groeien omdat ze de lokale problemen beter begrijpen, slaan ze de plank behoorlijk mis. Lokale partijen zijn minder lokaal dan ze zelf graag willen geloven.''

verkiezingen: pagina 3