Openen en sluiten

De rits kan twee kanten op. Technisch gezien wordt de rits steeds beter. Het technisch vernuft wordt niet altijd en op alle plaatsen in onze kleding toegepast. Het moet almaar goedkoper. En de designer wil geen spiraalrits in een gulp.

Ritsen zijn er nu zo'n honderd jaar. De eerste rits, die nog heel raar in elkaar zat, werd in 1891 gefabriceerd door Whitcomb Judson. Maar in 1905 maakte hij een rits die al veel leek op de huidige metalen rits. Dus bijna een eeuw geleden.

In die honderd jaar is de rits niet almaar beter geworden. Er zijn heel ingenieuze, heel sterke en gespecialiseerde ritsen gekomen die lucht- en waterdicht zijn, die kunnen vouwen, die op twee manieren open kunnen en wat al niet. Maar tegenwoordig worden in broeken en andere kledingstukken ook simpele ritsen aangebracht die al binnen een half jaar kapot zijn. Zo te zien gaat het met de rits twee kanten op: een goede en een kwade.

Bij de Japanse ritsenfabriek YKK in Sneek wordt dat niet van harte bevestigd maar ook niet met klem tegengesproken. YKK (Yoshida Kogyo KK), dat zich al in 1964 in Sneek vestigde, is met tientallen vestigingen over de wereld mondiaal marktleider op het gebied van ritsen. Tot voor kort had het Duitse Opti in Winschoten ook een bedrijf dat ritsen maakte, Opti-Lon ritsen, maar na de overname door Coats-Viyella is dat een verkoopkantoor geworden. Verderop in Nederland, in Woudenberg, is er nog Co-Ho dat sinds 1980 `treksluitingen' maakt, voornamelijk van plastic.

De YKK-ritsen zijn de beste die er zijn, zegt men in Sneek. ,,Wij kunnen de Mercedes onder de ritsen leveren. Het probleem is dat veel afnemers tegenwoordig liever een Volkswagentje willen. Kleding gaat steeds korter mee en wordt vaak met minimale marge verkocht. Voor ziekenhuizen en dergelijke is er wegwerpkleding die maar één keer mee hoeft. De rits kan dus vaak niet goedkoop genoeg zijn. Wij worden wel gedwongen ook goedkope ritsen te maken.'' Een ander probleem is dat in het Verre Oosten aan de lopende band YKK-imitaties op de markt komen, compleet met de merknaam YKK. YKK heeft er een dagtaak aan om de vervalsers aan te pakken en veel helpt het niet. In een zelf uitgegeven brochure worden de voornaamste verschillen tussen echte YKK-ritsen en `counterfeit zippers' opgesomd.

Toch, wie de databank van het Amerikaanse patentbureau (www.uspto.gov) doorzoekt op nieuwe ontwerpen voor `slide fasteners' ziet dat YKK in Tokio zonder ophouden nieuwe octrooien aanvraagt. Het merendeel van de ritspatenten dat de laatste jaren is verstrekt staat op naam van YKK. De hoop op een afdoende verdediging tegen imitatie is kennelijk niet opgegeven.

Waarop richt zich al die innovatie? In de eerste plaats op aanpassingen aan en inpassing in de heersende kledingmode, de rits is modisch geworden. Kleding wordt steeds dunner en vaak moet de rits zoveel mogelijk verborgen blijven: blinde ritsen. Dan zijn er de vele ritsen voor een speciaal gebruik: de goedkope voor wegwerpkleding, de brandwerende voor de brandweer, de waterdichte voor duikers en de vuilbestendige voor in schoenen. Extra sterke ritsen worden aangebracht in tassen, koffers, slaapzakken en rugzakken. In die laatste vindt men vaak dubbeldeelbare ritsen die van twee kanten open en dicht kunnen. Het leger wil ritsen in zijn slaapzakken met een quick release sluiting. Voor andere toepassingen worden juist mogelijkheden voor vergrendeling of borging ingebouwd. Europese wetgeving op het gebied van nikkelgebruik dwong ook veel innovatie af. En ten slotte, het kan niet ontkend worden, staat veel innovatie in het teken van goedkoper produceren. YKK bouwt zelf zijn machines waarop de ritsen gemaakt worden.

Ritsen zijn op veel manieren in te delen, in deelbare en ondeelbare ritsen, geremde en ongeremde ritsen, maar het nuttigst is toch de indeling in ritsen die uit spiralen bestaan en ritsen die tandjes (`elementen') hebben. Die laatste zijn er van metaal en van plastic: polyester, nylon of soms zelfs van POM. De vakman spreekt van spiraalritsen, metalen ritsen en bloktandritsen. Spiraalritsen zijn altijd van plastic (nylon) en gelden als de sterkste ritsen die er zijn. De spiraalrits heeft een herstellend vermogen. Niet alleen YKK zegt dat, ook Coats-Opti in Winschoten. In Winschoten haalt men 70 procent van de ritsenomzet uit spiraalritsen. Maar in broeken, jassen en fleece-truien monteren kledingontwerpers nog steeds liever metalen ritsen of bloktandritsen. De designer wil geen spiraalrits in een gulp.

De basis van de doorsnee rits is een geweven band waarin aan één zijde een koord is meegeweven. Op dat koordje zijn de tandjes geklemd. Dat te doen zonder dat de tandjes later kunnen scheefbuigen of loslaten is het geheim van de smid. Bij de eerste, vooroorlogse ritsen (die van aluminium waren en erg corrodeerden) raakten de tandjes nogal eens los, dat komt tegenwoordig minder voor.

De tandjes van metalen ritsen worden uit metaal geperst en later soms nog gepolijst, de bloktandjes van de plastic rits worden gespuitgiet.

Op de uiteinden van de rits zitten stoppers die het schuifje tegenhouden. De onderuiteinden van de gulp-rits, die tot de ondeelbare ritsen behoort, worden tegenwoordig vaak bijeengehouden door een simpel krammetje dat makkelijk losschiet. In goede ritsen is een trekvastere voorziening aangebracht.

De tandjes van de rits worden in elkaar geschoven door de `slide' die in Nederland lopertje, schuifje, treintje of sluiter heet. Het lopertje is voorzien van een beweeglijk handvat, de `pull-tab', die men in Sneek `treklepel' of `greepplaat' noemt. Het lopertje is gevoeliger dan hij lijkt, hij kan snel slijten, verbuigen of belangrijke onderdelen verliezen: in het bijzonder de rem (de `lock').

Het kenmerk van een goede rits is dat hij aan nauwe toleranties voldoet. Dat betekent dat hij noch te zwaar noch te licht dichtritst. Bij de metalen ritsen is er verder wat houvast aan de hoogte van de bergen en dalen die in elkaar moeten passen. Zijn de `mountains' te laag dan zal de rits makkelijk kunnen openschieten. Voor verdere conclusies over kwaliteit is men vooral aangewezen op testen zoals die zijn beschreven in de DIN-normen 3417, 3418 en 3419. Een snelle, klassieke test die zicht geeft op de sterkte van zijn rits: de gesloten rits vouwen en proberen uit elkaar te trekken. Goedkope ritsen hebben meestal een slechte `folding lateral strength'.