Blijven lachen bij een whisky

Waaraan Bobby Robson het heeft te danken zo beledigd, uitgelachen en verguisd te worden, is een nauwelijks te beantwoorden vraag. Een man die zich zo correct en vriendelijk heeft opgesteld en die zoveel titels bij verschillende clubs heeft veroverd, verdient het niet afgeschilderd te worden als een onnozele, voetbaldomme coach. Zowat alle collegacoaches, analisten, journalisten en wijsneuzen in papegaaienland hebben zich laatdunkend over de Brit uitgelaten.

Maar Sir Bobby staat er nog steeds, net 69 jaar, in zijn chique kostuum met pochet. Sinds ruim twee jaar al weer, aan de zijlijn van Newcastle United, probeert hij op zijn wijze zijn elftal zo goed mogelijk te laten voetballen. Soms kijkt hij vurig, want de mijnwerkerszoon uit Langley Park Durham County, wil nog altijd winnen. Maar vaak staat op zijn gezicht een glimlach. Omdat hij geniet van zijn lads – of ze nu winnen of verliezen. Robson heeft voldoende meegemaakt om te beseffen dat verlies erbij hoort.

Vooral in Nederland, waar hij begin jaren negentig met PSV twee keer kampioen van Nederland werd, wordt Robson als voetbalcoach niet serieus genomen. Bij PSV lachen nog velen zich rot om zijn simplistische trainingen en zijn opportunistische strategieën. Hij was sympathiek, een heer, maar verder was hij niets waard. Mede daarom staat Robson in het land van de betweters nog altijd te boek als een `domme coach'. Toen onlangs gedurfd werd geopperd in plaats van een bekende Nederlander een buitenlander aan te trekken als bondscoach, bezweek het incestueuze voetbalwereldje onder het buldergelach. Zelfs het idee van een coach met een goed verstand als Foppe de Haan om Robson aan te prijzen, werd weggehoond. Arm Nederland.

Hoon is Robson niet vreemd. De 21-voudige Engelse international (een slimme binnenspeler die veel scoorde) werd al in zijn eerste jaren als coach meedogenloos bekritiseerd. Eerst bij de Vancouver Whitecaps, toen bij Fulham en zelfs in de beginfase bij Ipswich Town dat hij zowel de FA Cup als de UEFA Cup bezorgde, was hij het slachtoffer van de genadeloze voetbalmentaliteit. Bij Ipswich heeft hij ten einde raad zelfs zijn vuisten gebruikt om spelers met sterallures tot zwijgen te brengen.

Bij zijn eerste club als profvoetballer, Fulham, zag hij zijn coach Vic Buckingham een speler in het bijzijn van andere spelers uitschelden. Dat nooit, dacht Robson. Als ik ooit trainer word, zal ik dat nooit doen; mensen in aanwezigheid van anderen beledigen, is vernederend en mensen vernederen wil ik nooit, biechtte Robson op aan oud-collegavoetballer Jimmy Greaves in het boek Don't Shoot the Manager. Daarin wordt ook duidelijk hoe hij journalisten is gaan haten en hoe hij zich heeft te weer gesteld tegen arrogante betweters: blijf lachen en neem een whisky.

Hij werd ondanks successen bekritiseerd als Engelse bondscoach (acht jaar, kwartfinale en halve finale WK), als coach van Sporting Lissabon, FC Porto (twee keer Portugees kampioen en bekerwinnaar), Barcelona (winnaar Spaanse beker en Europa Cup voor bekerwinnaars), PSV (twee keer Nederlands kampioen) en sinds 1999 als coach van Newcastle United. Robson houdt stand bij de Magpies, de club waar hij al als jongen van hield. Onder zijn leiding staat de club bij de top van de Premier League.

Het James' Park zit altijd vol. Het spel van Robsons team ademt vreugde, met spelers als de Zaïrese goochelaar Lualua en zijn Nigeriaanse equivalent Shola, en met de oude Shearer. Robson was coach van Romario, Ronaldo, Thijssen, Mühren, Guardiola, Gascoigne, Hoddle en nog veel meer buitenbeentjes. Hij heeft ze allen spelvreugde gegeven. Want daar gaat het Bobby Robson altijd om: vreugde aan voetbal blijven geven. Ondanks de felle tegenwind.