Israël stuurloos in een orkaan

De Israëlische premier Sharon heeft geen andere oplossing voor het conflict met de Palestijnen dan verheviging van de strijd. Daardoor groeit verwarring.

Onder de druk van de zware slagen die de Palestijnen de civiele bevolking en het leger toebrengen wordt in Israël de ontstane situatie na 17 maanden intifadah als ,,oorlogstoestand'' gekarakteriseerd. In nationalistische kringen in en buiten de regering wordt zelfs over een ,,strijd om het bestaan'' gesproken, alsof het voortbestaan van Israël, met het modernste leger in het Midden-Oosten, op het spel staat.

Met herinneringen aan de onafhankelijkheidsoorlog in 1948, waaraan hij als jonge officier deelnam, heeft premier Ariel Sharon zich daarin vastgebeten. Dat verklaart zijn belofte dat ,,wij zullen winnen'', waarmee hij eigenlijk zegt ,,we moeten zegevieren''.

Indien Sharon daar ook een duidelijke politieke richting aan zou geven zou hij het dagelijks zijn doden en gewonden tellende Israëlische volk ook hoop kunnen bieden. Daar ontbreekt het echter aan. Gisteren liet hij zelfs door de secretaris van de regering de vredesideeën van de Saoedische kroonprins Abdullah een koude douche geven. ,,Terugtrekking tot de lijnen van 1967 brengt de staat Israël in gevaar'', zei de secretaris. Dat daar vrede en normalisering van de betrekkingen met de Arabische wereld tegenover staan, kwam niet eens ter sprake. Want de prijs daarvoor, de stichting van een onafhankelijke Palestijnse staat in vrijwel alle bezette gebieden met Oost-Jeruzalem als hoofdstad, wil Sharon niet betalen.

Wat hij wel wil aan het hoofd van de regering van nationale eenheid, met minister van Buitenlandse Zaken Shimon Peres naast zich, behalve het neerslaan van de Palestijnse onafhankelijkheidsopstand, is een raadsel. Een psychiater legde een dezer dagen op radio Israël uit dat de Israëliërs veel beter hun verliezen en rouw zouden kunnen dragen indien Sharon zijn volk in plaats van `geweld tegen geweld' ook een vleugje hoop zou geven. Dat deed hij wel tijdens zijn sterke verkiezingscampagne, begin 2000. Sharon beloofde het Israëlische volk toen ,,vrede en veiligheid''. Daar is niets van terecht gekomen. De pijnlijke teleurstelling bij heel veel Israëliërs over het niet nakomen van deze verkiezingsbelofte komt tot uitdrukking in de snel dalende populariteit van Sharon. Nog maar 47 procent vindt volgens een peiling van het afgelopen weekeinde dat hij het goed doet.

Een leider in oorlogstijd die niets beters te bieden heeft dan verheviging van de strijd, zonder politiek plan, verhoogt de verwarring in eigen gelederen. Dat is precies wat er aan de hand is. Israël is de kluts kwijt, een stuurloos schip in een orkaan. Meir Pe'il, een militaire strateeg, en een der eerste pleitbezorgers voor de stichting van een Palestijnse staat, bepleitte vanmorgen herovering van de Palestijnse gebieden op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook. Niet om er te blijven. Nee, om na de ontwapening van de Palestijnen alle bezette gebieden zo snel mogelijk aan de Palestijnen terug te geven. Minister Benni Allon van de Nationale Unie is ook voor herovering van de Palestijnse gebieden, inclusief de verdrijving van Yasser Arafat uit Ramallah – niet om er weer weg te gaan maar om er, in het land van Israël, te blijven. Dan zijn er politici van links en rechts die voor eenzijdig terugtrekken uit grote delen uit bezet gebied zijn, achter een veiligheidsgordel. Deze ideeën en andere hebben, met uitzondering van de ideologische opstelling betreffende de ondeelbaarheid van Eretz-Israël, het land van Israël, als uitgangspunt dat er geen militaire oplossing is voor het al een eeuw durende conflict met de Palestijnen.

De basisdoctrine van het Israëlische leger is oorlog tegen Arabische legers. Van het vechten van een guerrillaoorlog op de schaal zoals hij zich nu met de Palestijnen ontwikkelt, hebben de generaals geen kaas gegeten. Met F-16 straaljagers, helikopters en tanks kan een beweeglijke guerrilla niet worden bedwongen. De Fransen konden dat niet in Algerije en de Amerikanen liepen vast in Vietnam. Als generaals via hun journalistieke connecties durven te zeggen dat er geen militaire oplossing voor het conflict met de Palestijnen is, bedoelen ze te zeggen dat het Israëlische leger de Palestijnen niet de baas kan tenzij alle regels van moraliteit worden geschonden en Israël zware verliezen accepteert.

In de oorlog van 1973 bleken de nederzettingen op de Hoogvlakte van Golan voor de aanstormende Syrische tanks onverdedigbaar. De meeste nederzettingen werden toen ijlings ontruimd. Achtentwintig jaar later put de verdediging van de nederzettingen in bezet gebied het kleine staande Israëlische leger uit. Veel mankracht gaat verloren in de statische verdediging van nederzettingen en wegbarricades tegen de zeer beweeglijke Palestijnse strijders. Met een oude karabijn velde een Palestijnse scherpschutter gisterochtend zeven soldaten en drie burgers bij een wegversperring nabij de nederzetting Ofra. In een half uur schoot vuurde hij rustig 25 kogels af vanaf een heuvel op de lager gelegen Israëlische positie. Dat hij ook nog ontsnapte vergroot de schaamte van de legerleiding over deze zowel strategische als tactische blunder. Minder dramatisch, maar volgens hetzelfde principe hebben Palestijnse strijders dergelijke stukjes bravoure elders eerder op hun naam geschreven.

Het Israëlische staande leger is te klein om de lange grenzen en de nederzettingen te bewaken en te beveiligen. In oorlogstoestand bouwt het leger op de honderdduizenden reservisten die kunnen worden opgeroepen. De dag lijkt niet ver af dat het opperbevel op grote aantallen reservisten een beroep zal moeten doen om de oorlog tegen de Palestijnen met groter succes te kunnen voeren. Zoals tijdens de Libanese oorlog gebeurde, zal de zware belasting voor de samenleving van de oorlog tegen de Palestijnen uiteindelijk Israël in politiek opzicht verscheuren. Verschijnselen daarvan die nu al de kop opsteken, zoals dienstweigering in bezet gebied, zullen dominerender worden nu politici en generaals een lange strijd voorspellen. Uithoudingsvermogen is onder deze omstandigheden niet Israëls sterkste kant omdat voor veel Israëliërs een oorlog om het behoud van de Westelijke Jordaanoever – het Land van Israël – taboe is.