Fireworks-directeuren bevechten elkaar in rechtszaal

Nu de Almelose rechtbank bepaald heeft dat de zaak tegen de directeuren van S.E. Fireworks mag doorgaan, is het ieder voor zich in de rechtszaal.

Het broze advocatenfront in de zaak-Fireworks breekt voor de ogen van de Almelose rechtbank. Luttele ogenblikken tevoren hebben G. Meijers en P. Plasman het openbaar ministerie nog samen het vuur na aan de schenen gelegd over ten onrechte afgeluisterde telefoongesprekken. Maar zodra de rechtbank het sein op groen heeft gezet voor de inhoudelijke behandeling van de strafzaak over de Enschedese vuurwerkramp, prevaleert het eigenbelang.

Plasman, die de ene directeur van het rampbedrijf, R. Bakker, verdedigt, wil dat de andere directeur, W. Pater, als getuige wordt gehoord. Had zich, zo vroeg advocaat Plasman, niet een man gemeld die op de middag van de grote ontploffing, zaterdag 13 mei 2000 rond 13.00 uur, bij het bedrijfsterrein van S.E. Fireworks met Pater had gesproken. Tegen deze man zou Pater hebben verklaard dat er veel explosief vuurwerk op het terrein lag opgeslagen. Hoe viel dat te rijmen met de verklaring van Pater, dat hij kort voor de fatale explosies niet in Enschede is geweest?

Advocaat Meijers is de voortdurende insinuaties van directeur Bakker aan het adres van zijn cliënt beu. Nu Plasman zelfs een getuige serieus neemt die beweert dat Pater op een snikhete dag een zwarte regenjas droeg, neemt Meijers het woord. ,,Ik heb sterk de behoefte om te reageren op wat er in de media door Bakker en Plasman wordt gezegd over mijn cliënt.'' Want eerst was het een vrachtwagen met explosieven, zegt hij, toen was het oud-directeur Smallenbroek, daarna klusjesman Kloppenborg en nu weer mededirecteur Pater. ,,Ik wil Bakker horen'', zegt Meijers.

Maar rechtbankvoorzitter H. Breitbarth kapt hem af. Er worden geen getuigen meer gehoord. Ook André de V. niet, die justitie ervan verdenkt de eerste brand op het terrein van S.E. Fireworks te hebben aangestoken. Plasman verklaart dat er in het huis van De V., behalve wat illegaal vuurwerk, ook een briefje met het opschrift `Pater' is gevonden. Maar de rechtbank is van oordeel dat de oorzaak van de brand in deze strafzaak niet van belang is. Beide directeuren worden verdacht van brand door schuld (maximaal 1 jaar gevangenisstraf) en overtreding van milieuregels (max. 6 jaar cel)

Bakker wijst in het verhoor dat de rechter hem als verdachte afneemt, verschillende malen met de beschuldigende vinger naar de voormalige eigenaar van S.E. Fireworks, H. Smallenbroek. Die heeft zijn opvolgers Bakker en Pater nauwelijks ingewerkt en hun voorgespiegeld dat de vergunningen in orde waren.

In de administratie zaten slechts enkele vergunningen. Waarvoor ze waren en wat er precies in stond, was Bakker niet bekend. ,,Als je niet meer dan twee velletjes vindt, moet je naar de gemeente of brandweer gaan'', merkt rechtbankvoorzitter H. Breitbarth op. Bakker: ,,U hebt gelijk, maar ik vertrouwde op Smallenbroek.'' Breitbarth: ,,Denkt u dan niet na? Je mag in dit land niets zonder vergunning. Het is toch onvoorstelbaar dat je zonder kunt?'' Bakker: ,,Mij was verteld dat het in orde was.'' Breitbarth: ,,Eerst zien dan geloven.''

Controles door ambtenaren van de gemeente en het bureau Milan van het ministerie van Defensie alarmeerden Bakker evenmin. ,,Ze versterkten mij in mijn vermoeden dat het meer dan okay was.'' Bakker laakt de handelwijze van de Defensie-ambtenaar die moest oordelen over de opslag van vuurwerk in zeecontainers. ,,Hij keek door het keukenraam naar buiten en zei dat het in orde was.''

Bakker geeft toe dat er ook na de periode-Smallenbroek illegaal in vuurwerk gehandeld is. Maar niet in die mate zoals oud-werknemers tegenover de politie hebben verklaard. Volgens één verklaring is er een enkele keer voor een bedrag tussen de 27.000 en 47.000 gulden aan vuurwerk verkocht. Onzin, aldus Bakker. Het ging hooguit om zevenhonderd tot duizend gulden per bestelling en dan alleen nog voor eigen medewerkers. ,,Ik weet dat het niet mag, maar ik verkocht aan deskundige personen.''

Bakker ontkent met klem dat hij opdracht had gegeven om op 12 mei 2000, de dag voor de ramp, een lading consumentenvuurwerk tijdelijk op te slaan in een aanbouw van het bedrijfskantoor, een voormalig woonhuis. Drie personen, mededirecteur Pater, diens broer Jan en klusjesman Kloppenborg hebben tegenover de recherche verklaard dat Bakker hiertoe opdracht had gegeven.