Boeren centraal op Volkscongres China

Een van de grote thema's op de jaarlijkse en vandaag geopende zitting van het Nationaal Volkscongres is de situatie op het Chinese platteland. Het Volkscongres, een lichaam van tegen de 3000 `volksvertegenwoordigers' die door de provinciale Volkscongressen zijn voorgedragen, komt eens per jaar in Peking bijeen om de plannen van de overheid van formele steun en goedkeuring te voorzien.

De Chinese premier Zhu Ronji heeft het Volkscongres vandaag voor het laatst in zijn politieke loopbaan geopend met het voorlezen van het `Verslag van de werkzaamheden van de regering', waarin de regering terugblikt op het afgelopen jaar en haar plannen voor het nieuwe jaar uiteenzet. Zhu Rongji noemde in zijn toespraak als aandachtspunt het versnellen van de economische ontwikkeling op het platteland en een verhoging van de inkomsten van de boeren.

Dat de overheid prioriteit geeft aan de landbouw, is niet verwonderlijk. China is zich zeer goed bewust van de kwetsbaarheid van zijn agrarische sector. ,,Na China's toetreding tot de WTO zullen de importen de Chinese landbouw teisteren. De problemen worden dan nog duidelijker zichtbaar'', zo verklaarde de Chinese minister van Landbouw, Du Qinglin, een maand geleden tegenover de leden van het Permanente Comité van het Politbureau, het hoogste machtsorgaan in China.

Ongeveer tweederde van de Chinezen staat nog steeds geregistreerd als boer, maar de agrarische productie draagt maar 16 procent bij aan de economie. Een groot aantal boeren verdient een deel van zijn inkomen in lokale fabriekjes of als losse arbeider in de steden. In veel dorpen zijn alleen ouderen en kinderen achtergebleven.

Boeren kunnen geen aanspraak maken op voorzieningen als pensioenen, medische verzekeringen en werkloosheiduitkeringen waar de stedelijke bevolking over het algemeen wel recht op heeft. De vooraanstaande Chinese econoom Hu Angang spreekt dan ook ironisch van `een land-twee systemen', een term die meestal wordt gebruikt om de relatie China-Hongkong aan te duiden.

Hu wijt in zijn recent verschenen boek Strategy in China de zwakke positie van de boeren aan een falend overheidsbeleid. Hij merkt op dat de boeren weliswaar meer belasting betalen dan de stadsbevolking, maar dat de bestedingen van de overheid op het platteland nog geen 15 procent van de totale bestedingen bedragen. Volgens hem is het inkomensverschil tussen boeren en stadsbevolking sinds 1949 nog nooit zo groot geweest.

Premier Zhu sprak vandaag van een groei van 4,2 procent in het inkomen van boeren. Die groei blijft sterk achter bij de stedelijke groei van 8,5 procent, en wordt ook niet in alle delen van China gehaald. Niet alleen de kloof tussen stad en platteland groeit, maar ook die tussen rijke en arme delen van het platteland. Zo vermeldde Zhu dat er in een aantal belangrijke graan verbouwende gebieden sprake is van een terugloop in de inkomsten van de boeren. In sommige gebieden is het verbouwen van graan en katoen dermate onrendabel geworden dat de boeren het land braak laten liggen en naar de stedelijke gebieden trekken.

Het medicijn van de overheid ligt vooral in het verlagen van de druk van alle mogelijke heffingen op boeren, in een modernisering van de landbouwmethoden en in het ontwikkelen van de plattelandsindustrie om overtollige arbeidskracht op te vangen. De zitting van het Volkscongres duurt nog tot 16 maart.