Wilfried de Jong over Sonny Rollins

Sonny Rollins staat naast me in de lift. We moeten van de kelder naar de begane grond. Vier meter omhoog. Van de kleedkamer naar het podium van het Concertgebouw. Ik kijk opzij. Daar staat hij. Tenor madness himself. De saxofoon hangt aan een witte band om zijn hals. De vingers van zijn rechterhand liggen op het parelmoer dat de kleppen siert. Gelukkig, hij is gestopt zijn kroeshaar te verven. Sonny is grijs en leeft.

De lift heeft de snelheid van een invalidewagentje. We zitten opgesloten in een rechthoekige doos. Tussen alle geroezemoes hoor ik ze, de kleppen. Tik. Tk, tk, pk, pk, tik-tik. De grote kolenschoppen van Rollins zijn in een vrolijke bui. Onophoudelijk slaan alle vingers in allerlei varianten op het metaal van de tenorsaxofoon. Triolen, razende zestienden, een funky afterbeat. Terwijl de vingers spelen, kijkt Rollins in alle rust naar het plafond van de lift. Voor hem geen trapgang naar het beroemde podium. Een trap naar beneden? Zijn ze hier in Amsterdam gek geworden? Sonny Rollins - op die vrijdagavond in mei 1998 inmiddels 67 jaar - neemt de lift omhoog.

Het tikken houdt maar niet op. De vingers buigen zo soepel als van een zwarte atleet die ze op de baan spreidt, vlak voor de start van de honderd meter. Het getik is door het gebruik van een minuscuul microfoontje op de kelk van zijn sax goed te horen tijdens concerten. Zijn spel krijgt er een ritmische dimensie bij. Jammer, dat oude geluid is er niet meer, zeggen mannen met zwarte coltruien, hun pijpje stoppend. Het oude geluid, jaja. Het is wat. Blaas je jezelf in al die jaren naar eenzame hoogte, beginnen je oude fans weer over vroeger. Over je oude geluid. Ze vonden Rollins al raar toen hij in de vijftiger jaren aan de haal ging met Amerikaanse meedeiners uit Broadwayshows. Zijn liefde voor de calypso werd door de coltruien ook al schoorvoetend ontvangen. Net toen ze met tegenzin het danspasje hadden ingestudeerd, blies Rollins al weer een tranentrekker van countrylady Dolly Parton.

We zweven nog altijd tussen hemel en aarde. Terwijl het publiek in de zaal ongedurig op de stoelen draait, geven de vingers van Rollins al een soloconcert in de lift. Zijn ogen zitten verscholen achter een zonnebril. Achter de glazen langs zie ik een doodkalme blik, een tikje loom zelfs, terwijl de vingertoppen op de saxofoon ratelen. De technische handeling staat volkomen los van de geest, zo lijkt het.

Op een van de schaarse live-opnamen van de laatste decennia rukt Rollins de ballad Autumn Nocturne als elastiek uit elkaar. De melodie binnenstebuiten, achterstevoren, op zijn kop, in de lucht, doorgeknipt en weer geplakt. Het heeft in een paar maten tijd de vrolijkheid van een clownsact, dan weer de treurnis van een meedeiner. Hazes en Popov schudden elkaar de hand. Het is een wandeling door de Via Toledo van Napels en de 125ste straat van New York, een versmelting van rondborstige zang en wilde rap.

De lift staat met een kleine schok stil. De vingers nemen even rust. De lippen gaan om het mondstuk. Rollins sabbelt, hij blaast lucht in de tenorsaxofoon. Naast me klinkt een verwachtingsvolle zucht uit de kelk. De liftdeuren schuiven open. We staan in het voorportaal naar het podium. Ik loop op en doe de aankondiging. Dames en heren, Sonny Rollins! Na het aftellen hoor ik kinderlijke kreetjes tussen noten die van een berghelling buitelen. Het houdt maar niet op. En het mag ook nooit ophouden.

ps. Daags na het instorten van de Twin Towers in New York toont cnn beelden van een volle stadsbus met mensen die in allerijl hun huizen moeten verlaten wegens instortingsgevaar. Er zit een jongetje met een vogelkooi, een vrouw met een paar in de haast gevulde tassen. 'Hier', zegt iemand tegen de cameraman, wijzend naar zijn buurman. 'Weet je wie dit is? Sonny Rollins. De beste saxofonist van de wereld. Hij woont bij ons in de flat.' De koffer met tenorsaxofoon ligt bij Rollins op schoot. Hij tikt met zijn handen op het foedraal. 'Wherever I go, I'll always take this with me.' M

Wilfried de Jong is schrijver, cabaretier en televisiemaker.

Zijn verhalenbundel 'Aal' verscheen eind vorig jaar bij uitgeverij Podium.

Illustratie Olivia Ettema