Rondzeulen met een kruiwagen

De slagveldarcheoloog staart voor zich uit met een imbeciele uitdrukking op zijn gezicht. Hij heeft dan ook net de pin uit een anti-persoonmijn getrokken en vliegt vervolgens in stukjes door de lucht. Boven hem staat, als een koningin of engel, een vrouw bij de balustrade. Ze kijkt onverschillig.

Graven in de aarde en het reconstrueren van al wat je tegenkomt: botten, stenen en vergane liefde. Dat is het thema van de voorstelling Grond, archeologie van een verloren passie. De locatie is goed gekozen: Ruigoord in Amsterdam, voorheen een kunstenaarskolonie, nu een platgewalste vlakte met een paar huisjes en een kerk.

In die kerk rommelt de archeoloog (Teo Joling) door de ruimte. Net als de vier muzikanten sleept hij puin heen en weer en borstelt een steentje. De vrouw op haar verhoging heeft een huiskamer tot haar beschikking, alwaar zij af en toe de verrichtingen van de mannen gadeslaat, maar vaker de was ophangt of oud papier en andere troep naar beneden smijt. De handelingen worden afgewisseld door muziek van klassieke componisten.

De plek, het thema, de muziek en het feit dat Paul Koek regisseert, wekt de nieuwsgierigheid. Want Koek is een man die raad weet met bijzondere muziek op mooie locaties en die al eerder muziektheater maakte. Met de muziek zit het dan ook goed. Klarinettist Michael Moore componeerde een mooie mix van oud en nieuw en zijn drie medemuzikanten spelen adequaat. Bovendien heeft de toetsenist naast zijn spinet een ingenieus opgehangen viool tot zijn beschikking, waar hij door middel van een toetsenbord op speelt, terwijl zijn andere hand een strijkstok heen en weer haalt. De vrouw (Lucia Meeuwssen) mag af en toe meezingen en de kerk zorgt voor de sfeer. Maar dat zijn de enige verteerbare momenten van de voorstelling.

De tekst van Paul Pourveur wordt grotendeels gemangeld door de vervormingen uit de geluidsboxen die overal staan opgesteld. Soms is het effect onverstaanbaar, soms verlaagt het de zinnen tot fluisterende lege praat in eindeloze herhaling: ,,Zal ik dan nooit meer kunnen zeggen hoeveel ik van je hou-hou-hou.'' Die ingrepen wekken de indruk dat Koek de tekst tot een abstracte, ritmische ondergrond voor de muzikanten wilde maken. Dat gebeurt uiteindelijk niet, omdat hij vervolgens tekst en muziek weer scheidt, al laat hij de blazers er bij de enigszins verstaanbaar uitgesproken gedeeltes luchtig improviserend doorheen piepen.

Daarnaast is er nauwelijks een zichtbare dramatische ontwikkeling. Dat komt omdat de enige acteur die het gezelschap rijk is, archeoloog Joling, maar één trucje tentoonspreidt: mimig bewegen op muziek. Hij toont zelfs geen vergane liefde voor de koningin die boven zijn hoofd rondhangt, hij heeft niets met de bestofte botten die hij betast en hij blijft onaangedaan onder de woorden die over zijn lippen rollen.

Dat is vreemd, want juist Joling is verantwoordelijk voor het concept van de voorstelling. Volgens het programmaboekje vroeg hij zich onder meer af of men ook geluiden vanuit het verleden zou kunnen terugvinden en wilde hij op die manier een compositie van muziek, beeld en taal creëren. In de praktijk bestaat zijn bijdrage aan de compositie vooral uit het rondzeulen met een kruiwagen. De rest van de tijd staart hij met een wisselende serie uitdrukkingen naar het publiek, zeer expressief, maar zonder relatie tot het verhaal. Op die manier ontneemt hij elke diepgang aan de voorstelling. Want zonder liefde en aandacht voor de schatten uit het verleden, verworden opgravingen tot zinloos wroeten in een bergje puin.

Voorstelling: Grond door Veenstudio/ZTHollandia en Stichting M.G.V. Tekst: Paul Pourveur. Regie: Paul Koek. Compositie: Michael Moore. Concept/Spel: Teo Joling. Gezien: 1/3 Ruigoord, Amsterdam. Aldaar t/m 29/3. Inl. (040) 246 0656 of www.zthollandia.nl