Havengebied een `grote zorg'

In het Westelijk Havengebied in Amsterdam kunnen allerlei lieden tamelijk ongestoord hun gang gaan, want er is nauwelijks politie.

,,Ach, mensen die een lijk hebben, leggen dat natuurlijk niet op de Dam'', zegt houthandelaar Jan Lor met een gebaar in de richting van het onbeheerde land van het Westelijk Havengebied in Amsterdam. ,,We zitten hier in een verlaten gebied, dat betekent dat het in het donker niet altijd veilig is. Als er zoals nu verkiezingen aankomen, begint de politiek weer even te roepen, maar iemand die de hele dag in een kantoortje in de Stopera zit, zal niet snel begrijpen hoe een industrieterrein werkt.''

De Amsterdamse haven is de zevende van Europa. Vorig jaar werd 50 miljoen ton goederen overgeslagen. Het strekt zich kilometerslang uit langs de zuidkant van het Noordzeekanaal en komt met enige regelmaat negatief in het nieuws, deze zomer nog door illegale autoraces. Er zijn behalve chique kantoorgebouwen veel halfverlaten bedrijfsterreinen, vervuilde en moeilijk toegankelijke stukken grond, er is een tippelzone die soms voor overlast zorgt en 's avonds is het grotendeels verlaten. Vorige week lekte de inhoud van een rapport uit dat het Van Traa-team van de gemeente later deze maand presenteert aan het college van B en W: er is in het gebied veel te weinig toezicht. Instanties als politie en douane werken langs elkaar heen, waardoor smokkel, drugshandel, gewelddadigheden en milieuovertredingen er veel voorkomen. VVD-raadslid F. Houterman vroeg dadelijk om een politiepost in het gebied (de dichtstbijzijnde is nu op enkele kilometers afstand) en zei dat het havengebied een no-go area was geworden.

Politieke paniek om niks, vindt houthandelaar Lor. ,,Je kunt hier wel een politiewagen een rondje laten rijden'', zegt hij, terwijl de regen op het dak van de werkplaats klettert, ,,maar denk je dat mensen met dit weer uit hun autootje stappen?'' Lors bedrijf is gevestigd op het terreintje De Heining, dat in 1983 even landelijk bekend werd omdat biermagnaat Freddy Heineken en diens chauffeur Ab Doderer daar tijdens hun ontvoering in een loods waren vastgehouden.

Nu is De Heining een allegaartje van smoezelige sloopbedrijven, aanmerkelijk netter ogende kantoren van bouwbedrijven en gespecialiseerde zaken in circusbenodigdheden of Japanse auto-onderdelen. Het terrein is opgeknapt, meent men bij aannemersbedrijf P. Slee & Zn. ,,Het is stukken beter dan tien, vijftien jaar geleden. Er zitten nu bijna alleen maar goede bedrijven, de meeste oude sloopbedrijven zijn vertrokken. Wie hier rondlopen als het donker is, weet ik niet. Ik durf hier best 's avonds nog iets op te gaan halen. Al weet ik niet of ik dat zou doen als ik een vrouw was.''

Wat er verderop in de haven gebeurt, zegt hij niet te weten. Er zijn nogal wat plekken die een verlaten en vijandelijke indruk maken. De mensen die er rondlopen zijn weinig toeschietelijk. Bij de verschillende havenbedrijven wil men liever niet praten over de in het rapport gesignaleerde problemen. Dat geldt ook voor de douaniers op het kantoor aan de Corsicaweg. Daar hangen papieren waarop de klanten gewaarschuwd worden voor lange wachttijden wegens de onderbezetting van het team `heffing en administratie'. Alleen goederen `waarvan het vervoermiddel zich voor de Douanepost Corsicaweg bevindt' kunnen meteen worden ingeklaard.

Een ander vel aan het loket verklaart dat Eurovignetten per 1 november 2001 niet langer contant betaald kunnen worden. De loketmedewerker weigert te zeggen of die maatregel is genomen omwille van de veiligheid. ,,Ik kan u alleen het telefoonnummer van de voorlichter in Den Haag geven.''

De criminoloog D. Zaitch, die vorig jaar promoveerde op de cocaïnehandel in Nederland, noemde de Amsterdamse haven een belangrijk overslagpunt van Zuid-Amerikaanse cocaïne naar Europa. Het ministerie van Financiën, waaronder de douane valt, noemde het Amsterdamse havengebied eerder ,,een heel grote zorg''.

Douanevoorlichter K. Nanninga meldt dat er in het district Amsterdam weliswaar voldoende douaniers werzaam zijn (150 personen en drie speurhonden), maar dat er door overplaatsingen nogal wat posities onbezet zijn. In tegenstelling tot de Rotterdamse haven beschikt de douane in Amsterdam niet over een containerscanner, die de inhoud van containers zichtbaar maakt. Die is in Amsterdam niet rendabel, omdat er ondanks de opening van een grote containerterminal vorig jaar te weinig containers binnenkomen. Nanninga: ,,We hebben wel een soort mobiele scanner, waarmee we spullen kunnen bekijken nadat we ze uit de container hebben gehaald.''

Behalve een enkele verkeersagent is er weinig zichtbaar blauw op de wegen in het havengebied. Het aantal beschikbare agenten voor het gebied is een afgeleide van het aantal inwoners en is dus zeer gering. Het dichtstbijzijnde politiebureau ligt op een paar kilometer van het begin van het terrein, waarvandaan het zich nog tientallen kilometers uitstrekt.

Particuliere bewakingsdiensten zijn prominenter aanwezig, in ieder geval op de vele borden die aangeven dat de Stichting Collectieve Beveiliging over de bedrijven in Westpoort waakt. Die is op initiatief van het gemeentelijk havenbedrijf tot stand gekomen en bemiddelt tussen bedrijven en een beveiligingsdienst. ,,Het is de bedoeling zoveel mogelijk bedrijven in de collectiviteit te krijgen'', zegt Bert van Wijk van de stichting. ,,Dan wordt het voor het beveiligingsbedrijf rendabel om auto's in het gebied rond te laten rijden.'' Tussen de 25 en 50 procent van de bedrijven in de haven hebben zich bij het project aangesloten. Van Wijk betwijfelt of een aparte politiepost in het havengebied veel zou veranderen. ,,Persoonlijk heb ik daar mijn twijfels over. Het scheelt iets aan tijd met het huidige politiebureau, maar het havengebied is groot.''