Als het glas begint te rammelen

Aan het eind van de middag begint plotseling het glas vervaarlijk te rammelen van de ruiten van het gebouw, waar de talrijke geldwisselaars van Kabul zich hebben verzameld. Het zijn ditmaal geen bommen of granaten. ,,Hé, een aardbeving'', roept iemand geamuseerd.

Het getril, dat gepaard gaat met een diep gedreun in de verte alsof een uitzonderlijk zware vrachtwagen passeert, houdt met heel korte tussenpozen aan. Steeds meer mensen graaien hun stapeltjes geld bij elkaar en zetten het op een lopen, weg uit het overvolle complex langs de rivier de Kabul.

,,Wegwezen hier'', roept ook mijn Afghaanse tolk, met wie ik op de geldmarkt ben beland om de finesses van de Afghaanse valutahandel te onderzoeken. We staan op de eerste verdieping en snellen de betonnen trappen af, bij eventuele instorting geen verkieslijke plaats. Het ratelen van de ramen en het gedreun gaan nog onverminderd door. Blijft het al zolang door oorlog geteisterde Afghanistan dan niets bespaard?

Enkele mensen hebben een goed heenkomen gezocht op de binnenplaats van het gebouw. Mijn Afghaanse metgezel grijpt me bij de arm en samen met vele anderen wurmen we ons half struikelend naar de uitgang.

De aarde komt na een paar minuten tot bedaren. Alles in onze directe omgeving staat nog overeind, ondanks de 7,2 op de schaal van Richter die de beving volgens Amerikaanse seismologen bij zijn epicentrum op 150 kilometer van de hoofdstad liet registreren. Daarmee was het de zwaarste sinds 1983. De huizen van Kabul, die de laatste tien jaar al zoveel gedreun van inslaande raketten en bommen hebben doorstaan, zijn kennelijk ook tegen een forse aardbeving bestand. Twee dorpen dichterbij het epicentrum verging het slechter: daar vielen volgens eerste berichten ten minste vijftig doden. Honderd mensen worden nog vermist.