Alleen geld prikkelt de huisarts

Limburgse huisartsen krijgen geld van verzekeraar CZ als ze minder (dure) medicijnen voorschrijven. En dat werkt. Vijf huisartsen uit Hoensbroek houden elkaar scherp. ,,Afgelopen maand schreef je vijf keer dat oorpijnmiddel voor dat ongeschikt is en onnodig duur''

Een grote man links voor het raam houdt een A-viertje omhoog met felgekleurde staafdiagrammen erop. De vijf aanwezige artsen in het gezondheidscentrum van Hoensbroek staken abrupt hun gesprek en staren gebiologeerd naar het papiertje. Het is een overzicht van wat zij de afgelopen vier maanden voor medicijnen hebben voorgeschreven bij milde prostaatklachten.

Elke maand vergaderen vijf huisartsen in Hoensbroek en hun apotheker over hun voorschrijfgedrag. Welke medicijnen bij bepaalde ziekten het beste werken tegen de beste prijs en voortaan voorgeschreven worden, wordt hier bepaald. Welke middelen hun geld niet waard zijn en in de ban gaan óók.

Vergaderingen als deze vinden volgens CZ in Limburg steeds vaker plaats. Dat is een gevolg van de afspraak die het maakte met 120 huisartsen in de regio Heerlen om een half jaar lang minder (dure) medicijnen voor te schrijven. Voor hun medewerking aan dit experiment krijgen de artsen zelf 3.403 euro, het geld dat zij boven dit bedrag besparen, ontvangen zij deels ook.

Vorige week besloten beide partijen dat zij het experiment nog een jaar voortzetten, tot 1 januari 2003. Dit besluit viel nadat bekend werd dat de huisartsen het afgelopen half jaar per persoon ruim 4.500 euro minder uitschreven aan medicijnen. Door de totale besparing van bijna 550.000 euro daalden de medicijnuitgaven in de regio Heerlen enkele procenten.

De vijf Hoensbroekse huisartsen bespreken elke vergadering een andere aandoening. Vandaag zijn dat milde prostaatklachten, een typische vijftigpluskwaal. Apotheker Wibo Boswijk maakt maandelijks diagrammen en grafieken van het voorschrijfgedrag van de artsen. Medicatiebewaking, zegt hij, is onderdeel van mijn vak. Niet dat alle Limburgse apothekers zo denken. De meesten, zegt Boswijk, zien vooral dat zuiniger voorschrijven omzet kost.

,,Jullie schrijven nu vooral tamsulosine voor en ook wel alfusosine'', meldt Boswijk met een blik op zijn staafdiagrammen. De huisartsen Martijn van Nunen en Peter Voorhoeve pakken de drie onder artsen gangbare handboeken farmacologie van tafel en zoeken onder het lemma `prostaat'. Van Nunen: ,,Wat we voorschrijven, klopt redelijk''. ,,Ja, alleen Marian heeft relatief vaak finasteride voorgeschreven'', zegt Boswijk. ,,Dat middel werkt matig en is bedoeld voor ernstiger prostaatklachten.'' Marian Weert. ,,Ik schrijf het alleen indirect voor, via herhalingsrecepten'', zegt ze. ,,Moet ik al die patiënten oproepen om te vertellen dat ze een ander middel moeten gaan slikken?'' Dat doet Bem Bruls, de andere vrouwelijke arts in het gezondheidscentrum, wel. Elke dag is zij een uur kwijt aan het controleren van herhalingsrecepten op doelmatigheid.

Na afloop van de vergadering is Van Nunen tevreden. ,,In elke vergadering verwijzen we wel een paar incorrecte medische opvattingen naar het land der fabelen'', zegt hij. Zelf hoorde hij ditmaal dat hij vijf keer een te duur en ongeschikt middel tegen oorpijnklachten voorschreef. Volgens CZ is deze ,,zelfcorrigerende werking van huisartsen onderling'' dé verklaring waarom het experiment om minder (dure) medicijnen voor te schrijven, werkt. Afgaand op één vergadering van de Hoensbroekse huisartsen, ligt de conclusie voor de hand dat minder geld aan medicijnen uitgeven eenvoudig is. Maar als het zo eenvoudig is, waarom gebeurde het dan niet eerder? Volgens CZ heeft dat alles te maken met het feit dat artsen nu financieel beloond worden voor hun inspanningen, dat maakt het minder vrijblijvend. De Hoensbroekse huisartsen ontkennen dat hun gedrag is veranderd door de bonus.

Volgens huisarts Bram de Wit, woordvoerder namens de Limburgse huisartsen, is de Hoensbroekse praktijk ,,helaas niet representatief''. De Hoensbroekse artsen, zegt hij, staan bekend als fanatiek. De Wit vindt de ,,paar procent'' besparing die alle 120 Limburgse huisartsen het afgelopen half jaar gemiddeld wisten te behalen, teleurstellend. Hij denkt dat op termijn een gemiddelde besparing van 15 procent mogelijk moet zijn.

CZ kan naar eigen zeggen de prestaties van individuele huisartsen niet vaststellen. Maar de zorgverzekeraar erkent dat onderling grote verschillen bestaan. ,,De ene huisarts schrijft tachtig procent medicijnen voor volgens de regels, een ander tien procent.'' De Wit: ,,Dacht je dat overal de cijfers open en bloot op tafel kwamen? Veel huisartsen willen niet direct worden aangesproken op hun voorschrijfgedrag. Die vinden het gezichtsverlies als hun collega's horen dat zij de foute medicijnen voorschrijven.'' De Wit blijft echter optimist, 15 procent besparing moet haalbaar zijn.,,Op dit moment kunnen veel huisartsen nog niet bedrijfsmatig werken. Het vergt veel denkwerk om erachter te komen waarom je een bepaald middel voorschrijft en om je gedrag te veranderen.''