Heerlijk snotteren aan het graf

Jantje was een haveloos ventje. Moeder had geen geld om een broek te kopen. Toch moest Jantje een nieuwe broek, want in zijn oude zat een scheur. De kinderen op school riepen: ,,Jouw billen, die zien we d'r deur!'' Tenslotte trok Moeder haar eigen rok uit, ,,de enigste die ze bezat'', om daarvan een broek voor Jantje te maken. Maar nooit zag ze hem zijn nieuwe broek, want ze stierf van narigheid. En zie: ,,Toen Jantje haar mee ging begraven, toen had-ie zijn broekie pas an.''

Dit is een smartlap, en zo hoort het in zo'n lied te gaan. `t Broekie van Jantje, in 1904 geschreven door J.H. Speenhoff en veel later ook vertolkt door de Zangeres zonder Naam, is het prototype van de op rijm gezette aaneenschakeling van narigheden met een zo wrang mogelijke slotnoot. Het ontbreekt er nog maar aan dat Jantje van louter verdriet ook zelf een voortijdige dood vindt, maar nee, zo is het nog beter: het ouderloze ventje staat verscheurd van verdriet aan het graf, terwijl het symbool van moederliefde rond zijn billen spant.

`t Broekie van Jantje is een van de 142 hartverscheurende teksten in de door Jacques Klöters samengestelde bloemlezing Huilen is voor jou te laat... die vanavond officieel ten doop wordt gehouden bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar (E27,50). De titel verwijst naar het gelijknamige lied van Pierre Kartner uit 1970, gezongen door Corry Konings, een lied waarin van een chronologische reeks gebeurtenissen geen sprake is. Hier heerst de status quo: ,,Huilen is voor jou te laat, ik kom niet meer / wacht maar niet op mij, het is de laatste keer / dat je mij bedrogen hebt, het is te laat / want mijn liefde voor jou, dat is nu toch enkel haat.''

Klöters koos voor smartlappen en levensliederen, want beide aanduidingen komen naar zijn zeggen op hetzelfde neer: ,,Over andermans ellende is het fijn zingen.'' Het enige verschil is dat de uitvoerenden door de jaren heen liever van levensliederen hebben gesproken, terwijl de tegenstanders vaker het woord smartlap gebruikten. Er is echter ook nog een puristische interpretatie mogelijk: ieder droevig lied is als levenslied te betitelen, maar de smartlap schetst bij voorkeur een door tegenslagen geteisterde levensloop van de wieg tot het graf. Zo bezien is Scheiden doet lijden een levenslied en Ketelbinkie (`die straatjongen uit Rotterdam') een smartlap.

De smartlap ontleent zijn benaming aan de straatzangers die in vroeger tijden een oprolbare lap zeil bij zich droegen, waarop prentjes stonden die het verloop van de bezongen gebeurtenissen illustreerden. De man ontrolde de lap en wees tijdens het zingen met een stok het desbetreffende tafereeltje aan, een ander plaatje voor elk couplet. Enkele bewaard gebleven zeildoeken prijken in het Museum van Speeldoos tot Pierement, waar wordt verklaard dat dit de herkomst van het woord smartlap is. Ook de Van Dale sluit zich daarbij aan.

Jacques Klöters onthult nu echter dat hij deze uitleg uit de duim heeft gezogen, toen hij in 1976 meewerkte aan een kermistentoonstelling in het Toneelmuseum. ,,Het leek me een aannemelijke verklaring voor het woord.'' Maar in werkelijkheid blijkt dat het woord `smartlap' in de 19de eeuw helemaal niet bestond. De vroegste vindplaats is het Jaarboek 1962 van de Winkler Prins, waarin het werd vermeld in de rubriek `nieuwe woorden in onze taal', met als uitleg: `hyper-sentimenteel ,,levenslied'' in populaire balladevorm'.

Wie het woord heeft verzonnen, heeft Klöters niet kunnen achterhalen. Of het was wellicht een rechtstreekse vertaling van het Duitse woord Smachtfetzen. Het is, hoe dan ook, pas ontstaan in het begin van de jaren zestig, en dus nog slechts een jaar of veertig oud.