Bush denkt met name aan de kiezer

Het protectiebesluit van president Bush waarmee hij de hele staalwereld tegen zich in het harnas heeft gejaagd, is voor alles een binnenlands-politieke gok. Voor alles staat in het denken van Bush centraal: het winnen van de Congresverkiezingen later dit jaar.

President Bush reist dezer dagen zijn grote land af om overal te pleiten voor beter onderwijs en geprivatiseerde sociale zekerheid. Aan de staalcrisis, waarin hij de neteligste economische beslissing uit zijn bewind nam, wijdde hij gisteren maar een paar zinnen, aan de zijde van president Moebarak van Egypte.

Het verschil in publicitaire omlijsting is veelzeggend. De regering kon geen beslissing nemen die op louter applaus zou kunnen rekenen. De Amerikaanse staalindustrie zou alleen tevreden zijn met 40 procent strafport op alle geïmporteerde staal. Maar de staalverwerkende industrie zou daar grote schade van ondervinden.

Ook op andere vlakken was er geen makkelijke oplossing in het verschiet. De president kon niet een tariefbarrière van betekenis oprichten en tegelijk alle landen sparen die hij nodig heeft voor de oorlog tegen het terrorisme of waarmee hij anderszins verdragen en verbonden heeft.

President Bush kon niet zijn ideologische voorkeur voor de grootst mogelijke vrijhandel combineren met een maatregel die onmiddellijk het etiket `protectionisme' kreeg opgeplakt van de Europese Unie. Zoals hij ook staalstaten als Pennsylvania en West-Virginia er niet van kon weerhouden weer Democratisch te gaan stemmen bij de eerstvolgende gelegenheid zonder de staten met auto- en andere industrie voor het hoofd te stoten.

Hij moest beslissen vóór vandaag, gezien het advies van zijn International Trade Commission om de industrie te beschermen door middel van tijdelijke tariefmuren. Adviseurs van de president deden de afgelopen dagen wat zij konden om in selectieve lekken de indruk te wekken dat er een heldhaftige strijd had plaatsgevonden binnen de regering. Waarna het staatshoofd in zijn wijsheid voor een tussenoplossing had gekozen.

De Europese Unie betwist dat de Verenigde Staten een juridische poot hebben om op te staan. De regering en met name de minister voor buitenlandse handel, Zoellick, verzekerden gisteren dat allerlei landen volgens de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) tijdelijk hun industrie mogen beschermen om te voorkomen dat die wordt weggevaagd.

In Brussel wordt gesteld dat de Europese invoer in de VS niet zo groot is en dat de totale invoer van staalproducten in Amerika terugloopt. De Amerikaanse regering stelt dat 30 procent van de nationale staalindustrie de strijd heeft moeten staken en wijst op de laagste staalprijzen sinds twintig jaar en klaagt over de zware subsidies en protectie, in wat voor vorm dan ook, die allerlei grote productielanden hun staalindustrie geven.

De Amerikaanse markt is opener dan die van de meeste andere landen, zegt Washington bovendien. Daarbij verwijst men naar OESO-cijfers uit 1999, die zeggen dat de `importpenetratie' voor staal in de Verenigde Staten 30 procent bedraagt, terwijl dat voor Europa maar 16 procent en voor Japan maar 9 procent is. Wij worden het slachtoffer van onze open markt-mentaliteit, is de stelling.

President Bush heeft voor de verandering hartelijke bijval voor zijn beslissing gekregen van vooraanstaande Democraten, vooral die uit staalstaten. De Republikeinse partijgenoten die het er niet mee eens zijn, hebben zich tot nog toe koest gehouden. De hardste kritiek komt uit conservatieve hoek, waartoe de zeer onafhankelijke opiniepagina van de Amerikaanse zakenkrant The Wall Street Journal kan worden gerekend.

In recente commentaren ontmantelt de krant de argumenten voor het nu gekozen beleid. De staallobby wil de resterende ruim 100.000 banen redden, maar dat gaat ten koste van 86.000 banen in andere bedrijfstakken die ten gevolge van prijsverhogingen minder concurrend worden. En, beweert The Wall Street Journal, ,,President Bush betaalt de hoogste prijs door het verlies aan geloofwaardigheid als een voorvechter van vrijhandel. Het valt moeilijk in te zien hoe hij een nieuwe handelsronde kan bepleiten nadat hij zelf tariefmuren heeft opgericht.''

De noodzakelijke sanering van de Amerikaanse staalsector wordt alleen maar vertraagd door een `adempauze', meent deze kritiek van Bush' rechtervleugel. De kleinere, meer efficiënte binnenlandse staalbedrijven gaan nu profiteren van hogere staalprijzen waar zij niets extra's voor hoeven te doen. De grote, verouderde bedrijven kunnen wat langer meedraaien en de saneringspijn uitstellen.

Zoals het Britse weekblad The Economist deze week schreef: ,,De kern van het probleem is het uitblijven van de modernisering van de Amerikaanse staalindustrie, met zijn vakbondsballast en intensief gebruik van kapitaal en arbeid.'' De Amerikaanse regering heeft ervoor gekozen te geloven in beterschap door tijdelijke bescherming tegen de buitenwereld. Daarmee wijken Bush en de zijnen af van hun eigen anti-interventie-voorkeur.

Terwijl de buitenlandse gevolgen van het gewraakte staalbesluit moeilijk te overzien zijn, kiest het Witte Huis voor de binnenlands-politieke gok dat steun voor de `bedreigde staalindustrie' meer punten oplevert dan `bescherming van banen' in allerlei staten die niet lobbyen. Bij de tussentijdse verkiezingen van dit najaar gaat het om de macht in het Amerikaanse Congres, waar nu veel van president Bush' binnenlandse plannen blijven steken. Dat is de staalbeslissing: nu even contra-intuïtief regeren om straks weer ongeremd intuïtief te kunnen regeren.