Het magische wit van Real Madrid

Real Madrid viert vandaag zijn 100-jarig bestaan. Met Figo, Zidane en Raúl willen de Madrilenen weer net als in de jaren vijftig met Di Stéfano, Gento en Puskas een greep naar de macht in Europa doen.

Real Madrid kan vanavond zelf de kroon op het eeuwfeest zetten. Precies honderd jaar na de oprichting mag de koninklijke voetbalclub onder het toeziend oog van koning Juan Carlos en voorzitter Sepp Blatter van de wereldvoetbalfederatie FIFA in het eigen Estadio Santiago Bernabéu aantreden in de finale van de Copa del Rey tegen Deportivo La Coruña. Maar zolang aanvoerder Fernando Hierro de Spaanse beker nog niet in zijn handen heeft, wil Madrid niets van een volksfeest weten.

Aan de vooravond van de bekerfinale is aanvoerder Hierro duidelijk: ,,Winst brengt euforie, verlies is dodelijk.'' Deportivo-trainer Irureta betitelde een eventuele winst van zijn ploeg op voorhand gekscherend als een Maracanazo. Daarmee verwees hij naar de WK-finale die Uruguay in 1950 in het Maracana-stadion in Rio de Janeiro tegen Brazilië won. Braziliaanse supporters pleegden destijds na de nederlaag van hun land ter plekke zelfmoord.

Zover zal het vanavond in het volledig uitverkochte Estadio Santiago Bernabéu waarschijnlijk niet komen, maar mocht Real Madrid onverhoopt de `wedstrijd van de eeuw' verliezen, dan gaat 6 maart 2002 als een zwarte dag de boeken van de rijke clubgeschiedenis in.

Op 6 maart 1902 werd in de Spaanse hoofdstad de Madrid Football Club opgericht. De eerste voorzitter van de club was curieus genoeg een Catalaan: Juan Padrós Rubio. Op aandringen van de Engelse trainer Arthur Johnson koos de club ervoor om in dezelfde kleuren te spelen als de Londense amateurclub Corinthians: wit shirt, witte broek en blauwe sokken. In het kader van het eeuwfeest speelt Real Madrid het hele jaar 2002 in smetteloos witte tenues zonder shirtreclame. Slechts het blauwe merkteken van kledingsponsor Adidas detoneert.

De eerste keer dat de Madrileense voetbalclub een wedstrijd speelde, was in mei 1902 tegen aartsrivaal Barcelona. De drie jaar oudere Catalaanse club won het prestigeduel dat in het teken stond van de festiviteiten rond de kroning van koning Alfonso XIII met 3-1. Dezelfde koning gaf achttien jaar later niet Barcelona, maar Madrid het predikaat `koninklijk'. Op 29 juni werd Real Madrid geboren.

In 1905 won Real Madrid voor de eerste keer de beker van Spanje door Athletic de Bilbao met 1-0 te verslaan. Zeven jaar later nam Real Madrid tegen een huurprijs van circa zes euro per maand een nieuw sportcomplex in gebruik. Het was ook het jaar waarin de jeugdige aanvaller Santiago Bernabéu op zeventiende verjaardag zijn debuut voor de club maakte.

Bernabéu zou niet als speler, maar als bestuurder van de club uitgroeien tot het boegbeeld van Real Madrid. Bernabéu, die van 1943 tot zijn dood in 1978 voorzitter was, liet de club onder zijn leiding uitgroeien van een modale Spaanse middenmoter tot een wereldmacht in het voetbal.

De eerste grote aankoop was in 1930. Doelman Ricardo Zamora werd voor 150.000 pesetas (900 euro) gekocht van Espanyol. Dankzij het geweldige keeperswerk van Zamora werd Real in 1932 voor het eerst kampioen van Spanje.

Vlak na het vijftig jarig jubileum beleefde Real Madrid in 1953/1954 het eerste kampioenschap van Santiago Bernabéu en Alfredo Di Stéfano. De komst van de Argentijnse sterspeler Di Stéfano was voor een groot deel te danken aan de voormalige dictator en Madrid-supporter Franco die voorkwam dat Barcelona Di Stéfano contracteerde. De komst van Di Stéfano luidde een gouden tijdperk in.

Real Madrid won tussen 1956 en 1960 vijf Europa Cups voor landskampioenen op rij. Een prestatie die later geen enkele club heeft kunnen evenaren,laat staan verbeteren. Met name de in 1960 met 7-3 gewonnen finale tegen het Duitse Eintracht Frankfurt in het Schotse Glasgow wordt nog altijd beschouwd als de meest legendarische finale in de geschiedenis van het Europese voetbal. Naast de Di Stéfano speelden die dag grootheden als Gento, de Hongaar Puskas en Santamaria in het altijd schitterende wit van Real Madrid. De droom van Santiago Bernabéu was uitgekomen: Real Madrid was het machtigste voetbalbolwerk ter wereld geworden.

In 1964 scheidden de wegen van Santiago Bernabéu en Di Stéfano zich. De Argentijn legde zwaar beledigd een aanbod van de voorzitter naast zich neer. Deze had `de blonde pijl' voorgesteld om zijn spelersloopbaan te beëindigen voor een plek in de technische staf. Di Stéfano vertrok naar Espanyol en zwoer niet meer terug te keren naar Madrid zolang Santiago Bernabéu aan de macht stond. Di Stéfano hield voet bij stuk. Zonder Di Stéfano won Real Madrid in 1966 nog één keer de Europa Cup voor landskampioenen. Inmiddels is Di Stéfano benoemd tot erevoorzitter van de club. Op 7 mei krijgt hij van de club een eerbetoon.

Het duurde tot halverwege de jaren tachtig totdat Real Madrid onder leiding van de geld verkwistende voorzitter Ramón Mendoza opnieuw een greep naar de macht leek te doen. Het nieuwe dreamteam met spelers als Butragueño, Hugo Sanchez, Michel, Camacho, Gordillo, Santillana en Sanchís werd gezien als de beste ploeg van Europa. De ploeg won in 1985 en in 1986 twee keer het UEFA-Cuptoernooi, maar de zo verlangde `Cup met de grote oren' werd onder leiding van de Nederlandse trainer Beenhakker nooit gewonnen.

Pas aan het einde van de vorige eeuw werd Real Madrid voor het eerst sinds 22 jaar weer tot de kampioen van Europa gekroond. In 1998 werd Juventus in Amsterdam met 1-0 verslagen door een doelpunt van de Joegoslaaf Mijatovic. Twee jaar later mocht Real Madrid zich opnieuw Europa's sterkste ploeg noemen toen Valencia in een Spaanse finale in Parijs werd weggespeeld. Voorzitter Fernando Sanz had de club sportief aan de top gebracht, maar de prijs die de club daarvoor had betaald was zo groot dat Real Madrid met honderden miljoenen euro's schuld aan de rand van de afgrond stond.

Een nieuw gouden tijdperk brak dan ook pas aan toen in 2000 Florentino Pérez verrassend de macht greep in Madrid. Hij maakte direct zijn verkiezingsbelofte waar door de Portugees Figo bij aartsrivaal Barcelona weg te kapen voor een recordbedrag van circa 63 miljoen euro. Bovendien saneerde hij de miljoenenschuld van de club vrijwel in een keer door de grond van het trainingscomplex voor honderden miljoenen aan de gemeente Madrid te verkopen.

De club had afgelopen zomer weer voldoende financiële middelen om opnieuw een wereldster te kopen: de Fransman Zidane. Met de wereldsterren Figo, Zidane, Raúl en Roberto Carlos wonnen los merengues (genoemd naar een wit schuimgebakje) dit jaar de Spaanse supercup. Maar Real Madrid droomt ervan om tijdens el centenario alle hoofdprijzen te veroveren: de Spaanse titel, de nationale beker en de Champions League. Vanavond kan Real Madrid het eerste verjaardagscadeau tegen Deportivo La Coruña verdienen.