(Weer?) president van Kosovo

Ibrahim Rugova is sinds gisteren de eerste president van Kosovo. Hoewel – Rugova was al eerder president van de Joegoslavische provincie. Bij ondergrondse verkiezingen ten tijde van het Miloševic-regime werd hij tot twee keer toe gekozen tot staatshoofd van de ondergrondse `Republiek Kosovo'.

De hoogleraar Albanese literatuur reisde vanaf 1989, toen Slobodan Miloševic Kosovo zijn autonome status ontnam, de wereld rond om te pleiten voor de Albanese zaak. Hij kweekte veel goodwill met zijn pacifistiscche opstelling al bracht die hem niet ver. Dat gebrek aan vooruitgang bracht ongeduldige Kosovaarse radicalen er midden jaren negentig toe een Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK). Het UÇK-verzet leidde tot escalatie van de strijd en uiteindelijk tot de Kosovo-oorlog van 1999.

Het UÇK en de oorlog brachten de pacifist Ibrahim Rugova in de marge. Hij werd vastgehouden in zijn huis, werd gedwongen tot een ontmoeting met Miloševic en vluchtte na zijn vrijlating naar Italie. Veel Kosovo-Albanezen namen hem vooral die vlucht kwalijk. Na de oorlog leek Rugova's rol te zijn uitgespeeld. Hij trok zich terug met zijn gezin in de Kosovaarse hoofdstad Priština, aangedaan door alle gebeurtenissen, zeiden zijn vrienden. Of toonde hij zich een goede strateeg? Hij wacht op de fouten van het UÇK, zeiden andere vrienden.

En die fouten kwamen. Het UÇK viel uiteen in drie politieke partijen, maar geen van de partijen had bestuurlijke ervaring. De leden wisten niet met de internationale gemeenschap om te gaan en verloren zich bovendien in zelfverrijking, criminele zaken en duistere afrekeningen. De sympathie onder de Kosovaarse bevolking voor de leden van het UÇK nam snel af.

Rugova hield zich verre van deze praktijken. En hij werd ervoor beloond: in de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 won zijn partij, de Democratische Liga van Kosovo (LDK), in de parlementsverkiezingen van 2001 won ze opnieuw. Het VN-bestuur toonde zich verheugd.

De gematigde Rugova hamert consequent – hij deed het ook gisteren – op de onafhankelijkheid voor Kosovo. Dat is tegen het zere been van de internationale gemeenschap en dat van de democratische regering in Belgrado. Immers, Kosovo maakt op papier nog altijd deel uit van Joegoslavië. Maar, zeggen waarnemers, Rugova is nog altijd een betere gok dan de extremisten van het voormalige UÇK. Die zijn uit op een onafhankelijk, etnisch zuiver Kosovo. Rugova wil een onafhankelijk Kosovo met minderheden. Gisteren, in zijn eerste optreden voor de pers als president, zei hij dat de Albanese meerderheid `verantwoordelijkheid' draagt voor de integratie van minderheden dus ook de Kosovo-Serviërs. Ook wil hij `welvaart' brengen voor `alle burgers'. Maar vooralsnog lopen buitenlandse investeerders met een grote boog om dit probleem-gebied heen.