Britse wachtlijsten zorg kosten levens

Duizenden Britse kankerpatiënten sterven onnodig door sterk gegroeide wachtlijsten voor behandeling. Dat schrijft het Royal College of Radiologists, de vakvereniging van radiologen, in een rapport dat dit weekeinde uitlekte.

Volgens de studie is het aantal patiënten dat binnen de door de regering-Blair voorgeschreven maximum wachttijd van vier weken met een bestraling begint in de laatste twee jaar met de helft afgenomen. Patiënten moeten soms wel acht maanden op behandeling wachten, waarna ze ongeneeslijk zijn geworden, aldus de auteur van het rapport, Nick James, verbonden aan het kankerinstituut van de universiteit van Birmingham.

Die bevindingen brengen de regering verder in verlegenheid over de National Health Service (NHS), het noodlijdende gratis ziekenfonds. Ze heeft eerder beloofd verkorting van de wachtlijsten voor kankerpatiënten topprioriteit te geven en kondigde vorige maand aan ,,belangrijke vooruitgang' te hebben geboekt. Dat sloeg echter vooral op de kortere wachttijd voor diagnose. De oppositie zegt dat de regering patiënten misleidt.

Het Verenigd Koninkrijk heeft een van de slechtste overlevingsstatistieken voor kanker (en andere ziektes) in Europa. Het geeft 6,8 procent van zijn bruto binnenlands product aan gezondheidszorg uit. Het Europees gemiddelde is acht procent. Nederland, Frankrijk en Duitsland geven respectievelijk 8,6, 9,6 en 19,7 procent uit. De Wereldgezondheidsorganisatie zal naar verwachting binnenkort rapporteren dat jaarlijks het leven van 10.000 Britten zou kunnen worden gered met elementaire verbeteringen van de zorg.

Een regeringswoordvoerder zei dat het tekort aan radiologen ,,historisch' is, maar dat er sinds 1997 tien procent meer radiologen zijn. Specialisten wijten de problemen in de zorg aan onaantrekkelijke salarissen en bureaucratie.

Gerectificeerd

Gezondheidszorg

In het artikel Britse wachtlijsten zorg kosten levens (4 maart, pagina 4) stond dat Duitsland 19,7 procent van zijn bruto binnenlands product uitgeeft aan de gezondheidszorg. Dit moet zijn 9,7 procent.