Critici Berlusconi zijn wanhoop nabij

Ook al kwamen er dit weekeinde in Italië meer dan 100.000 mensen naar een demonstratie tegen de rechtse premier Silvio Berlusconi, de linkse oppositie lijkt amper in staat een vuist te maken.

Er zat iets van gekrenkte trots in de bananen die veel betogers zaterdag mee hadden genomen naar de piazza San Giovanni in Rome. De spandoeken droegen de mengeling van verontwaardiging en vertwijfeling uit die zich van een deel van de Italianen heeft meester gemaakt: `Wij zijn toch geen bananenrepubliek.'

Het verwijt was vooral gericht tegen premier Silvio Berlusconi. Onder zijn regie heeft de centrum-rechtse meerderheid in de Kamer van Afgevaardigden donderdag opnieuw een wetsvoorstel aangenomen dat vooral bedoeld is om zijn persoonlijke problemen op te lossen. Dit keer ging het om het enorme belangenconflict van Berlusconi, die tegelijkertijd premier is, de commerciële tv controleert, en een van de machtigste ondernemers van het land is. Het linkse Kamerlid Bruno Donato vatte in het debat de oplossing kernachtig samen: ,,Berlusconi heeft het belangenconflict opgelost door het legaal te maken.''

De verse woede hierover heeft zeker bijgedragen tot de grote opkomst op de protestmanifestatie, volgens onafhankelijke schattingen ongeveer 150.000 mensen. Het was voor het eerst sinds haar verkiezingsdebacle vorig jaar dat de aangeslagen centrum-linkse oppositie probeerde haar spierballen te laten zien. Oppositieleiders als Francesco Rutelli en Piero Fassino riepen, twijfels bezwerend, dat de betoging een keerpunt is.

De premier zelf blijft vrij laconiek onder deze protesten. Hij citeerde zaterdag eigen opiniepeilingen waaruit zou blijken dat zeventig procent van de kiezers achter hem staat – zoals gebruikelijk gaf Berlusconi geen details. Hij herhaalde de vertrouwde mantra's: critici van Berlusconi zouden uit onmacht direct op de persoon spelen, met hulp van de rechterlijke macht. De Italianen hebben genoeg van het hatelijke geschreeuw op straat, zei Berlusconi.

Zijn commerciële tv-zenders stampen het erin, keer op keer. Zijn aanhang is grotendeels intact, al worden ook in eigen kring voorzichtig vraagtekens gezet bij de regeling voor het belangenconflict. Daarom wonnen bij de betoging zaterdag van zijn tegenstanders de woede en het gevoel van onmacht het van de hoop. De kritiek van de manifestanten gold niet alleen Berlusconi, die werd afgebeeld met de lange neus van Pinocchio, het symbool voor een leugenaar. La Repubblica omschreef de protestmars door de straten van Rome naar het grote plein voor de basiliek van Jan van Lateranen als een kruistocht. De betogers vroegen een wonder, het wonder van een gezamenlijk, krachtdadig protest tegen Berlusconi.

Maar de toespraak van Francesco Rutelli, die de overkoepelende Olijf-coalitie aanvoert, miste zaterdag inspiratie. Hij heeft geen sterke partij achter zich, en kan dit gebrek niet compenseren met leiderschap en visie. Piero Fassino, leider van de Linkse Democraten, de grootste oppositiepartij, haalde feller uit naar Berlusconi en zei: ,,Rechts beschouwt het parlement maar als lastig, het contact met de sociale partners als een obstakel, en de oppositie als een hinderpaal.'' Maar de echte vonken sprongen niet over.

De oppositieleiders lijken het vertrouwen van veel linkse kiezers te hebben verloren. Pas nog greep de regisseur Nanni Moretti vertwijfeld de microfoon na de zoveelste krachteloze politieke manifestatie. In een korte geïmproviseerde toespraak schreeuwde hij zijn frustratie uit. ,,Met deze groep mensen zullen we nooit winnen,'' riep hij, heftig gebarend naar politici als Rutelli en oud-premier D'Alema die zich achter op het podium klein probeerden te maken.

Door persoonlijke en politieke vetes blijft links hopeloos verdeeld. Dat werd ook rondom het podium op de piazza San Giovanni zichtbaar. Vakbondsleider Sergio Cofferati, volgens velen een van de weinigen bij links die is opgewassen tegen Berlusconi, hield zijn kaarten voor zich, want hij heeft een eigen protestmanifestatie gepland, op 23 maart. En Antonio Di Pietro, de voormalige officier van justitie die gangmaker was van de onderzoeken naar politieke corruptie, kreeg zelfs geen spreektijd.

Die verdeeldheid speelt Berlusconi in de kaart en zorgt ervoor dat centrum-links zorgelijk naar de lokale verkiezingen van mei kijkt. En dat terwijl de argumenten voor zijn critici om de krachten te bundelen voor het oprapen liggen. Wetten over successierechten, internationale informatie-uitwisseling van justitie, en de strafbaarheid van financiële fraude zijn voor Berlusconi op maat geschreven.

Het wetsvoorstel tegen belangenverstrengeling kan daar bij komen. De Senaat moet zich er nog over uitspreken, maar daar heeft Berlusconi een comfortabele meerderheid. Volgens de wet houdt de mededingingsautoriteit achteraf toezicht op mogelijke belangenverstrengeling. Als `sanctie' kan deze instelling weinig meer doen dan de zaak aankaarten bij het parlement. Nog omstredener is de bepaling dat het eigendom van een bedrijf of van aandelen geen belemmering kan vormen voor een politieke carrière omdat dit in strijd zou zijn met de vrijheid van ondernemen en het recht om deel te nemen aan de politiek. Die principes wegen volgens de regering zwaarder dan het principe van een machtenscheiding en voorkomen van belangenverstrengeling.

De tegenstanders van Berlusconi zijn op zoek naar een leider. Enkele betogers van zaterdag hadden wel een idee. ,,Nog 860 dagen voordat il professore terugkomt,'' stond op een spandoek. Il professore, dat is Romano Prodi, nu voorzitter van de Europese Commissie. Prodi heeft Berlusconi verslagen bij de verkiezingen van 1996. Misschien lukt het hem nog een keer, als zijn tijd in Brussel om is, zo hopen sommige kiezers. Maar zelfs als dat een reëel scenario zou zijn, is 860 voor Berlusconi een geruststellend cijfer.