Andy Laster bouwt voort op erfenis van Ornette Coleman

Een pianoloos kwartet met twee blazers was tot het begin van de jaren vijftig zo goed als ondenkbaar. Gerry Mulligan was een halve eeuw geleden de eerste die een succesvolle frontline presenteerde bestaande uit trompet en saxofoon. Ornette Coleman vervolmaakte de bevrijding van de pianoakkoorden en liet horen hoe flexibel de combinatie van riet en koper kon klinken.

Saxofonist Andy Laster, die afgelopen zaterdag in Calypso speelde, is een hedendaagse opvolger van Ornette Coleman. Zijn band Hydra beschikt over hetzelfde instrumentarium als Colemans roemruchte kwartet en legt een vergelijkbare improvisatielust aan de dag. Maar Hydra is ook duidelijk van nu en van New York. Geheel in lijn met de eclectische neigingen van zijn collega's bij het Knitting Factory-label mengt frontman Laster invloeden uit de rock en twintigste-eeuwse klassieke muziek door zijn composities. De over elkaar buitelende ritmeverschuivingen maken van de meest recente cd Soft Shell een opwindend puzzelplaatje waarvan de verschillende stukjes pas na meerdere luisterbeurten op hun plek vallen.

Dat Hydra ook live, bij eenmalige beluistering, heel goed te verteren is, is te danken aan het fenomenale samenspel van de solisten. Trompettist Herb Robertson maakte zich al snel bekend als de explosieve van de twee. Gewapend met een enorme collectie dempers, waarmee hij zijn klankenarsenaal uitbreidde tot onder andere nasaal geratel en geknepen piepjes, soleerde hij met vurige loopjes en gepassioneerde uithalen. Tegenpool Laster liet zich op altsaxofoon kennen als de wat bedachtzamere bouwer van hoekige melodielijnen. Maar vooral op momenten dat ze unisono een thema schetsten of elkaar in duet van snibbig commentaar voorzagen, waren de blazers op hun best.

De ritmesectie beperkte zich ondertussen niet tot het aangeven van de maat. Bassist Drew Gress verdiepte het groepsgeluid door meer dan eens de strijkstok te gebruiken en eiste zelf ook de nodige soleerruimte op. Maar de stuwende kracht achter Hydra bleek drummer Tom Rainy. Als het New Yorkse neefje van Han Bennink ramde de slagwerker zijn complexe ritmepatronen niet alleen uit de vellen van zijn trommels maar ook hun zijkant of onderkant, en begeleidde hij desnoods met het gepiep van zijn draaiende drumkruk of het gekraak van een plastic boodschappentas. Zijn energieke bijdrage illustreerde wel het allerbest waar Ornette Colemans vrijheidsbeginselen allemaal niet toe kunnen leiden.

Concert: Andy Laster's Hydra. Gehoord: 3/3 Calypso, Rotterdam. Herh: 4/3 BIMhuis, Amsterdam.