Opsplitsen Pearson kan geld opleveren

De afgelopen paar maanden heeft het voormalige wonderaandeel Pearson het slechter gedaan dan de rest van de mediasector. Voor een deel is dat het gevolg van de twee winstwaarschuwingen die het Brits-Amerikaanse uitgeversconcern vorig jaar herfst gaf. De koers is gisteren met meer dan 5 procent opgeveerd in het kielzog van de bekendmaking van de resultaten, toen bleek dat de zaken er niet zo slecht voor staan als was gevreesd.

Maar zelfs met inachtneming van dat bescheiden koersherstel, vindt de markt dat Pearson niet méér waard is dan 1,8 maal de verwachte omzet voor 2002. Geen enkele branchegenoot wordt op minder dan tweemaal de verwachte omzet ingeschat.

Pearson wordt misschien gestraft omdat het concern trekjes van een conglomeraat vertoont. Het heeft belangen in de zeer conjunctuurgevoelige krantensector, maar ook in het uitgeven van educatieve en wetenschappelijke boeken en in de consumentenuitgeverij Penguin. De synergievoordelen tussen deze drie bedrijfsonderdelen zijn zeer beperkt. Ondanks zijn goede naam draagt de Financial Times-groep slechts voor zo'n 10 miljoen pond bij aan de omzet buiten de krantendivisie. De omzetcijfers van Pearson laten een Amerikaanse educatieve uitgeverij zien met een daar niet goed op aansluitende reeks belangen in Europese kranten.

Het opsplitsen van het concern kan de aandeelhouders in theorie meer geld opleveren. Laten we aannemen dat daarbij wordt uitgegaan van de drie divisies zoals ze nu bestaan. Pearson Education ziet eruit als een soort mini-Reed Elsevier. De Amerikaanse educatieve uitgeverijen van Reed en Pearson hebben ook gelijkwaardige marktaandelen. Als je de omrekenfactor van Reed's omzet als uitgangspunt neemt, zou Pearson Education ongeveer 8 miljard pond waard zijn. Volgens zakenbank Morgan Stanley is de Financial Times-groep, exclusief de belangen in FT Deutschland en Recoletos, zo'n 1 miljard pond waard. En de Penguin-groep zou net iets minder dan 1 miljard pond waard zijn. Het totaal van 10 miljard pond ligt 25 procent boven de huidige marktwaarde.

Het afstoten van een of meer van de drie divisies van Pearson lijkt op dit moment echter niet waarschijnlijk. Weinig mogelijke geïnteresseerden hebben genoeg geld voor een overname en vermoedelijk zullen de kartelautoriteiten de concurrenten van Pearson geen toestemming verlenen de Amerikaanse bedrijfsonderdelen te kopen. Ook zonder een overnamekandidaat kan het concern natuurlijk opgesplitst worden. Maar dan moet het bestuur van Pearson dat willen, en dat is niet het geval. Kleine aanpassingen in de samenstelling van de drie divisies zijn bespreekbaar, maar de algehele bedrijfsstrategie staat niet ter discussie.

De aandeelhouders moeten het bestuur vragen dat standpunt nog eens te heroverwegen.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld