ZUIDFLANK VAN VULKAAN OP HAWAII SCHUIFT DE STILLE OCEAAN IN

Een deel van de Kilauea-vulkaan, die in het zuidoosten van Hawaii ligt, is losgeraakt en de Stille Oceaan in geschoven. Dat hebben Amerikaanse geofysici waargenomen (Nature, 28 febr). Het effect van deze verschuiving is gelukkig beperkt gebleven, schrijven de Amerikanen. In het ergste geval, zo suggereren ze, had de verschuiving een tsunami (vloedgolf) veroorzaakt met golven van 10 tot 20 meter hoogte. Zo'n tsunami zou steden en dorpen in de dichtstbijzijnde kustgebieden kunnen wegvagen.

Uit de analyse van hun gegevens concluderen de Amerikanen dat de zuidflank van de Kilauea-vulkaan op 8 november 2000 begon te schuiven, om 8 uur 's ochtends lokale tijd (zes uur 's avonds Greenwichtijd). De verschuiving hield 36 uur aan. In die tijd verplaatste de zuidflank, een stuk vulkanische rots van 20 kilometer lang en 10 kilometer breed, zich 8 centimeter richting oceaan.

De geofysici, verbonden aan de Stanford University in Californië, het Hawaiian Volcano Observatory op Hawaii en het Cascades Volcano Observatory bij Vancouver, zoeken de oorzaak van de verschuiving in de hevige regenval, negen dagen eerder. Er viel toen een meter regen. Door de stijging van het waterniveau in de vulkaan zou de druk op de al aanwezige breuklijn flink zijn toegenomen. Diezelfde hevige regen zorgde er trouwens voor dat een deel van de meetapparatuur op de zuidflank niet in gebruik was. De Amerikanen konden daardoor alleen gebruik maken van data van het Kilauea GPS-netwerk, waarmee aardverschuivingen worden gemeten.

In een commentaar schrijft de Amerikaanse geofysicus Steven Ward, van de universiteit van Californië, dat zich in het verleden vaker van dergelijke verschuivingen hebben voorgedaan op de Hawaiiaanse eilanden. Volgens hem bevinden zich in de omgeving van de eilanden, op de oceaanbodem, in totaal 70 `velden' met vulkanische resten. Er doet zich volgens Ward gemiddeld elke 10.000 jaar ergens op de wereld zo'n verschuiving voor. In het ergste geval hebben ze catastrofale gevolgen, zo schreef Ward afgelopen september in Geophysical Review Letters.

Hij bestudeert de Cumbre Vieja-vulkaan, op het Canarische eiland La Palma. Door een toekomstige aardbeving zou de westflank, in totaal 800 kubieke kilometer vulkanisch gesteente, van deze vulkaan los kunnen raken en in de Atlantische Oceaan schuiven. Volgens Ward zou daardoor een mega-tsunami ontstaan, met verwoestende gevolgen. De kust van Noord-Afrika zou getroffen worden door vloedgolven met een hoogte van 100 meter.

Acht tot negen uur na de verschuiving zouden golven van 50 meter hoog op de kust van Florida slaan. De kust van Spanje en Groot-Brittannië zou `goed' wegkomen. De golven zijn daar niet hoger dan vijf tot zeven meter. Maar volgens Ward hoeven we ons nog geen zorgen te maken, want hij verwacht niet dat de Cumbre Vieja-vulkaan binnenkort uitbarst.