Dag Wim, en alsnog de groeten van Pim

Wat een verdriet, wat een bezorgdheid, wat een boosheid, wat een klachten over Den Haag en de nationale paars-verpolderde consensusdemocratie. Er zijn zelfs intellectuelen die het zó zat zijn dat zij, zoals Paul Scheffer zaterdag op deze pagina, nu al dreigen om 15 mei niet aan de Tweede-Kamerverkiezingen mee te doen. Voor straf als het ware, al is het de vraag wie zij daarmee eigenlijk willen straffen. En mocht zo iemand zelf het afgelopen decennium al eens bijna op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer hebben gestaan? Dan is niet alleen duidelijk dat hij zoiets kennelijk helemaal nooit meer van plan is, wat ook een soort boodschap voor zijn partij is, maar bovendien hoe ernstig hij de toestand nu acht.

Maar goed, je kan geen krant open doen, geen radio of tv-toestel aanzetten of er wachten, in het zicht van de verkiezingen, aanhoudend ernstige vertogen over wat er allemaal mis is in dit land. Ernstige blikken, dramatische tonen. Zoals je langgeleden, toen Jan Nagel een eerder deel van zijn cv afwerkte, soms wel meemaakte met VARA-rubrieken als In de Rode Haan en Dingen van de dag. Want daarin werd zóveel engagement gestoken in berichten over menselijke droefenis, en kapitalistische of confessionele slechtigheden die daaraan debet waren, dat het bereiken van de eerstvolgende aardappeloogst haast uitgesloten leek. Voor wie dat gesproken vertoon van totale misère serieus nam dan.

De vergelijking gaat niet helemaal op, dat doen zulke vergelijkingen zelden. Er is nu namelijk, veel meer dan zo'n dertig jaar geleden, in een recordtempo een enorme weersverslechtering ingetreden. Het is nog maar een half jaar geleden immers dat premier Kok, toen nog een gewaardeerd en benijd man in binnen- en buitenland, bij de aankondiging van zijn afscheid van praktisch alle kanten omstandig lof toegezwaaid kreeg. Dat zal toch niet alleen opluchting zijn geweest, toen? Extra tijd winnen, compromissen sluiten, zonodig gedogen, om zulk procederen prezen we onszelf vrij algemeen en lieten we ons ook graag prijzen, dat was toch al langer zo? Er waren toch 1,2 miljoen nieuwe banen ontstaan sinds 1994? En de sanering van de overheidsfinanciën, waarvoor trouwens vóór 1994, onder Lubbers, de eerste basis was gelegd, was toch mooi gelukt? Clinton, Schröder, Blair, zeker als je de Nederlandse media volgde wist je dat ze Kok geregeld om raad vroegen.

Hoe dan ook: een paginagroot artikel als dat van Scheffer afgelopen zaterdag op de opiniepagina van deze krant, met als kop: De verloren jaren van Kok, zal een half jaar geleden nog maar door weinigen zijn voorzien. Ook toen waren er wachtlijsten in de gezondheidszorg, te veel WAO'ers (zij het op veel meer banen), te weinig agenten, rechters, cellen, te weinig onderwijzers en veel te weinig peuteropvang. Ook toen waren de somber-lange schaduwen nog zichtbaar van de inperking van de collectieve sector, als herinnering aan de kwade erfenis van eerdere decennia, toen we zóveel collectieve sector hadden dat we er bijna aan waren bezweken. En er zelfs zo'n 15 jaar geleden even serieus werd gedebatteerd over een zestig-procentsnorm (zegge: zestig!) voor die sector, als voorgesteld door de toenmalige fractieleider van het CDA (Bert de Vries). Kortom: dat de sanering van de overheidsfinanciën en de collectieve sector, alsook enige overschatting van wat marktwerking alzo vermag, lange sporen trekken, en dat de grote geldinjecties sinds 1998 hun tijd nodig hebben voor zij merkbare effecten kunnen krijgen, was vorig jaar september natuurlijk ook al bekend. Alleen: toen was Pim (Fortuyn) er nog niet als kind van Wim (Kok) en Jan (Nagel) en als een werkzame katalysator op een sedert 1994 zeer beweeglijke kiezersmarkt.

Want daar zit hem een kneep: het fenomeen van de zwevende, zeer ongebonden kiezer heeft in het vorige decennium, waarin de particuliere welvaart groeide én een beeld van publieke `armoe' opkwam, een geweldige vlucht gemaakt. De enorme schommelingen in de uitslagen van 1994 en 1998 laten dat zien. Volgens onder anderen oud-minister Peper zijn veel kiezers ,,op drift''. Vaak zijn het vooral nee- of tegenzeggers met een breed onlustgevoel en een onbestemde voorkeur voor iets anders, voor een nieuwe partij of een partij die in elk geval tegen de klassieke `Haagse' partijen is. Volgens peilingen is deze groep, die met min of meer genuanceerde verhalen moeilijk te bereiken valt, inmiddels al goed voor eenderde van de stemmen. De trefzekere heupschutter Fortuyn blijkt als een geestrijke Nederlandse Ross Perot geknipt om onder deze groep te scoren, sinds zijn breuk met Leefbaar Nederland vooral aan haar rechterkant. Lijsttrekkers als Melkert, Dijkstal en Balkenende zullen op dit deel van de kiezersmarkt maar weinig klaar kunnen maken, al moeten zij dat wèl proberen. Want campagnes en verkiezingen zijn strijd om opvattingen. Zoals men binnen partijen, zeg in de PvdA, meer aan een tijdig debat heeft dan aan laat geklaag.

Er is nog iets, al hoor je dáárover weinig als oorzaak van het misnoegen over de Haagse politiek. In 1994 beleefde Nederland een verrassende politieke bevrijding na een historische CDA-nederlaag van 20 zetels. Vooral onder impuls van verkiezingswinnaar D66 (Van Mierlo) ontstond toen als ongedachte politieke vernieuwing de paarse coalitie, die gemeenschappelijke afkeer van het CDA als belangrijk bindmiddel kende. PvdA en de VVD, die programmatisch en emotioneel vele generaties lang vierkant tegenover elkaar hadden gestaan, namen al hun wederzijdse wantrouwen mee in die coalitie en hadden er behoefte aan om zoveel mogelijk vast te leggen in regeerakkoorden en informele (besloten) afspraken in Koks Torentje. Coalitie-overleg is altijd nodig, zei Bolkestein laatst voor de tv. Gelijk had hij. Maar zakendoen voor vier jaar in een contract waarin ook over punten en komma's is onderhandeld en politiek controversiële dingen overigens regelen achter gesloten deuren en in kleine kring, acht jaar achter elkaar? Dan hoeft het beleid niet eens slecht te zijn om weer een andere groep kiezers te laten zeggen: vergeet paars maar, geef ons de openbare strijd om opvattingen en belangen terug. Die groep moet hopen dat het straks niet nóg erger wordt. Namelijk, en rekenkundig noodgedwongen: PvdA, CDA en VVD. Want dan wordt het nog mooier voor Fortuyns.