Intieme en bloederige taferelen uit Mexico

De trip die de bezoekers van Mexico. Een goddelijke reis in de Nieuwe Kerk wordt geboden, is knap dramatisch opgebouwd: de thematisch gerangschikte tocht door de oude culturen van wat in Europa de Nieuwe Wereld heette, begint relatief vredig met de reusachtige, maar niet onvriendelijke kop van een Olmeekse krijger (3000 jaar oud en 4000 kilo zwaar). Het laten invliegen van de bijna twee meter hoge kolos is tekenend voor de ambitie van de tentoonstelling, die met 250 voorwerpen een van de grootste ooit is van precolumbiAanse Mexicaanse kunst op het Oude Continent.

De in het zuiden van Mexico gevonden Olmeek onderstreept nog eens dat de door de in 1521 binnentrekkende Spanjaarden goeddeels vernietigde inheemse culturen in het mesoamerikaanse gebied op een hoog niveau stonden. De Olmeken en daarna volken als de Mayas, Zapoteken, Tolteken en ten slotte de Azteken waren grote bouwers, hadden een redelijk complexe staatsinrichting en gebruikten ver voor de Europeanen het getal nul. In het eerste deel van de expositie vervolgt de reis van de kolossale kop snel naar kleiner, aardig werk: van de afdeling dagelijks leven – mooie beeldjes van staande, zittende of liggende figuren met onder meer een verre voorafschaduwing van Rodins `Denker'. Via potten en pijpen gaat het dan naar de eerste godenbeelden. Ook daar is lieflijkheid nog troef: de slang ligt nog rustig in de schoot van de vruchtbaarheidsgodin.

Maar hoe bovennatuurlijker het wordt, hoe bloederiger de beeltenissen. De bobbeltjesoutfit van de god Xipe Totec blijkt een binnenstebuiten gekeerd mensenvel. Dan gaat het verder: een ander soort beeldje blijkt meestal koploos op te duiken omdat het voor onthoofdingsrituelen werd gebruikt. Zelfverminking (voor littekens), schedelvervormingen en piercings zijn dan al zichtbaar geweest. In een volgende vitrine staan de bakken die het bloed van de (mensen-)offers moest opvangen bij offermessen die er zo angstaanjagend uitzien dat je er instinctief voor wegduikt. Steeds meer doodshoofden duiken op, tot Mictlantechulti, de god van de onderwereld, die de bezoeker bij de ingang van het zaaltje Dood met de armen over elkaar aankijkt.

Daarna zijn de laatste twee zalen gemoedelijker, met terracotta dieren en groenten en een nagebouwd tempeltje met (bijschriftloze) foto's van beroemde Mexicaanse archeologische sites, mogelijk bedoeld om de bezoekers te verleiden tot een fysieke reis naar het hedendaagse Mexico, evenals de videovertoning in een aanpalend zaaltje, waarop iets wordt uitgelegd over tegenwoordige inheemse culturen in Mexico. De miljoenen indianen die er nu leven, doen dat als tweederangs burgers.

Dat gegeven geeft het nationale pronken met de kunstschatten ook iets ergerlijks, wat nog wordt versterkt door de voor de vervoering van de toeschouwer zo uitstekend werkende, thematische opzet. De benadering van het geëxposeerde is in de eerste plaats artistiek, pas in tweede instantie historisch. Alle indiaanse culturen zijn losjes bijeengeveegd, waardoor bijvoorbeeld een klein, indrukwekkend Olmeeks babyhoofdje uit 1200-900 v. Chr. in één kast belandt met een toch veel jongere Azteekse scepter van jaguarbot, uit de periode 1428-1521. Dat is een grote sprong in de geschiedenis. Een duidelijk overzicht van hoe Olmeken, Maya's, Zapoteken en Azteken elkaar opvolgden, ontbreekt op de expositie, al staat het wel in de informatieve catalogus. Wellicht is het ontbreken van sommige informatie een gevolg van de korte tijd die de makers hadden om de expositie op te bouwen. Een maand geleden vond op dezelfde plaats een kroonprinselijk huwelijk plaats.

De historische informatievoorziening mag dan ietwat lijden aan de, laten we zeggen, achteloosheid die de Mexicaanse omgang met de inheemse bevolking kenmerkt, de objecten zelf zijn onschuldig. En hun pracht komt volledig tot zijn recht, ook al doordat ze verbluffend goed zijn onderhouden. Dat geldt voor de geroemde Olmekenkop, maar evenzeer voor de aardewerken poppetjes van dezelfde leeftijd, of jonger. Een amper tien centimeter hoog beeldje van een ontspannen converserende vrouw in kleermakerszit, met een arm op de grond steunend en met de andere gebarend is fascinerend in zijn levensechtheid. Misschien juist door het contrast met de beelden van dood en offerpraktijken, zijn de kleine voorstellingen uit het dagelijks leven indrukwekkend. Op veel beeldjes is de aandacht voor armen, handen opmerkelijk. Zo laat een moeder met kind een fraai spel voor drie ledematen zien: het beentje van het kind ligt in de schoot van de moeder en wordt geruststellend door haar linkerhand vastgehouden. Op die onderarm rust vervolgens weer de hand van het kind en vormt zo een universeel ontroerend tafereel van huiselijke intimiteit.

Mexico. Een goddelijke reis, Tot en met 30 juni in de Nieuwe Kerk, Dam, Amsterdam. Dag 10-18u. Do tot 22u. Catalogus E25 (paperback), E35 (gebonden). Entree E8. Inl.: 020-6386909 of www.nieuwekerk.nl