Met een rappende suppoost door de museumnacht

Negenentwintig musea namen afgelopen weekend deel aan de eerste Rotterdamse Museumnacht. Kunstliefhebbers trokken er massaal op uit. In sommige musea was de toeloop zelfs zo groot, dat de medewerkers de stroom bezoekers niet aankonden.

Het Pneumatisch Trio – plastic pakken, mini-drumstel, twee saxen en blikkerige megafoons – werkt eerst de reggaeversie van de Venga Boys-hit Boom, boom, boom af om daarna Sexbomb van Tom Jones (eigenlijk: Prince) te lanceren. Op willekeurig iedere andere avond zou het drietal in het Rotterdamse Museumpark voor twee hondenuitlaters en een verdwaalde junk hebben gespeeld, maar deze zaterdagavond schuifelt het publiek met tientallen tegelijk langs. Skateboys, yuppen, kunstacademiestudenten, houders van 65-plus passen en gezinnen met kinderwagens, allemaal op weg naar een van de 29 musea en galeries die deelnemen aan de eerste Rotterdamse Museumnacht.

Er wordt druk overlegd over de te volgen route. Eerst naar de Kunsthal waar de nachtmode van Marlies Dekkers wordt geshowd vanuit een reuzenstapelbed en op de maat van hyper-Rotterdamse Ted Langenbach-house? Of liever experimentele elektronica in de foyer van het Nederlands Architecuurinstituut, roulette spelen in het Schielandhuis of een demonstratie `bolletjesslikker vangen met narcoticaspeurhonden' in het Belasting- en Douanemuseum?

Zij die kiezen voor het vertrouwde Boijmans Van Beuningen kunnen zich meteen aansluiten bij een ge-rapte rondleiding. Met gettoblaster onder de arm maken twee ritmische rijmers de gang langs Pyke Kochs De Schiettent (`Klik, klik, klik, boem, kermistent/ drie keer schieten, vijf eurocent'), de wc-pot van Sarah Lucas (`Broek omlaag, bril omhoog/ Ook de meisjes willen droog') en Joep van Lieshouts Biopik (`Wie houdt er niet van seks?'). Een verdieping hoger trekt de knipperlichtenmuur van Carsten Höller een hoop nieuwsgierigen. Niet iedereen vertrouwt het kunstwerk, dat bestaat uit 3.456 lampen die aan- en uitfloepen met dezelfde frequentie als hersenneuronen en zo hallucinaties opwekken. ,,Durf jij dan wel?!' daagt een tienermeisje met vlechtjes haar vriendin uit. ,,Gevaarlijk hoor, die kunst...'

Vorig jaar experimenteerden de Rotterdamse galeries al met een gezamelijke avondopenstelling onder de naam Nocturne. Maar het aantal van vijfhonderd bezoekers toen is nu al in de voorverkoop verdubbeld. ,,Alsof we de neergaande spiraal van het Culturele Hoofdstad-jaar weer omhoog trekken', zegt organisator Geer Pouls, bestuurslid van Art Rotterdam. De Rotterdamse Museumnacht was bedoeld als kleinschalig initiatief – minder pretentieus dan de museumnacht in Utrecht en zonder de Uitmarkt-uitstraling van de Amsterdamse versie. ,,Godzijdank kunnen we hier niet dansen onder de Nachtwacht', stelt Pouls, die de allereerste museumnachten van Berlijn en Keulen als inspiratiebron noemt. ,,Deze nacht moet gaan om de kunst en de musea, niet om de horeca. En je kunt dan dansen in het Wereldmuseum, maar dat is dan wel tango. De activiteiten moeten aansluiten bij de tentoonstellingen die er al zijn.'

Net als Art Rotterdam, dat vanwege zijn non-commerciële instelling goed in de smaak valt bij galeriehouders die de massale KunstRAI zat zijn, kan de Rotterdamse Museumnacht rekenen op een enthousiast onthaal. De poging om een nieuw, vooral jong, publiek voor kunst te interesseren kan meer dan geslaagd genoemd worden. Om tien uur is het al dringen bij de smalle ingang van de Kunsthal, een uurtje later moet kunstcentrum Witte de With – gewoonlijk vooral bezocht door die-hard liefhebbers van het intellectuele experiment – zelfs bezoekers weigeren omdat de medewerkers de stroom niet meer aankunnen. Alle 4.800 passepartouts zijn dan allang verkocht en de inderhaast gemaakte extra kaartjes vliegen de toonbank over. Bij de stampvolle musea gaan de deuren dicht met een suppoost ervoor, alsof het de populairste clubs van de stad zijn.

De naar schatting acht- à tienduizend bezoekers kunnen gelukkig ook nog terecht bij de galeries in de Witte de Withstraat. Met vuurvreters en aardappelpoffers op de stoep en overal muziek biedt de zogenoemde Rotterdamse Kunst-as de aanblik van een collectief gevierde openingsavond. In Phoebus wordt geëxposeerd werk toegelicht met lezingen, in modestudio DVDV draperen ontwerpers hun creaties over paspoppen terwijl schilders levensgrote decors vol penselen, en bij Mama wordt de tentoonstelling Space Invaders geopend met het uitdelen van zelf gemaakte erwtensoep. Noname Galerie, dat met zijn locatie in de Hoogstraat een beetje uit de route ligt, trekt bezoekers door ze simpelweg een busritje naar geheime bestemming te beloven. En niet alleen het jonge doelgroeppubliek accepteert dit avontuurlijke aanbod, ook twee bejaarde dames laten zich verleiden. Giechelend: ,,Het is maar één keer museumnacht, niet?'

Gerectificeerd

Van Lieshout

In het fotobijschrift bij het artikel Met een rappende suppoost door de museumnacht (4 maart, pagina 9) wordt Ted van Lieshout de maker van het `multi-vrouwenbed' genoemd. Bedoeld is beeldend kunstenaar Joep van Lieshout.