Ahmedabad begint met ontmengen

India werd vorige week opgeschrikt door rellen tussen hindoes en moslims. In Ahmedabad heeft eensgezindheid plaatsgemaakt voor segregatie.

Een oude vrouw zit te huilen in wat vroeger haar winkeltje was. Nu is het een duister hol met zwartgeblakerde spullen die moeilijk zijn thuis te brengen. Omstanders kijken haar aan, een groep militairen in camouflagepak staat er bij, maar niemand doorbreekt de stilte. Ahmedabad, de grootste stad van deelstaat Gujarat, is geschokt over wat het zichzelf heeft aangedaan.

Vorige week woensdag viel een menigte moslims een trein met hindoe-activisten aan in Godhra, 100 kilometer ten oosten van Ahmedabad. Twee wagons werden in brand gestoken, 58 mensen vonden de dood.

Hindoeleiders riepen op tot wraak en in Ahmedabad werd daar met verrassende hartstocht gehoor aan gegeven. Sommige gebouwen smeulen nog, overal zijn er autowrakken, in sommige wijken zijn hele huizenblokken met de grond gelijk gemaakt. Van een moskee staat alleen nog de luidspreker, waarmee vroeger werd opgeroepen tot het gebed, overeind.

Vandaag gaat de noodtoestand om acht uur 's avonds weer in. Mannen staan in groepjes bij elkaar, hindoes bij hindoes, moslims bij moslims. Ze wisselen nieuwtjes en gruwelijkheden uit. Gisterochtend nog is een jongeman doodgestoken, heette hij Ravi of Rafi? Want als het Ravi was, was hij een hindoe. Met een `f' was hij moslim.

Elke groep heeft eigen ervaringen. Hindoes sloten een moslimfamilie in een kamer op en staken toen het huis in brand. Moslims hebben een hindoejongen onthoofd, alsof hij een offerdier was.

Het zijn middeleeuwse verhalen in een stad die juist modern aandoet. Na de zware aardbeving van vorig jaar is de bevolking van Ahmedabad eensgezind aan de wederopbouw begonnen. Overal zijn hoge gebouwen verrezen, met glazen gevels en parmantige boogramen. Knappe staaltjes van architectuur, nu teruggebracht tot puin.

Ahmedabad heeft geen geschiedenis van religieus geweld, vertelt sociologie-docente dr. Manisha Sharma van de Gujarat-universiteit, maar de stad heeft wel een reputatie van absolute vroomheid. Alcohol is ten strengste verboden en ook andere vormen van vertier, zoals disco's en nachtclubs, zijn uit den boze. Maar Ahmedabad bestaat voor 40 procent uit moslims (landelijk is dat 12 procent) en heeft een hindoe-nationalistisch bestuur en een politiemacht die vrijwel uit hindoes bestaat. ,,Dat moet een onderhuidse spanning hebben gegeven. Hindoes en moslims werkten samen en leefden door elkaar. Een moskee kon op een steenworp staan van een hindoetempel'', meent dr. Sharma.

Die afstand is misschien te klein gebleken. Juist in de `gemengde wijken' zijn de wildste dingen gebeurd, met in totaal 570 doden.

Het grote `ontmengen' is al begonnen. Moslims verhuizen sinds dit weekeinde naar hun eigen wijken en hindoes durven niet langer tussen moslims te wonen. Ook op andere gebieden wordt de gemengdheid opgegeven. Mehboob, een kok in een hotel in Ahmedabad, kreeg van zijn hindoe-baas te horen dat hij een moslimwerkgever moest gaan zoeken. De baas vertrouwt moslims niet meer. Mehboob heeft twaalf jaar voor deze baas gewerkt.

Dr. Sharma voorziet een soort apartheid in de stad. Haar hindoe-moeder is bij haar ingetrokken, omdat zij op haar vroegere adres alleen moslimburen had. Niet dat ze niet goed met de buren kon opschieten, maar het zal een mensenleven kosten voor men de razernij verwerkt heeft.

Vooral kleine middenstanders hebben alles verloren wat ze hadden opgebouwd. Zoals Pramod, die tegen het wrak staat te schoppen van een Ambassador, een auto van Indiase makelij. Hem overkwam wat men alleen kan omschrijven als de ironie van het leven: Pramod, een hindoe van 53, had de auto vier jaar geleden gekocht, naar eigen zeggen na twintig jaar sparen. Hij is taxichauffeur en met een eigen auto had hij een goed inkomen. En laat hij nu juist vorige week woensdag zijn auto voor een grote onderhoudsbeurt brengen naar zijn moslimvriend en garagehouder Kariem. Donderdagavond belde Kariem hem op met de mededeling dat alle auto's die in zijn garage stonden, door hindoe-jongeren naar buiten zijn geduwd en in brand gestoken. ,,Maar ik heb een hindoe-auto,'' zei Pramod in ongeloof. Als de jongeren hadden opgelet hadden ze een hindoe-godsbeeldje aan het achteruitkijkspiegeltje zien hangen.

Vandaag ziet Pramod voor het eerst wat er van zijn hindoe-auto is overgebleven. In woede geeft hij er nog een trap tegen.