Winterkoninkje

Het ongeveer kleinste vogeltje van Nederland ziet mij eerder dan ik hem: `Tsjik, tsjik, tsík,' klinkt het geagiteerd uit het struikgewas dat een slingerende, glasheldere beek in Brabant omzoomt. Dan dwarrelt er een bruin vogeltje razendsnel tussen de twijgen door. Het winterkoninkje kiest een open plek en ik vang hem in mijn verrekijker.

Het opgewipte staartje steekt parmantig de hoogte in. Het winterkoninkje is altijd vrolijk. Zijn heldere, melodische zang is ongelooflijk welluidend voor zo'n kleine standvogel. Hoge trillers, vliegensvlugge rollers. Hij siert de donkere maanden op. Kijk maar eens op de winterse schilderijen van oude Hollandse meesters. Zijn borst is lichtgekleurd, roomwit. Net als de oogstreep. Duimpje, Mûske of Krakkenût heet hij in de volksmond. Hij sluipt over de grond, speurend naar voedsel met zijn scherpe snavel en heldere ogen, die alles zien.

freriks@nrc.nl