Stemmen

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van morgen draait het op het eerste gezicht om drie thema's: veiligheid, leefbaarheid en participatie. Het eerste is beleidsmatig. Alle grote bestuurspartijen hameren op meer politie, meer sociale controle, meer handhaving en minder gedogen. De vraag is welke politici een striktere aanpak wordt toevertrouwd. Het antwoord daarop wordt vaak ook plaatselijk bepaald. Het tweede is politiek. Alle bestuurspartijen zien met angst en beven uit naar de uitslagen, omdat die een indicatie zijn voor het succes van Leefbaar Nederland en Fortuyn bij de verkiezingen in mei. Het derde thema is een kwestie van legitimiteit. In 1998 ging 59,5 procent van de kiezers ter stembus, het laagste sinds de afschaffing van de opkomstplicht in 1970. In de grote steden was de participatie nog lager. Als het morgen weer minder wordt, rijst de vraag namens wie de lokale politici spreken. Was thuisblijven vroeger een bezigheid van lagere klassen, nu is het tot hogere regionen doorgedrongen. Thuisblijvers hebben altijd gelijk. In een formele democratie, waar deelname niet hoeft te worden bevochten, moeten politici de burgers mobiliseren en niet andersom. Toch doen thuisblijvers er formeel niet toe. Ze tellen niet mee voor de zetels en hebben slechts atmosferische invloed op de politiek.

De mate waarin deze drie thema's de verkiezingen morgen beïnvloeden, heeft veel te maken met de landelijke politiek. Sinds premier Kok in augustus zijn vertrek bekendmaakte, zweeft de kiezer meer dan ooit. Het lijkt alsof zijn vertrek een dapperheid heeft uitgelokt die tot afgelopen najaar veilig achter zijn vaderlijke rug verscholen bleef. Het gebrek aan geëtaleerd charisma en leiderschap van de huidige voorlieden aan het Binnenhof heeft een vacuüm getrokken waarin volkse nieuwelingen, die schoon schip zeggen te kunnen maken, gedijen. De gevestigde partijen hebben dat ten dele aan zichzelf te wijten. Te veel hebben ze zich gewenteld in de traditionele consensus, te weinig hebben ze erkend dat politiek bestuur in een dynamische, geïndividualiseerde maatschappij razend gecompliceerd is geworden.

Dat is hun euvel te duiden. Want een van de belangrijkste thema's is zo aan het oog onttrokken. Uiteraard gaat het morgen om lokale kwesties: variërend van speeltuin, vuilnisman en fietspaden tot veiligheid, bouwplannen of wethouders persoonlijk. Maar in de schaduw draait het om hét vraagstuk van dit moment: ruimtelijke ordening. In het westen heeft zich een deltametropool ontwikkeld. Veel topactiviteiten bevinden zich in de ruit Rotterdam-Den-Haag-Amsterdam-Utrecht. In de Randstad komt de auto mede daarom niet meer vooruit, rijden de treinen met vertraging, is er geen 'light rail' die de congestie compenseert, neemt de arbeidsmigratie toe, zijn de koopwoningen in de steden te duur voor de middengroepen dan wel te goedkoop om te verbeteren en segregeert het onderwijs. Dit raakt ook de gemeenten elders. De onbereikbaarheid van de metropool is een verkiezingsthema bij uitstek. Het gaat hierbij namelijk niet alleen om verkeer en volkshuisvesting, maar om een reeks aspecten van de veiligheid van het maatschappelijk leven. Met bouwen voor de middengroepen alleen voorkom je geen sociale gettovorming. Met een straf parkeerbeleid los je de files niet op.

Er is vooral gezwegen. Zo moet de burger een intuïtieve keuze maken. Toch zou het goed zijn als de kiezer daartoe enige plicht voelt. Want morgen is meer in het geding dan de vraag of de thuisblijvers een lange neus trekken. Het draait om de fysieke en sociale inrichting van een rijk land dat moet kiezen op straffe van verstikking. Aan de orde is de selectie van politici die daarover de komende jaren beslissingen gaan nemen. Meer en meer doen ze dat in intergemeentelijke netwerken, die soms formeel niet bestaan maar desondanks de ruimte ordenen. Dat deze hybride en machtige tussenlagen geen verantwoording hoeven af te leggen, is al erg genoeg. De wel democratisch gemandateerde organen ook nog eens wat tanden uittrekken, is nog erger.