Drank, drugs & aanpak

Jong zijn in een welvaartsland als Nederland heeft zijn voordelen. Alles is te koop, ook de verboden vruchten. Als leven consumeren is – en dat is de boodschap die menigeen van jongs af aan meekrijgt – dan is het zaak de consumptie serieus te nemen. Zo bezien is het geen wonder dat Nederlandse jongeren het afgelopen decennium meer zijn gaan roken, drinken en blowen. Uit het rapport `Tijd voor gezond gedrag' van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), dat vorige week verscheen, blijkt dat 44 procent van de 15- tot 19-jarigen rookt; dat 40 procent regelmatig vijf of meer glazen alcohol drinkt en dat het gebruik van softdrugs in deze groep de laatste tien jaar is toegenomen met 30 procent.

Jongeren hebben altijd hun grenzen gezocht. Dat ze roken, drinken en blowen (en onveilig vrijen) is van alle tijden. Toch is er reden tot zorg, voor de korte én lange termijn. De Postbus 51-spotjes halen weinig tot niets uit. Jongeren lijken de huidige voorlichting over roken en drinken beu te zijn. Een kritisch onderzoek naar de effectiviteit van die campagnes verdient dan ook aanbeveling. Maar dat is niet het belangrijkste. Een gezonde leefstijl is ieders eigen verantwoordelijkheid, begint op jonge leeftijd thuis en heeft zijn doorwerking in latere jaren. De overheid speelt hierin een rol, zeker waar het de (objectieve) informatieoverdracht over gezond en ongezond gedrag betreft. Maar ouders en verzorgers, afkomst en directe omgeving zijn veel belangrijker. Besef over wat gezond is of niet moet letterlijk `met de paplepel' worden ingegeven. Buitenlands onderzoek toonde onlangs aan dat veel kinderen op lagere scholen in achterstandsbuurten vaak helemaal geen groente en fruit eten. Deze treurige constatering laat zien dat er thuis een wereld te winnen is. De ongezond levende puber van nu is de veertiger van straks die met zijn kwalen een beroep moet doen op de gezondheidszorg.

Het betaalbaar houden van de zorg begint bij de basis – bij een gezonde jeugd. De Nederlandse jongeren af te schilderen als massaal ziek of notoir ongezond zou de werkelijkheid geweld aandoen. Minister Borst (Volksgezondheid) heeft de afgelopen jaren terecht veel aandacht besteed aan voorlichting en preventie. Maar het kan altijd beter. Nog steeds kunnen jongeren betrekkelijk gemakkelijk drank kopen in de supermarkt; nog steeds is het geen regel dat in de kroeg een legitimatiebewijs wordt gevraagd als een vijftienjarige scholier een pilsje bestelt. Geld is doorgaans het probleem niet. Veel jongeren hebben een goedbetaald bijbaantje en zolang het bier in de disco even duur is als de cola, zal de stoerheid het winnen van de voorzichtigheid.

Gezien de urgentie is het tijd om het vraagstuk op een onconventionelere wijze aan te pakken dan via de gebruikelijke campagnes. Informatie in winkels en supermarkten over de gezondheidswaarde van de uitgestalde producten ligt gevoelig, maar verdient nader onderzoek. Hetzelfde geldt voor de suggestie van een van de RIVM-medewerkers om de verkoop van drank en etenswaren in school- en bedrijfskantines en sportverenigingen eens onder de loep te nemen. Voorlichting aan het onwetende thuisfront kan helpen. En strengere handhaving van regels voor de verkoop van drank en softdrugs helpt zeker.