FARC trok profijt uit vrije zone

De Colombiaanse guerrillabeweging FARC blijkt de vrije zone waarover ze de afgelopen jaren heeft beschikt, optimaal benut te hebben – voor de aanplant van coca. Met de opbrengst van de cocaïne heeft de FARC zich modern bewapend.

Nu de opmars van het Colombiaanse regeringsleger in voormalig rebellengebied langzaam, maar gestaag vordert, wordt steeds duidelijker hoe hopeloos het vredesoverleg tussen de regering en de Gewapende Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC) feitelijk is geweest.

Inspecties van het gebied, dat de afgelopen drie jaar gedemilitariseerd is geweest in ruil voor het bespreken van vrede, bevestigen de vermoedens waartegen alleen hopeloze optimisten zich hebben uitgesproken; de FARC heeft de door de Colombiaanse regering geboden kansen vooral misbruikt. ,,Zodra het vredesoverleg werd opgezegd, zijn we het gebied binnen getrokken en hebben we 350 hectare opiumvelden ontdekt die daar voorheen niet lagen'', zegt narcoticabestrijder generaal Gustavo Socha.

De betekenis van die ontdekking, ook al is zij vaak voorspeld, is van groot belang. De Colombiaanse president Andres Pastrana maakte ernst van zijn verkiezingsbelofte vrede te bewerkstellingen door meer dan drie jaar geleden de rebellen van de FARC een gebied zo groot als Zwitserland in het zuiden van het land ter beschikking te stellen. Eindelijk zou kunnen worden toegewerkt naar het einde van het conflict, dat nu al 38 jaar voortduurt. Vruchteloze onderhandelingen deden Pastrana vorige maand besluiten tot een wanhoopspoging; hij zegde het bestand op.

Of de FARC ooit heeft overwogen tot serieuze onderhandeling valt te betwisten, maar zeker is dat de verzetsstrijders hun gewapende strijd, ontvoeringen en betrokkenheid in de handel en productie van verdovende middelen nooit hebben opgegeven. En steeds zekerder wordt dat zij daartoe de hun toegezegde zone ten volle hebben benut.

Regeringstroepen hebben inmiddels hectare na hectare aan opium- en cocaplantages in de enclave aangetroffen en zijn begonnen met het doodsproeien van de aanplant. Volgens Socha van de antinarcotica-brigade, was voor 1998, het jaar waarin de enclave werd opgericht, sprake van vijftig hectare opiumvelden. De verzesvoudiging van de aanplant zou enkel en alleen plaats kunnen hebben met instemming van de FARC. En ook de verbouw van cocabladeren voor de productie van cocaïne zou in de afgelopen drie jaar zijn verdubbeld tot 15.000 hectare.

Het gevolg van dat alles is dat de FARC beter is geëquipeerd dan ooit tevoren. De enclave is voor de rebellen een gouden kans gebleken. De handel in drugs of de belasting daarover heeft hun veel geld opgeleverd en de relatieve rust van een bestand is een goede gelegenheid geweest het rebellenleger uit te rusten en voor te bereiden op het conflict dat nu weer in zijn volle omvang is losgebarsten.

Verschillende waarnemers in binnen- en buitenland hebben vastgesteld dat de FARC in minder dan tien jaar tijd is veranderd van een effectieve, maar weinig professionele bundeling van tienduizend manschappen, tot een sterk leger van 18.000 goed geklede, getrainde en bewapende combattanten. De enclave heeft de rebellen veel goeds gedaan en hun slagkracht sterk verbeterd. Colombia kampt nu met een vijand die veel bedreigender is dan zijn ooit is geweest.

De ironie van de kwestie is dat een deel van de verantwoordelijk voor de versterking van het rebellenleger rust op de schouders van de Amerikaanse regering. De bevolking van de Verenigde Staten is de grootste afnemer van de Colombiaanse drugsproduktie. Zeker tachtig procent van alle illegale drugs die in Colombia, het grootste drugsproducerende land ter wereld, worden geproduceerd, verdwijnt naar de VS. En een goed deel van de opbrengst verdwijnt in de zakken van de FARC.

Maar in plaats van het eigen drugsbeleid onder de loep te houden, steekt Washington miljoenen dollars in het Plan Colombia, ter ondersteuning van de Colombiaanse regering bij de bestrijding van de productie van coca en opium.

De Colombiaanse regering heeft inmiddels gevraagd om militaire steun door Washington in de strijd met de FARC. Zij bedient zich daarbij van het gelegenheidsargument dat de FARC ook volgens de Verenigde Staten een terroristische organisatie is die in het kader van de wereldwijde strijd tegen de terreur ook in Colombia bestreden moet worden. De Verenigde Staten hebben dat verzoek aanvankelijk afgewezen, maar inmiddels wordt in Washington serieus gepraat of Colombia niet toch geholpen moet worden.

Het gevaar van verdere escalatie is levensbedreigend aanwezig. De Colombiaanse regering heeft nieuwe rekruten geworven, beschikt over een leger van 150.000 man, een politiemacht van 110.000 man en veel nieuwe wapens, maar de strijd met de FARC lijkt weinig hoopgevend en tot in het oneindige voort te duren.

De Colombiaanse bevolking moet leren leven met oorlog of, zoals uit de woorden van een Colombiaanse journalist blijkt, doet dat allang. In de Amerikaanse krant Los Angeles Times schrijft Sandra Hernandez deze week ,,in Colombia bestaan geen nieuwe oorlogen, maar alleen korte pauzes, waarna het geweld weer wordt opgepakt.'' In Colombia is de oorlog weer volledig opgepakt.