Raoul Heertje in een bijna volmaakte Lenny Bruce

Het publiek behagen en beschimpen, geliefd willen worden en tegelijk kwetsen: de Amerikaanse stand-up comedian Lenny Bruce (1925-1966) maakte van deze paradox zijn tragische roeping. Nu herleeft hij op het podium van een nachtclub in de gestalte van twee Nederlandse komedianten, Raoul Heertje en Hans Sibbel. De spelers wisselen elkaar af.Ik zag afgelopen vrijdagavond in de Groningse Stadsschouwburg Raoul Heertje in een voorstelling die bijna volmaakt is. In timing, in de zucht gevaarlijk en confronterend theater te maken, in moed en emotioneel effect.

Het decor in de voorstelling van het Noord Nederlands Toneel is meteen raak. Reusachtig uitvergrote vrouwenbenen met stijlvolle naaldhak sieren de achterwand op, vergezeld van het logo van de City of New York Police. Een bandstand baadt in roze licht. Gouden stroken glitter bakenen de speelvloer af. Deze plek is weliswaar een roezige nachtclub, maar de wet is niet ver weg.

Regisseur en tekstschrijver Koos Terpstra volgt in grote lijnen het levensverhaal van de stand-up comedian die het puriteinse Amerika tegen zich in het harnas joeg. Aanvankelijk niet, toen werd hij gevierd. Maar zijn subversieve, zelfs agressieve humor werd justitie een doorn in het oog. Het publiek keerde hem de rug toe. Hij stierf aan een overdosis drugs.

Bruce is de Charlie Parker van de comedy, even bejubeld als verguisd, gezocht door de politie en, uiteindelijk, de eenzaamheid ingejaagd. In het door Terpstra gemonteerde raamwerk creëert Heertje zijn eigen titelrol. Hij wordt omringd door goede acteurs en actrices, zoals de eigenaar van de nachtclub, de politieagenten, zijn collega's en de rechters. Zijn vrouw zal hem verlaten, want ze is niet langer opgewassen tegen het egocentrisme van Bruce. Alleen in het schaarse licht van de nachtclub floreert hij, daarbuiten is hij niemand. Hij heeft zijn acts nodig, zowel om de hypocrisie van de Amerikaanse samenleving aan de kaak te stellen als om zich van zijn moralistische obsessies te bevrijden. Politiemacht en justitie luizen hem er uiteindelijk in. Het is het verhaal van elke dissidente kunstenaar in Amerika.

Heertje vertolkt geen acteursrol. Hij blijft de stand-up speler, verslaafd aan microfoon, spotlicht en Publikumsbeschimpfung. De monologen zijn als briljante, vrije variaties waarin het verlangen `in iemands hoofd te kunnen kijken' de rode draad vormt. Het enige bezwaar is dat Heertje net niet écht grof en pijnlijk wordt. Het subtiele grensgebied tussen aandrang om, als toeschouwer, weg te gaan en verlangen toch te blijven, vindt hij niet. Nog niet. De moslimgrappen hebben we eerder gehoord. Er is voldoende mis in de Nederlandse politiek dat erom vraagt keihard en virtuoos gehekeld te worden. Het onderscheid tussen Heertje als comedian en Heertje als Lenny Bruce vervluchtigt gaandeweg, en dat is spannend. Echt op dreef is hij in zijn tirade tegen kroonprins Willem-Alexander. Hier raakt Heertje de kern van wat een stand-upper is: iemand met het juiste seismografische gevoel voor het falen van besef van waarheid. Zijn verontwaardiging moet authentiek zijn.

Heertje heeft zichzelf een hoge missie gesteld. Net als Lenny Bruce wil hij het morele bewustzijn van de mens aanscherpen. Daartoe gebruikt hij alle theatrale middelen, en terecht. Bits, agressief, persoonlijk, ontroerend, schrijnend: hij kan het allemaal.

Voorstelling: Lenny Bruce van Koos Terpstra en Raoul Heertje/ Hans Sibbel door Noord Nederlands Toneel. Gezien: 1/3 Stadsschouwburg, Groningen. Tournee t/m 7/5. Inl.: 050-311 33 88; website: www.nnt.nl.