Verspillingscircus

Het grootste verspillingscircus ter wereld kon niet beter beginnen dan gisteren in Melbourne. De Grand Prix van Australië kende zelfs een droomdebuut vol brokstukken die even lang in de lucht bleven zweven als de McLaren van Ralf Schumacher. Het schijnt dat de schuld van dit onbeschaamde knoeiwerk bij Rubens Barrichello lag. Ik wil het best geloven. Brazilianen zijn gek op samba en bij het carnaval van Rio vallen ieder jaar ook slachtoffers. Maar deze keer hoefden de ambulances het circuit van Melbourne niet op te rijden.

Het bleef dus bij de vernietiging van nutteloos kapitaal. Niet minder dan acht bolides werden door de gehaktmolen gehaald. Hoeveel tientallen miljoenen euro's moet dat niet vertegenwoordigen? Alleen al voor de constructie en het onderhoud van de motor van een F1-wagen schijnt jaarlijks zo'n zestig miljoen euro's nodig te zijn. Het totaal budget van Ferrari voor een seizoen ligt rond de 300 miljoen euro wat ongeveer twintig keer dat van een topwielerploeg moet zijn. Ach, wat kan het al die multinationals van het gemotoriseerde autisme schelen?

Tot mijn verbazing zag ik na het spectaculaire ongeluk dat het begin van de race markeerde al die piloten als een gek in de benenwagens springen. Ik dacht even dat er misschien in het midden van dit net aangelegde autokerkhof een ontploffingsgevaar dreigde. Maar nee, al die gehelmde invaliden die zonder gaspedaal onder hun schoenen even heroïsch ogen als een hoogspringer met drie kilo lood in zijn schoenen, vluchtten heus niet. Ze renden als bezetenen naar hun stand om zo snel mogelijk in hun reservewagen plaats te nemen en zo de competitie te kunnen hervatten. De verstandige koersdirecteur Charlie Whiting dacht hier anders over: genoeg geld over de balk gegooid voor vandaag, volgende keer beter.

Ik ben natuurlijk niet deskundig in deze materie en reken mezelf tot de verontwaardigde mopperaars die vinden dat de F1 een volstrekt overbodig tijdverdrijf is geworden. Bevooroordeeld ben ik dus wel. Zo heb ik nooit kunnen begrijpen hoe men de tribunes langs een circuit vol kan krijgen. Wat bezielt al die toeschouwers die uit vrije wil een paar uur lang hun longen met benzinedampen vullen en hun trommelvliezen maltraiteren? Maar meer dan de geldverspilling en de vervuiling van lucht en stilte is het het sportieve aspect van de Formule 1 dat pleit voor de afschaffing van deze tak van sport waarbij de rijkste altijd wint.

Na de jaren van McLaren is het nu Ferrari dat al een tijdje aan de beurt is om elke vorm van spanning in de Formule 1 te vermoorden. Afgelopen weekeinde kregen we alvast een voorproefje van de saaiheidsgraad die dit nieuwe seizoen spoedig zal bereiken. Door het niet op tijd gereed krijgen van zijn nieuwe wagen moest Michael Schumacher het doen met een `verouderd' model waarmee hij vorig jaar probleemloos wereldkampioen werd. In zijn `rammelkast' won Michael met twee vingers in de neus. Wat voor ellende staat ons te wachten als straks Ferrari zijn nieuwe snelheidsmonster eindelijk klaar heeft? In Melbourne reed de Duitser na amper zestien ronden al iedereen op veilige afstand. Er restten nog 42 ronden om een pilsje te gaan drinken en de tijd te doden. Het was de derde opeenvolgende zege van Schumacher in Australië en zijn 54ste overwinning in een Grand Prix. Er moeten nog zestien koersen dit seizoen gereden worden zodat Schumacher zijn totaal ruim boven de zestig zeges kan tillen.

Laten we eerlijk zijn: hoe interessant is de Tour de France als van tevoren vast staat dat Lance Amstrong dit jaar richting zijn zestigste etappezege koerst? Of nog extremer gesteld: wat blijft er van de wielersport over als de beste ronderenner van de laatste jaren over een fiets zou beschikken die tien tot twintig procent sneller is dan die van de concurrentie? Het beste dat de F1 kan overkomen, zou zijn dat de Duitse piloot al die zestien andere Grand Prix' dit jaar in zijn zak steekt. Een prachtig record en tegelijk een verlossende doodsteek voor een wereldvreemde discipline.