Bijzonder onderwijs 3

Den Boef stelt dat het bijzonder onderwijs een `rudiment' is uit de tijd van de verzuiling. Velen beweren dat de zuilen van voorheen de integratie van sociaal achtergebleven, bevolkingsgroepen hebben gestimuleerd. Het proces van integratie is voltooid, waardoor ook het zuilensysteem overbodig geworden is. Handhaving van dit systeem vormt nu nog slechts een obstakel voor integratie.

Wanneer hij daaraan de consequentie verbindt dat bijzondere scholen niet langer gefinancieerd zouden moeten worden uit de publieke kas, dan heeft hij gelijk. Inderdaad is het onredelijk om bijzonder onderwijs uit publieke middelen te financieren, terwijl deze scholen wettelijk het recht hebben om leerlingen en leerkrachten te weren, wanneer zij levensbeschouwelijk niet overeenkomen met de soms zeer strikte regelgeving en grondslag van de betreffende onderwijsinstelling.

Alleen denk ik niet dat de oplossing die Den Boef voorstelt adequaat is. Volgens hem zou het bijzonder onderwijs zichzelf moeten financieren. Het grote probleem is hoe hij denkt daarmee de integratie van achtergebleven groepen te bevorderen. Hij laat tenslotte de rudimenten van de verzuiling en vele obstakels voor integratie volledig intact. Bovendien heeft ook de overheid niet voldoende mogelijkheden om effectief controle uit te oefenen op onderwijs en praktijken op dergelijke instellingen.

Anders dan hij zou ik ervoor willen pleiten het bijzonder onderwijs af te schaffen. Nederland moet overschakelen op verplicht openbaar onderwijs. Gezien de huidige praktijk zal die omschakeling naar openbaar onderwijs over het algemeen niet al te veel problemen opleveren. Veel bijzondere scholen van moderne dan wel postmoderne religieuze snit, hanteren niet of nauwelijks enige restricties met betrekking tot de levensbeschouwing van leerlingen en leerkrachten.