De man van staal

President Bush wil een tariefmuur om de Verenigde Staten optrekken om de import van staal tegen te gaan. Daarmee geeft hij toe aan de druk van de Amerikaanse staalindustrie om beschermende handelsmaatregelen in te voeren. Het is ook een gebaar in de richting van de staalarbeiders en hun vakbonden in staten waar behoud van banen later dit jaar Republikeinse stemmen kan opleveren. Zoals viel te verwachten, ontlokten de maatregelen die Bush heeft voorgesteld woedende reacties van de Europese Unie en andere getroffen landen. De staalquota kunnen leiden tot een onbeheersbare escalatie van wederzijdse vergeldingsmaatregelen. De EU overweegt harde sancties tegen de VS in een ander handelsconflict (over buitenlandse belastingvrijstelling voor Amerikaanse ondernemingen), dat losstaat van de staalkwestie. Het begin van de onderhandelingen over een nieuwe wereldwijde handelsronde, waartoe in november vorig jaar in Doha werd besloten, kan ernstige vertraging oplopen.

Marktbescherming is de slechtst denkbare manier om een industrietak te bewegen tot herstructurering. Want dat moet in delen van de Amerikaanse staalindustrie gebeuren. De saneringen van de jaren tachtig, toen de Amerikaanse staalindustrie dreigde te bezwijken onder Aziatische importen, zijn uitgewerkt. Er zijn nog steeds inefficiënte staalbedrijven waarvoor de afvloeiingskosten van werknemers een enorme financiële belasting vormen. Daar kunnen importheffingen geen verandering in brengen.

Handelsconflicten over staal doen zich in golven voor. Dat heeft te maken met het cyclische karakter van de industrie – gaat het goed met de economie, dan bloeien de staalbedrijven en omgekeerd. Maar de bescherming die Bush gisteren heeft aangekondigd gaat verder dan de afspraken met Japan en Europa over `vrijwillige' handelsbeperkingen in de jaren tachtig en ook verder dan de schermutselingen over staal tussen de EU en de VS begin jaren negentig. Bush ondermijnt daarmee zijn eigen reputatie als voorstander van vrije handel. De Amerikanen dreigen eenzijdig de wereldstaalmarkt te verstoren. Geen wonder dat de Europese landen, maar ook Zuid-Korea en Japan, woedend hebben gereageerd.

Er staat nog iets anders op het spel. De Amerikaans-Europese betrekkingen zijn, alle betuigde solidariteit over steun aan de strijd tegen het terrorisme ten spijt, op het ogenblik kwetsbaar. Aan beide kanten bestaat een nauwelijks verholen gevoel van irritatie. Op militair-strategisch gebied kan de EU niet aan Amerika tippen, daarvoor zijn de krachtsverhoudingen te ongelijk. Maar op economisch terrein is de EU een gelijkwaardige partner van de VS. Als handelsblok beschikt de EU over de macht om terug te slaan. De Europese Commissie zal, in het belang van de Europese staalbedrijven zoals het Brits-Nederlandse Corus, niet schromen hard te reageren. De Europese klacht tegen de Amerikaanse maatregelen is vandaag bezorgd bij de Wereld Handelsorganisatie.

Bush heeft nog dertig dagen de tijd om de maatregelen te effectueren. De Europese Commissie liet gisteren weten: het is in het Europese belang, het Amerikaanse belang en in het belang van de wereldhandel dat een confrontatie over de staalquota wordt afgewend. Helderder kan het niet worden samengevat.