De cd heeft na 20 jaar zijn beste tijd gehad

De geluidskwaliteit van de cd, ooit gezien als een `revolutie', viel uiteindelijk toch tegen. Nu wordt de cd verslagen door door dvd-a en super audio.

Ruim twintig jaar na de introductie van de compact disc lijkt dit opslagmedium zijn langste tijd te hebben gehad. De patenten op de gebruikte techniek lopen af. De grote elektronicaconcerns zijn gewikkeld in een slag om een nieuwe techniek tot standaard te verheffen. Philips heeft zich, met in gedachten de twintig mooie jaren dat de cd-royalties binnenstroomden, sinds enkele jaren geschaard achter Sony, de uitvinder van een mogelijke opvolger van de cd: de super audio cd. Hun grootste concurrent is de Japanse elektronicagigant Matsushita, die met zijn merken Panasonic en Technics dvd-audio mede heeft ontwikkeld. Beide systemen zijn in staat om de muziekweergave thuis te verheffen tot een niveau dat de cd ver onder zich laat.

In geluidskwaliteit is muziekweergave in de huiskamer de laatste kwart eeuw nauwelijks verbeterd. Na twintig jaar ontwikkeling kan de compact disc nog steeds de allerbeste analoge platenspeler niet op alle fronten verslaan. Radio ging in de jaren zeventig over op een inferieure digitale verbinding tussen studio en zender. Het gevolg was dat de luisteraar het sindsdien met een plat, steriel en bloedarmoedig geluid moest stellen. Vervolgens lieten de omroepstudio's hun kwaliteitscriteria los. Dynamiekcompressie werd toegepast, opdat men ook in de auto de zachtste passages kon volgen; Optimod werd ingevoerd, waarmee hele frequentiegebieden in de muziek afgezwakt of versterkt worden, zodat de zender een `eigen geluid' kreeg. De afdraaisnelheid van een plaat kon naar believen worden verhoogd om tijd te winnen, voor meer muziek of commercials.

Voor het overgrote deel van de muziekconsumenten bepalen gemak en lage kosten de norm. Kwaliteit speelt slechts voor een enkeling een rol. De gemiddelde luisteraar wil wel stereo maar zet de luidsprekers het liefst uit het zicht, ergens in een hoek achter de bank. Het geeft niet dat die opstelling voor een goede muziekreproductie funest is. Ander meubilair mag getuigen van de goede smaak van de bewoner, niet de luidsprekers. Die zijn dan ook meestal lelijk, want goedkoop: een sombere schoenendoos. Iedereen heeft thuis een geluidsinstallatie, maar interieurarchitecten houden er als regel nooit rekening mee. En hoewel er prachtig vormgegeven speakers bestaan, kom je ze in woontijdschriften ook al niet tegen.

Kwaliteitsverbetering van muziekweergave komt dan ook nooit voort uit de behoefte van de muziekliefhebber, maar uit de filmwereld. De uitvinder van stereo is de Engelse geluidstechnicus Alan Blumlein. Hij kreeg in 1933 patent op een systeem met meerdere luidsprekers in het kader van zijn onderzoek naar het verbeteren van geluid in de bioscoopzaal. En het was Walt Disney die in 1940 als eerste de wereld kennis liet maken van stereogeluid, in zijn tekenfilm Fantasia. Daarin speelde een orkest onder leiding van Leopold Stokowski onder meer Beethoven's Pastorale en Stravinsky's Le sacre du printemps. Pas in de jaren vijftig werd met stereo geëxperimenteerd op grammofoonplaten. Een algemeen aanvaarde standaard die de doorsnede van de plaat en het aantal toeren per minuut daarvan bepaalde kwam pas veel later.

De compact disc die begin jaren tachtig op de markt kwam is ook al een restproduct van de filmindustrie. Onderzoek naar digitale beeldopslag leidde tot de laser disc, een plaat met het formaat van een elpee waarop speelfilms konden worden opgeslagen. Pas daarna kwam Philips door eigen onderzoek en door het nemen van licenties op allerlei door anderen verkregen patenten tot de `uitvinding' van de compact disc. Die zorgde weliswaar voor meer gebruiksgemak en een op sommige punten betere geluidskwaliteit, maar de kwaliteit van de bron, de mastertape werd nooit benaderd.

Dankzij de ontwikkeling van lasers die werken met kortere golflengtes dan die gebruikt worden om cd's af te tasten, kon een drietal concurrenten van Philips/Sony midden jaren negentig met een concurrerend systeem komen: digital versatile disc. Met het formaat van een cd, maar met een opslagcapaciteit die vele malen hoger is. Groot genoeg om een speelfilm op te slaan, en genoeg ruimte over om een zeskanaals geluidsspoor toe te voegen. Behalve met Hollywood zochten de drie ook contact met de overkoepelende organisaties in de platenindustrie, en begonnen met het ontwikkelen van de dvd-audio standaard. Voordat die was vastgelegd kondigden Philips en Sony, die intussen ook niet stilgezeten hadden, in juni '97 een zeskanaals geluidsdrager aan van `ongeëvenaarde' kwaliteit.

Wie nu de advertenties van elektronicawinkels in de krant bekijkt, vindt daarin nauwelijks nog stereoapparatuur. Loop een hifi-zaak binnen en zie de klanten projectieschermen wegsjouwen, op weg naar hun thuisbioscoop. Met de opkomst van dvd-video heeft meerkanaalsgeluid zijn intrede gedaan in de huiskamer, en zijn de kansen op het succes van super audio-cd (sacd) en/of dvd-audio vergroot. Vooral klassieke muziek heeft daar baat bij. De weergave daarvan heeft zich altijd gericht op het reproduceren van het geluid in de concertzaal, wat met een stel achterluidsprekers veel overtuigender is te realiseren.

Bij popmuziek is dat anders: daar is de plaat product, geen reproductie. Hier blijkt dat niet alle geluidstechnici weten wat ze met de achterkanalen moeten doen. Wat begin jaren '60 bekend stond als `pingpong-stereo' duikt weer op. Instrumenten die opeens achter de luisteraar staan; een drumstel dat in de paar tellen rust tussen twee nummers door plotseling en ongemerkt de kamer is doorgesjouwd.

Het zijn kinderziekten. Hopelijk geldt dat ook voor de bediening van de dvd-audiospeler. De meeste dvd-spelers kunnen nog steeds geen dvd-a lezen, en als ze die mogelijkheid wel hebben kunnen ze alleen met behulp van een op het tv-scherm vertoond menu bediend worden. Daar heeft sacd met bedieningsgemak een voorsprong. Bovendien zijn er tot nu toe veel meer sacd's verkrijgbaar dan dvd-a's. Welk systeem uiteindelijk als winnaar uit de bus zal komen is niet te voorspellen. Tot voor kort waren voor het afspelen van sacd en dvd-a aparte apparaten nodig, maar de eerste die beide kan afspelen verschijnt een dezer dagen in de winkels. De prijs van E1.600 zal door de verwachte concurrentie spoedig dalen.

Beide technieken brengen de sensatie van het horen van een plaat in een ongehoord goede kwaliteit. Bijvoorbeeld de stereo sacd met Weather Report's Heavy Weather. Zelfs al is het een geremasterde opname uit '77: moeiteloos is ieder instrument apart te volgen; het is bijna adembenemend hoe elk instrument tastbaar in de ruimte wordt neergezet. Het uitsterven van elke noot, inclusief de omringende akoestiek, is te horen. De mastertape gekloond, de cd voorbij.