Möring en New York gaan niet samen

,,Er zijn dagen dat ik het jammer vind dat ik niet Marcel Möring ben'', zei schrijver Hans Maarten van den Brink afgelopen vrijdagavond aan het begin van zijn optreden in de New Yorkse KGB Bar. Het centraal in Manhattan gelegen kleine, maar sfeervolle café – het lijkt nogal op `The Beanery' in het Stedelijk Museum Amsterdam – was een van de vier locaties waar op initiatief van het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds vorige week acht Nederlandse schrijvers optraden voor een Amerikaans publiek.

Het publiek was eigenlijk voor Möring gekomen, zo bestefte Van den Brink. Die was echter met een beginnende hernia in Nederland achtergebleven. Exact een jaar eerder had Möring ook al verstek laten gaan in New York waar hij verwacht werd voor de prestigieuze Aga Khan Prize of Fiction.

Mörings afwezigheid dit jaar werd aan het begin van de avond aan het publiek, dertig man groot, bekendgemaakt. Een teleurgestelde dame riep ,,Ik heb uren gereisd om Möring te zien!'', maar even later luisterden de Amerikanen geboeid naar Van den Brink, die tegen een achtergrond van toeterende auto's en loeiende sirenes het begin van zijn vorig jaar in het Amerikaans verschenen roman Over het water (On the Water) voorlas. New York Times-redacteur en schrijver Stephen J. Dubner (Turbulent Souls), die oorspronkelijk Möring zou interviewen, las voor uit zijn nieuwe boek Confusions of a hero-worshipper, waarin hij zijn verering van de football-speler Franco Harris beschrijft.

Het publiek was na afloop onder de indruk van Van den Brink. ,,Hij is zeer interessant'', vond Sheila Desmond, een New Yorkse dichteres die het optreden bijwoonde. ,,Mijn dochter en ik hebben In Babylon van Möring met veel plezier gelezen, maar het begin van On the Water belooft ook wat.''

Het kleine publiek in de KGB Bar was niet representatief voor de `Dutch writers reading in New York'-week. ,,Dit was de slechtst bezochte avond'', constateerde Maria Vlaar van het Produktiefonds. ,,Donderdag, bij Claus en Nooteboom in The New School, waren er 300 mensen. En toen Grunberg en Van den Boogaard in de KGB Bar optraden, zat het publiek als haringen in een ton.''

,,Nederlandse schrijvers stellen natuurlijk niet zo veel voor in Amerika'', relativeerde Van den Brink. ,,Maar er is de laatste jaren onmiskenbaar meer belangstelling.'' De gebonden eerste druk van On the Water werd goed ontvangen. Daarom wordt er nu een paperback-versie uitgebracht. ,,Dan is mijn doorbraak in Amerika een feit,'' lachte Van den Brink.

Naast Claus, Grunberg, Van den Boogaard, Nooteboom en Van den Brink waren er nog optredens in New York van Margriet de Moor, Maya Rasker en Henk van Woerden. Hugo Claus had pech: hij was de gedichten die hij wilde voorlezen vergeten mee te nemen. Nadat hij ze in New York vanuit het Engels had terugvertaald, liet hij de vertalingen liggen in een taxi.