Wég met dat joodse boompje

Dit wordt het relaas van het gekste dat is geschied in de 36 jaar dat ik in Griekenland woon. Natuurlijk zo'n staatsgreep van kolonels en mijn daaropvolgende uitzetting waren ook bizar, maar bepaald verrassend kon je ze niet noemen. Wat nu is gebeurd, daar zit geen enkele lijn of logica in.

Om bij het begin te beginnen: enkele jaren geleden verscheen regelmatig op een van die kleine, ultrarechtse televisiekanalen die we hier rijk zijn een non, voormalig zangeres, met gestoorde ogen en doordringende, niet meer zangerige stem. De laatste tijd zie ik haar niet meer. Zou ze zijn opgesloten? En zo ja, in een klooster, of in een inrichting?

Deze non beschouwde de joden als het grootste gevaar voor de Grieken en de Griekse orthodoxie. De joden vormden een goed georganiseerde samenzwering tegen het ware geloof en ze zaten achter de Amerikaanse politiek, de vrijmetselarij, het papendom en de Jehova's getuigen. Een van de bewijzen die ze aanvoerde was de palm. Deze niet-Griekse, joodse boom verscheen meer en meer in het Griekse straatbeeld, en dat kon niet toevallig zijn. Was het niet een ondermijning van goed Griekse bomen zoals de olijf, de plataan en de cypres?

Haar tirades leken vergeten en hadden trouwens nooit veel aandacht getrokken. Op antisemitische praat wordt in Griekenland niet gereageerd, men is niet antisemitisch.

Maar enkele weken geleden waren er opeens Kamervragen van een oud-minister van Defensie, behorende bij de conservatieve oppositiepartij Nieuwe Democratie. Deze Jannis Varvitsiótis, die ook een zoon in het parlement heeft zitten, had tot dan toe nooit de aandacht getrokken met uitgesproken wonderlijke ideeën. Maar nu vroeg hij om het palmboompje weg te halen dat al jaren naast het borstbeeld van wijlen Melina Merkouri stond, omdat het `xenóferto', een vreemd insluipsel, was.

Ook deze aangelegenheid kreeg weinig aandacht. Alleen de gezaghebbende krant Kathimeriní kwam met een stukje waarin voor- en tegenstanders van het boompje aan het woord kwamen. Tot de vijanden behoorde de, blijkbaar machtige, voorzitter van de Dienst Unificatie van Archeologische Terreinen van Athene. Men moet weten dat er al jaren wordt gewerkt aan een verdienstelijk project, ook weer van Cultuurminister Melina, de archeologische resten om de Akropolis in elkaar te doen overlopen, zodat er één wandelgebied ontstaat, onbelemmerd door het verkeer.

De Dienst Beplantingen meldde nu in het betreffende stuk dat hij in het kader van het al vergevorderde project overal `Attische' bomen en struiken had laten aanbrengen, en hij kwam met een lange lijst namen waarin, behalve olijf, plataan en cypres ook de populier, de teenwilg, de oleander en de myrtheboom voorkwamen. Niet de palm natuurlijk. Melina's borstbeeld staat niet ver van het archeologische domein en de palmboom die daarnaast was aangebracht, misstond en had nooit de goedkeuring van de Dienst Beplantingen gehad.

In het artikel kwam ook een botanisch geschoolde historicus aan het woord die betoogde dat de Heilige Palm van het eiland Delos al bij Homerus wordt genoemd en dat de vader van de botanische wetenschap, Theóphrastos, de boom op verschillende Griekse plaatsen lokaliseert, onder meer op de punt van Oost-Kreta waar het palmenpark van Waï nog steeds een toeristische attractie vormt. Een andere expert vermeldde dat de palm voorkomt in een elegie van Theógnis van Mégara uit de zesde eeuw voor Christus.

Het heeft niet mogen baten, de non heeft gewonnen. Het palmpje werd eerst gesnoeid, en daarna weggehaald. Nu staat er inderdaad een olijfboompje voor in de plaats, onooglijk klein, maar dat zal natuurlijk wel groeien. Schuin ertegenover in een park prijkt een forse palm, en bij de ingang van het belendende Nationale Park vindt men een indrukwekkende rij hoge palmen waar alle Atheners aan zijn gehecht.

Palmbomen staan voor de neoclassicistische gebouwen van de Universiteit en de Nationale Bibliotheek in het centrum van de stad, her en der op het centrale plein Omónia, palmen omgeven vanouds kerken en kerkjes. Daar hoorde je die non nooit over. Moeten die ook allemaal weg? Wat zou Melina hierover hebben gezegd, en wat vindt haar (joodse) weduwnaar Jules Dassin, die nog altijd in Athene woont? Het is hem nog niet gevraagd.

Aan de hele gang van zaken, en dat is misschien het allergekste, is namelijk vrijwel achteloos voorbijgegaan. Alleen de Kathimeriní is gekomen met nog een tweede commentaar, goedmoedig-sarcastisch, waarin werd ingegaan op de vrees van de Grieken voor alles wat xenóferto is, terwijl hun toch ook vaak het tegenovergestelde, xenomanie, wordt aangewreven.

Gerectificeerd

Antisemitisch

In het artikel Wég met dat joodse boompje (5 maart, pagina 20) staat: men is [in Griekenland] niet antisemitisch. Dit moet zijn: men is niet anti-antisemitisch.