Schimmen, sinistere stilte bij Salvatore Sciarrino

In een spervuur van klankflarden zoals `In jouw lichaam met openingen die wij niet kennen vol uitgangen, ramen, gaten en cellen, hemelse openingen en grotten eindeloos druppelend', doorbrak de Florentijnse karmelitesse Maria Magdalena de' Pazzi (1566-1607) langdurige stiltes. Die visioenen verliepen te snel en onverwachts om ze direct aan het papier te kunnen toevertrouwen. Vier novices herhaalden haar uitspraken, waarop vier anderen ze vastlegden.

Salvatore Sciarrino (1942) baseerde daarop zijn muziektheater Finito nero (Oneindig zwart), een soort religieuze happening uit 1998 waarnaar zaterdagavond het Rotterdamse publiek in theater Lantaren gebiologeerd en in doodse stilte luisterde. Regisseur Jos van Kan zag terecht af van afleidende capriolen. Eén streepje licht bescheen de heilige en verder bleven de acht leden van het Ives Ensemble in een kring om haar opgesteld geheel in het duister gehuld.

De titel `Oneindig zwart' had overigens beter `Rood met wit' kunnen zijn, waar er sprake is van bloed dat alles onderdompelt totdat de Heilige Vrouw zichzelf leeg giet, melk met bloed vermengend. Uit de muziek spreekt meer horror dan heiligheid. De Siciliaan Sciarrino is altijd al sterk geweest in muzikaal occultisme, een spookachtig schimmenspel op de rand van sinistere stilte.

Zo viel het gemakkelijk te voorspellen dat deze `extase in één acte' ongeëvenaard theater zou opleveren. Opmerkelijk is hoe de fluit sissend vanachter de tanden sterk afsteekt tegen de nauwelijks hoorbare flageoletten in de strijkers. Bijna alles speelt zich af in een vijfvoudig pianissimo. De partituur oogt met de vele rusttekens enigmatisch. Vreemd is ook dat een tempo-aanduiding ontbreekt, zelfs geen hint wordt gegeven.

De muziek gaat over adem en hartkloppingen. Zoveel is zeker. De uitbarstingen zijn schaars waarbij het lijkt of de mystica met twee tongen spreekt: duivels in het lage borstregister, en goddelijk in het allerhoogste, razendsnel afgewisseld. Het is een prachtrol van Helena Rasker, maar ook het Ives Ensemble musiceert ongeëvenaard rasmuzikaal, met adembenemende precisie en schitterend van timing.

Daarmee vergeleken moest de muziek van Gerald Barry (1952) in Dingen die beter uitkomen op een schilderij (1977) wel wat gewoontjes uitvallen. Ook de Ier portretteert een vrouw in een gesloten gemeenschap: de Japanse hofdame Sei Shonagon die in haar Hoofdkussenboek (circa 996) kritiek levert op haar omgeving. Je vraagt je af wat ze van onze huidige mode had gevonden waar zij zich ergert aan navels die onder een doorschijnend gewaad zichtbaar worden, want over dit soort onderwerpen handelt haar dagboek. De sopraan Francine van der Heijden, begeleid door piano en cello, spreekt veel en zingt slechts zeventien maten.

De muziek is aan de lijzige kant met simpele drieklanken in de piano die naïef aandoen maar een meer explosief middendeel met een `gedementeerd' hoge cello weet te boeien en opnieuw toont de onopdringerige regie de nodige respect voor de muziek. Barry eist in de partituur ook niet meer dan een kamerscherm van twee bij twee meter, een tafeltje met twee boeken en drie spotlights. De componist studeerde bij Kagel en die houdt het ook liever sober.

Voorstelling: Infinite things van Sciarrino en Barry door Ives Ensemble; regie Jos van Kan. Gehoord: 2/3 Lantaren Rotterdam. Herh.: 8, 9/3 De Balie Amsterdam; 12/3 Theater Romein Leeuwarden; 13/3 Theater Kikker Utrecht; 15/3 Korzotheater Den Haag; 16/3 Kloveniersdoelen Middelburg.