Koningskoppel nam toevlucht tot leugens

Twee voormalige Haarlemse rechercheurs zijn veroordeeld tot voorwaardelijke celstraffen. Zij hebben meineed gepleegd voor de IRT-enquêtecommissie.

De voormalige Haarlemse rechercheurs Klaas Langendoen (46) en Joost van Vondel (47) zijn leugenaars maar ze bedoelen het goed. Ze pleegden in 1995 meineed voor de IRT-enquêtecommissie, omdat ze dachten de misdaadbestrijding daarmee een dienst te bewijzen. Om die reden kan het door de ex-agenten gepleegde ernstige strafbare feit van het ,,welbewust bemantelen van de waarheid'' desondanks worden afgedaan met een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Dat Salomonsoordeel sprak de president van het Haagse gerechtshof, E. von Brücken Fock, gisteren uit na het voorlezen van een arrest dat maar liefst twee uur in beslag nam. Het was het passende slot van een slepende strafzaak die zes jaar geleden begon tegen dit zogeheten Koningskoppel van de Haarlemse criminele inlichtingendienst (CID). Ze werden vervolgd, nadat de voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden, wijlen Maarten van Traa, aangifte deed tegen de rechercheurs, omdat zij in het parlement gelogen hadden over de nogal alternatieve wijze waarop ze de drugshandel in de jaren negentig hadden geprobeerd aan te pakken.

Die aangifte van meineed leidde eerder bij de rechtbank tot een veroordeling van vier maanden voor Langendoen. Van Vondel kreeg zes maanden, omdat hij ook een getuige had bedreigd. In hoger beroep eiste het OM het dubbele van die straffen, maar het hof volstaat met een publieke terechtwijzing. Ze zijn door de ,,psychische belasting'' van het ,,langdurige strafproces'' al genoeg gestraft.

Met valse snorren, pruiken of met een motorhelm op presenteerden Langendoen en Van Vondel zich in 1995 bij de verhoren voor de enquêtecommissie. Ze waren in opspraak geraakt door hun zeer vergaande methodes om criminelen te ontmaskeren. Ze lieten onder andere ten behoeve van het IRT-politieteam criminele infiltranten vergaand infiltreren, importeerden zelf drugs en richtten tot in Ecuador dekmantelbedrijven op om zicht te krijgen op het criminele milieu. Niet zelden werd justitie hierover niet ingelicht.

Bij de enquêtecommissie liepen ze tegen de lamp, omdat ze logen over de betalingen die ze deden aan een in België wonende limonadeproducent, codenaam Sapman. Het liegen was onder andere gebleken uit geheime verklaringen van Sapman aan de commissie.

In hun verdediging hebben de rechercheurs, die zelf niet terugdeinsden voor het gebruikmaken van zeer aparte onderzoeksmethoden, zich steevast beklaagd over de wijze waarop rijksrecherche, enquêtecommissie en openbaar ministerie hun bewijsmateriaal vergaarden. Daar deugde niets van en dus moest justitie niet-ontvankelijk worden verklaard.

Het hof bepaalde gisteren dat er op een ,,enkel smetje na'' niets is gebleken van dubieuze onderzoeksmethoden bij de vervolging van de Haarlemse agenten. Ook de verdachtmakingen van Langendoen en Van Vondel aan het adres van hun voormalige informantenpartner Sapman missen elke grond. Sapman is volgens het hof een consistente en betrouwbare getuige gebleken.

Vooral Langendoen heeft de afgelopen jaren nadrukkelijk een campagne voor rehabilitatie gevoerd. Volgens hem was er sprake van willekeur in het vervolgen van twee agenten.

Heel veel gezagsdragers leden tijdens de enquêteverhoren opeens aan geheugenverlies. En in sommige gevallen bleken gezagsdragers elkaar ronduit tegen te spreken als het ging om bijvoorbeeld het door justitie op de markt brengen van cocaïne. Ex-minister Sorgdrager (Justitie) bijvoorbeeld zei zich hiervan niets te herinneren, toen zij als hoofd van het Haagse ressortsparket op 17 januari 1994 door de toenmalige Haagse hoofdofficier van justitie J. Blok werd geïnformeerd over het in een ``geheim traject'' op de markt brengen van vele kilo's cocaïne. Blok, die bepaald niet als fantast bekend staat, vertelde dit in het openbaar aan de enquêtecommissie.

Het gerechtshof zei gisteren wel enigszins begrip te hebben voor deze klacht. Langendoen en Van Vondel hadden er beter aan gedaan zich destijds te beroepen op hun recht op verschoning. Of ze hadden moeten zwijgen in plaats van de ,,foutieve keuze'' te maken meinedig te verklaren.

Maar het is oneerlijk om twee laaggeplaatste opsporingsambtenaren geheel te laten opdraaien voor de chaos die met name in hun regio bestond. Een arrondissement waar het ontbrak aan sturing en controle van het bevoegd gezag. In die omstandigheden hebben twee rechercheurs doldriest willen scoren in de strijd tegen de misdaad. Toen het misging, hebben ze liegend hun gezicht en dat van hun informanten proberen te redden. In ieder geval is tot nu toe niet gebleken dat het Koningskoppel ,,misdrijven pleegde voor eigen financieel gewin''.

Langendoen en Van Vondel zijn niet tevreden met de uitkomst van de strafzaak. Ze gaan naar de Hoge Raad. De ervaring is evenwel dat de arresten van de strafkamers van Von Brücken Fock – die ook de strafzaak Bouterse behandelde – cassatie-proof zijn. Daarmee lijkt deze kwestie beëindigd.