WAT KAN DIE MAN LUISTEREN

Zijn eerste jaar als burgemeester van Amsterdam sloot Job Cohen af met een vlekkeloos koninklijk huwelijk. Zijn toespraak als ambtenaar van de burgerlijke stand werd alom geprezen. Maar hij wekt ook ergernis. Wat wil hij met de stad? Waar blijft zijn visie?

Een jaar lang volgde M de eerste burger van de lastigste stad van Nederland.

Op 11 september kwam er een abrupt einde aan zijn inwerkperiode. Zijn agenda was duidelijk: de vrede bewaren in de stad. En: hij werd voorstander van de gekozen burgemeester.

Amsterdam, 2 februari 2002

Langs het Damrak staan honderden militairen. Binnen in de Beurs van Berlage zitten koningshuizen uit heel Europa. Achter de televisie wereldwijd zo'n vijftig miljoen mensen. Ze kijken naar een nerveus bruidspaar, Willem-Alexander en Máxima Zorreguieta, en naar misschien wel de meest evenwichtige man van Nederland. Job Cohen, burgemeester van Amsterdam, vandaag ambtenaar van de burgerlijke stand. Zelfverzekerd en trefzeker. Geen seconde uit balans, alsof voor hem een bruidspaar als alle andere zit.

Maar op een terloopse manier roert hij gevoelige plekken aan. Máxima, zegt Cohen, moet de ruimte krijgen 'om haar vleugels uit te slaan'. En hij gaat er niet aan voorbij dat hier een dochter zit van een staatssecretaris uit het Videla-tijdperk. Maar met Máxima's eigen woorden haalt Cohen de angel eruit: 'Laat de eenentwintigste eeuw er een worden van vergeven, maar vergeten mogen wij nooit.' Máxima schreef dit in het gastenboek van de Hollandsche Schouwburg, de plek waar joodse Amsterdammers in de Tweede Wereldoorlog bijeen werden gebracht voordat ze naar de kampen werden gedeporteerd.

En dit wil Cohen het bruidspaar ook graag zeggen: dat het van 'wezenlijk belang' is om de 'precaire balans tussen het persoonlijke en het publiekeleven te blijven vinden. De mate waarin u daarin slaagt is niet alleen voor u zelf, maar voor ons hele volk van betekenis'. Hij weet dat hij een goed verhaal heeft. Het is ook z'jn verhaal: nooit het achterste van je tong laten zien.

Bij zijn installatie als burgemeester van Amsterdam op 17 januari 2001 wilden de Amsterdammers een sterke man. Na de intellectuele burgemeester Ed van Thijn (1983-1994) was Schelto Patijn (1994-2001) een burgemeester voor het volk geweest. Prima. Maar nu was het tijd voor een leider. Een krachtig bestuurder die een einde zou maken aan de hokjesgeest van de Amsterdamse wethouders. Een persoon met visie die het debat zou zoeken. En een man met een open geest die intelligente maar onorthodoxe oplossingen zou vinden voor de problemen met het onderwijs, de werkloosheid en de dreigende tweedeling in de stad. En Job Cohen kon die man zijn. Hij was 53 en had er al een succesvolle carrière opzitten: rector magnificus van de Rijksuniversiteit Limburg en twee keer staatssecretaris, van Onderwijs en van Justitie.

Dit is het Amsterdam waarin Cohen terechtkwam: gezinnen en politieagenten verlaten de stad. Betaalbare huizen zijn amper te koop. De toegangswegen zijn dichtgeslibd. De trams rijden nooit op tijd, de metrostations zijn onveilig. Op scholen krijgen kinderen les in de bezemkast. De verkeerspolitie zet voor een begrafenis van een Hells Angel de binnenstad af. Een monopolistische taxicentrale plaatst zichzelf buiten de wet. Een op de vijf Amsterdammers heeft een uitkering. Een op de vier Amsterdammers is elk jaar slachtoffer van een misdrijf. Een op de drie Amsterdammers is niet van Nederlandse afkomst. Het wapenbezit in de stad neemt toe.

Wat kan een nieuwe burgemeester in de hoofdstad voor verschil maken? Hoe groot is zijn macht, hoe krijgt hij de stad in zijn greep en wat wil hij bereiken? Als een vlieg op de muur sloeg ik de burgemeester het afgelopen jaar gade: onder meer bij de lunches met zijn vaste medewerkers (zijn 'kabinet'), in de gemeenteraad, in de huiskamer van een mishandelde ns-conductrice, in zijn dienstauto toen hij de hoofdofficier van justitie op het matje riep, in het Parool-theater waar hij Theo van Gogh interviewde. Drie keer spraken we uitgebreid. Ruim een jaar is Cohen nu burgemeester van Amsterdam. Overheersende indruk: Allemachtig, wat kan die man luisteren.

Siegfried

De boel bij elkaar houden. Cohen had het gezegd op de persconferentie in de ambtswoning vlak nadat zijn benoeming bekend was gemaakt. Hij zou het nog heel vaak zeggen. Elke keer als mensen hem vroegen: 'Wat wilt u nu eigenlijk bereiken in Amsterdam?'

De boel bij elkaar houden. Niemand geloofde hem. Het was strategie. Een man van zo'n formaat met zo'n bescheiden ambitie. Cohen hield gewoon nog even zijn kruit droog, maar deze burgemeester zou gaan knallen. Daar kon je van op aan. Het begon veelbelovend: drie weken na zijn aantreden deed de Mobiele Eenheid een inval in het clubhuis van de Hells Angels om illegale wapens in beslag te nemen. Maar die inval stond al gepland voordat Cohen burgemeester was.

Wat ook meteen goed uitpakte was zijn speech bij de uitreiking van het eerste exemplaar van Siegfried aan de schrijver Harry Mulisch. In dit boek meet Harry Mulisch zich, via de hoofdpersoon Rudolf Herter, met Adolf Hitler. Gevoelige materie. 'Het valt, meneer Mulisch, niet mee', zo sprak Cohen, 'een dergelijk boek te lezen zo vlak na de herdenking van de slachtoffers van Auschwitz. U bent Herter niet, u bent gelukkig Harry Mulisch maar, en u maakt mij niet wijs dat î Adolf Hitler begrijpt.'

'Briljant', zegt Geert Mak die bij de uitreiking aanwezig was. 'Sinds Wibaut hadden we niet meer zo'n toespraak gehad: een bestuurder die de culturele elite op de kop sloeg. In één keer had hij heel intellectueel Amsterdam in zijn zak.' Maar de speech was hem ingefluisterd.

n Dienstauto, 3 februari 2001

'Ik heb als het ware vaak iets naòefs. Ik was nog niet op de hoogte van de inhoud van Siegfried. Godzijdank was er de sense een goede vriend in te schakelen. Ik wilde niet met een lullig praatje komen. Een andere vriend zei: hoor eens, pas even op, je bent misschien niet alleen gevraagd omdat je burgemeester van Amsterdam bent, maar wellicht ook omdat je Cohen heet. Ik had me van tevoren niet gerealiseerd wat het effect van de toespraak zou zijn. Iedereen was redelijk stupéfait. Dat was wel om te lachen, ja.' Het is vrijdagavond. Wethouder Guusje ter Horst heeft net afscheid genomen om burgemeester van Nijmegen te worden. Nu rijdt zijn chauffeur hem terug naar zijn huis in Maastricht. Pas in de zomer van 2001 zal hij in Amsterdam gaan wonen. De ambtswoning is nog niet klaar en zijn dochter Lotje moet nog eindexamen doen. Tot die tijd reist hij op en neer. De voorste stoel is naar voren geschoven, maar nog is het lijf van de burgemeester te lang. Af en toe gaat hij met een pijnlijk gezicht verzitten. Hij heeft last van zijn rug. ('Wat wil je', zou zijn chauffeur op de terugweg zeggen, 'als je de hele dag zo'n rolstoel moet duwen'.)

Twee weken is Cohen nu burgemeester. Hij kent de stad nog slecht, ook al had hij als staatssecretaris van Justitie een appartement aan de gracht. Zijn favoriete plekken zijn die van de Nederlandse toerist: de grachten en het fietspad langs de Amstel naar Ouderkerk. 'Wat mijn visie is? Die heb ik niet op dit moment. Ik ben niet het type van veni, vidi, vici. De kunst is om van de goeie mensen de goeie idee'n af te kijken. Om te denken: hé, die is belangrijk voor het boek van Mulisch. En: hé, die is belangrijk voor het oplossen van het gedoogprobleem bij krakerscafé Vrankrijk. Als het me lukt om alsmaar de goede mensen te zoeken, dan komt het wel goed. Daarna komt dan het verkopen van die idee'n. Daar ben ik goed in.'

Toen Cohen rector magnificus van de universiteit in Maastricht werd, zei een collega-bestuurder: als je over drie jaar wat tot stand wil brengen, moet je nu bedenken wat dat is en morgen beginnen met uitvoeren. 'Maar ik dacht: wil ik wel wat tot stand brengen? Ik vind dat mensen aan de universiteit hun werk zo goed mogelijk moeten kunnen doen. Dat is nog niet zo eenvoudig met stronteigenwijze hoogleraren. Zij moeten de gelegenheid hebben te schitteren in onderzoek en goed onderwijs te geven. Als ik dat kan waarmaken, hoef ik verder niet veel tot stand te brengen.'

Denkt hij zo ook over het burgemeesterschap?

'Het is nog niet zo slecht om daarmee te beginnen. Maar ik sluit niet uit dat er iets op mijn pad komt waar ik achteraan ga rennen. Ik heb nu nog geen idee wat dat zou kunnen zijn. Dat kan zijn op het terrein van de veiligheid of multiculturaliteit, daar zou ik op zeker moment een belangrijke rol kunnen spelen.'

Het zal, denkt hij, zeker een jaar duren voor hij zich heeft ingewerkt, voor hij weet wie er op welke post zit en wie met wie ruzie heeft. Op dit moment snapt hij 'nog geen bal van de organisatie van het gemeentebestuur'.

Weer thuis. Een oud pand in de Brusselsestraat, vlakbij het centrum van

Maastricht. Voor de ramen hangen verkreukelde gordijnen, door de kamer heen liggen nog de kostuums van het afgelopen carnaval. Zijn vrouw zit bij het raam en kijkt televisie. Cohens chauffeur veegt ongemakkelijk de kranten en zakken chips op de bank opzij. Zelf neemt Cohen plaats in de rolstoel van zijn vrouw.

Via de intercom wordt dochter Lotje geroepen. Moeder en dochter leveren eensgezind commentaar op zijn nieuwe Amsterdamse kapsel. Oordeel: te netjes.

Beperkte macht

Burgemeester van Amsterdam is een rare baan. De stad heeft dertien stadsdelen met elk hun eigen voorzitter. Er zijn meer dan veertig gemeentelijke diensten en bedrijven die allemaal hun eigen directeur hebben. Er zijn zes wethouders die dat allemaal op de een of andere manier aansturen. En de burgemeester is daar dan op de een of andere manier de baas van. Althans, in de ogen van de burgers, de wethouders denken daar weer heel anders over.

De burgemeester is de voorzitter van het college van burgemeester en wethouders. 'Maar', zegt wethouder Jaap van der Aa (PvdA, minderheden, onderwijs en jeugdzaken), 'in Amsterdam trekt de politiek zich niets aan van de burgemeester'. Toen het college in de lente uit elkaar spatte, omdat GroenLinks ruzie had met de PvdA over de sociale dienst, schorste Cohen de raadsvergadering om een compromis te formuleren. Maar de wethouders wilden zijn voorstel niet steunen. 'De burgemeester heeft dan een heel beperkte macht', zegt Van der Aa.

De burgemeester is ook voorzitter van de driehoek, het overleg tussen burgemeester, korpschef Jelle euiper en officier van justitie Leo de Wit. 'Maar', zegt Kuiper, 'hij kan wel opvattingen hebben over wat ik doe of wat De Wit doet, in essentie kun je je afvragen of dat relevant is.'

'Jij moet niet naar Vrankrijk', had Han Kapsenberg van de Amsterdamse korpsleiding tegen Job Cohen gezegd. Krakerscafé Vrankrijk in de Spuistraat was een prestigekwestie geworden tussen politie, gemeente en krakers. De krakers moesten een vergunning aanvragen voor de bar op de benedenverdieping. Bleven ze weigeren, dan zou ontruiming volgen. Ze bleven weigeren, omdat het tegen hun geloofsovertuiging is om de politie binnen te laten, dus ook voor een routinecontrole van de horecavergunning. Patijn had er vlak voor zijn vertrek, in een ultieme bemiddelingspoging, de deur in zijn gezicht gesmeten gekregen. Een paar maanden daarvoor was de ontruiming van de gekraakte Kalenderpanden aan het Entrepotdok uitgelopen op een grimmige veldslag tussen politie en krakers.

Kuiper: 'Patijn had gezegd: we accepteren geen no-go area in Amsterdam-West. Maar was Vrankrijk dan geen no-go area? Er is een verschil tussen onze gewenste werkelijkheid en die van het gemeentebestuur. Het was voor ons interessant hoe de nieuwe burgemeester daarmee zou omgaan.' In februari had Cohen gezegd: 'De politie moet weten wat ze aan me hebben. Als ik nu de andere kant op kijk, vraagt de politie zich af: op welke momenten loopt 'ie nog meer de andere kant op?'

Hoe loste Cohen dit op? Hij stelde een bemiddelaar aan: oud-PvdA-raadslid Eberhard van der Laan. 'Ik dacht: goh, wat een leuke vondst', zegt Kuiper. 'Eberhard is een onomstreden man, een jurist, ex-politicus, hij kent de stad goed.' Van der Laan kreeg het uiteindelijk voor elkaar. De krakers vonden het goed dat de Keuringsdienst van Waren en een ambtenaar van de gemeente de bar voortaan zouden controleren. Kuiper: 'Cohen heeft mij toen gebeld: Is dat een punt voor jullie? Heb je zelf een andere oplossing? Ben ik z- geloofwaardig voor het politieapparaat?'

Cohen, zo zeggen ambtenaren op het stadhuis, zal altijd eerst met zijn teen voelen of het ijs houdt, pas dan zet hij een stap.

n Voorjaar 2001

Op het stadhuis zijn ze tevreden met Cohen. De collegevergaderingen verlopen efficiënt. 'Cohen is een uitermate sobere voorzitter', zegt wethouder Van der Aa. 'Geen herhalingen. Geen samenvattingen. En voordat een discussie verhit raakt, zegt hij: ik denk dat we het nu wel weten.'

De vergaderingen in het college gaan volgens vaste regels. Een wethouder heeft een voorstel. Daar mag iedereen dan wat over zeggen, de burgemeester als laatste. De verantwoordelijk wethouder mag nog reageren. 'In dat spel kun je je bijdrage leveren om te laten merken dat je ook een mening hebt', zegt Van der Aa. 'Soms heb je meningsverschillen voor de Bfl.hne, om te laten zien voor welke partij je staat, terwijl je toch op voorhand bereid bent een compromis te slikken. Dan zie je Job denken: wat een druktemakers.'

'Job is one of the guys. Hij is een intens normale man', zegt wethouder Geert Dales (vvd), 'wat natuurlijk niet waar is, want hij heeft capaciteiten die normale mensen niet hebben. Hij is buitengemeen intelligent en heeft het vermogen de kern van de problematiek te pakken - ook als hij de stukken niet heeft gelezen - en dan mensen ertoe te krijgen een oplossing te vinden. Hij is gewoon een aardige vent, dat helpt. Hij kan zich veroorloven een wethouder eens af te kappen of op zijn nummer te zetten.'

Cohen leidt de gemeenteraad met strakke hand. Dat is in Amsterdam ook nodig. Neem het begin van de Algemene Beschouwingen. Bij aanvang van die vergadering, half september, zat de helft van de raad in de koffiekamer, de overgebleven raadsleden wisselden in de raadszaal vooral kranten, foto's en winegums met elkaar uit. Even spreekt Cohen de raad toe, resoluut, niet bestraffend, en de vergadering begint. één opgestoken vinger volstaat dan om een breedsprakig raadslid te herinneren aan zijn resterende spreektijd van een minuut. Bij de vergadering over de verzelfstandiging van het Gemeentevervoerbedrijf is één blik naar de publieke tribune voldoende om de rumoerige gvb'ers tot zwijgen te brengen. Hij heeft er schik in. Na afloop van de raadsvergadering waarin het college uit elkaar is gevallen, zegt hij: 'Mijn eerste crisis. En zo snel al.'

In het voorjaar van 2001 heeft Cohen eigenlijk maar één vijand: zijn agenda. Hij is nog steeds bezig met een ronde langs alle stadsdelen. 'Ik heb nu al tig moskee'n gezien en tal van bijzondere scholen', zegt hij tijdens de kabinetslunch. 'Dan wil een stadsdeel laten zien dat Amsterdam ook een tuinbouwschool heeft. Maar ik heb nog niet één gewone scholengemeenschap bezocht.'

'Je hebt ook nog geen captains of industry ontmoet', zegt zijn woordvoerder.

Iedereen wil de burgemeester hebben. Jubilea van sportverenigingen, buurtfeesten, openingen van tentoonstellingen, festivals, bruiloften en partijen. Zijn kabinet 'doet' de post. Alle uitnodigingen komen op een lijst en krijgen een advies: 1) geen tijd, 2) wel tijd, niet doen, 3) doen, 4) geen tijd, maar toch belangrijk. De burgemeester beslist. In het begin liet hij zich daarbij vooral leiden door de vraag: 'Wat zou Schelto hebben gedaan?'

Cohen is voortdurend op pad in de stad, maar bijna altijd aan de hand van ambtenaren. Wie maken buiten het stadhuis zijn beeld compleet? 'Dat moet zich nog ontwikkelen', zegt hij. 'Maar ik denk bijvoorbeeld aan mensen als Felix Rottenberg en Geert Mak.' Beiden heeft hij dan nog maar één of twee keer ontmoet.

We zullen wel zien

Als de verloving van Willem-Alexander en Máxima net bekend is gemaakt, wil een verslaggever van de lokale zender at5 weten of het huwelijk in Amsterdam zal zijn. 'Laten we nou eerst maar eens afwachten', zegt Cohen dan, 'we zullen wel zien.' Als op dezelfde zender een nieuwsitem is over de komst van een aparte deelraad voor de binnenstad - een heikel onderwerp in Amsterdam - vraagt de verslaggever wie nou volgend jaar Sinterklaas een handje geeft: de burgemeester of de voorzitter van de nieuwe deelraad? 'Laten we nou eerst maar eens afwachten', zegt Cohen dan. En toen vvd-raadslid Ferry Houterman hem tijdens de collegecrisis opbelde met het verzoek in te grijpen, antwoordde de burgemeester: 'We zullen wel zien.'

'Wie is toch die we?' zegt Houterman. 'Die geweldige rust...', zegt wethouder Dales. 'Af en toe denk ik wel eens: nu even een vlammend betoog!' Bij een van de eerste ontmoetingen met de burgemeester zei gemeentesecretaris Erik Gerritsen: 'Jij hebt soms een beetje iets sfinx-achtigs. Luisteren, luisteren, luisteren en af en toe een vraag stellen. Maar geef nou eens wat terug. Wat vind je zelf? Het lijkt alsof je dat niet wil laten zien. "Dat zegt mijn vrouw ook", zei hij. "En als je me overigens wat wazig ziet kijken, vind ik vaak nog helemaal niks." '

Op het ministerie van Justitie had hij de bijnaam 'de man zonder eigenschappen'.

Veterschoenen met spekzolen

Even inzoomen op zijn verschijning. Charmant, zeggen veel vrouwen. Het is niet zijn kleding. Een man die zich zo kleedt heeft geen smaak of is grenzeloos zelfverzekerd. Neem nu zijn pak op de dag dat hij Sinterklaas inhaalde bij de steiger van het Noord Hollandsch koffiehuis. Een wijde, grijze pantalon die eruitzag alsof hij weken op een prop had gelegen. Een te groot zwart jasje met brede revers.

Zijn ambtsketting half onder, half boven zijn kraag. Grijze veterschoenen met spekzolen. Wethouder Dales (een man van de perfecte krijtstreep) heeft Cohen wel eens voorgesteld om samen te gaan winkelen bij Oger in de P.C. Hooftstraat. Dales kon het niet meer aanzien. De burgemeester heeft van de uitnodiging nog geen gebruikgemaakt.

En toch. De donkere stem, de ongeschoren kin, af en toe een knipoog. Maar nooit een gewaagde grap, hij is meer van de Britse humor. 'Je moet met hem kunnen lachen', had zijn secretaresse in Het Parool gezegd over een aanstaande burgemeester van Amsterdam. 'Sorry', zei hij bij hun eerste ontmoeting , 'je zult het met mij moeten doen.' En bij het zien van de stretched limo van André Hazes op de stoep voor Paradiso: 'Het is inderdaad belachelijk dat ik niet in zo'n auto rijd.'

Wat ook voor hem inneemt is zijn vrouw Lidie. Ze zit in een rolstoel, ziet niet veel en praat moeilijk. Maar Cohen geeft niet het idee met een gehandicapte vrouw op stap te zijn. Tijdens diners snijdt hij terloops haar vlees, op recepties verrolt hij af en toe haar stoel en laat haar verder haar gang gaan.

Cohen is niet iemand die de aandacht trekt. Op de vroege middag van Koninginnedag wandelde hij door het drukke Vondelpark. Vrijwel iedereen liet hem met rust. Op een zomeravond op De Parade - vlak voordat hij in een theatervoorstelling een briljante vertolking gaf van een ordinaire voetbaltrainer met kauwgom en gouden ketting - zat hij onder de zweefmolen aan een lange tafel met alleen zijn vrouw en zijn chauffeur. En toen de Dam eindelijk, na maanden een open puist te zijn geweest, tijdens een feestelijk, zonovergoten ontbijt aan de Amsterdammers werd teruggeven, zou je zweren dat die lange man daar, aan de rand van het plein, het hoofd was van een of andere gemeentelijke dienst. Job Cohen is er wel, maar Job Cohen mengt niet.

n 11 september 2001

Terroristen sturen twee passagierstoestellen dwars door de Twin Towers van New York. De wereld staat op zijn kop. En Cohen valt op zijn plek. 'Job wilde eerst de stad leren kennen', zegt wethouder Van der Aa. 'Hij zei: Geef me een jaar, maar na de elfde kon dat niet meer.'

Cohen meldde zich bij Van der Aa, die het minderhedenbeleid in zijn portefeuille heeft. 'Ik wil je leegtrekken op alles wat je weet van onze multiculturele samenleving.' Toen bleek dat het gemeentebestuur eigenlijk helemaal niet zoveel wist van onze multiculturele samenleving. Er waren van tijd tot tijd beleefdheidsbezoeken aan moskee'n geweest die moesten getuigen van de gastvrijheid en tolerantie van Amsterdam, maar wat er nu echt omging, daar hadden ze op het stadhuis eigenlijk nooit naar gezocht. Tolerantie, zo bleek, was eigenlijk een ander woord voor onverschilligheid.

'Wij zien in de wereld spanningen ontstaan tussen verschillende culturen, culturen die ook in onze stad aanwezig zijn', zei Cohen aan het begin van de eerste raadsvergadering na de aanslagen. 'Wij moeten er allemaal voor zorgen dat de verschillende groeperingen - van godsdienstige of van welke aard dan ook - ondanks deze spanningen in openheid en in vrede met elkaar blijven verkeren. Hier ligt voor mij als burgemeester een belangrijke taak. Ik zal de komende tijd daarom meer buiten dan in het stadhuis te vinden zijn.' Hij roept de raadsleden op hetzelfde te doen.

Maar waar de gekozen volksvertegenwoordigers niet vooruit te branden waren, ging Cohen de stad in. Hij bezocht middelbare scholen, geestelijke leiders, buurtvaders en een jeugdhonk in Amsterdam-West. En overal zei hij: 'Het is belangrijk dat we met elkaar praten.'

'De zalvende hopman van de multiculturele samenleving', noemde Theo van Gogh hem. Maar het waren geen beleefdheidsbezoekjes die Cohen aflegde.

n Dienstauto, 20 september 2001

Job Cohen is woest. In de Volkskrant van die ochtend staat een interview met officier van justitie Leo de Wit. 'De oorlogsdraaiboeken zijn klaar', zegt De Wit daarin, gevraagd naar spanningen in de stad na 11 september. Uit het interview rijst een grimmig beeld op van Amsterdam. De situatie in 'de wijken' zou gespannen zijn en de hulp van soldaten zou nodig zijn om de orde te bewaken. 'Dan hebben we het over geweldsuitbarstingen, gijzelingen, het kan allemaal', zegt De Wit.

Cohen is onderweg naar het Hervormd Lyceum West in Amsterdam-West waar hij met de leerlingen wil praten over de gevolgen van de aanslagen. Op sommige scholen hebben Marokkaanse leerlingen hun sympathie betuigd met de terroristen. Op deze school was 'een incident' geweest. Een Marokkaanse jongen had ruzie gemaakt met 'een vuile jood'. Nu wil Cohen 'de dialoog voeren'.

'En dan krijg je dit!' Cohen slaat met zijn hand op de Volkskrant. 'Dit is nou het beeld dat we juist niet moet hebben. Verdomme! Ik begrijp niet waarom hij dit doet.' Zijn mobiele telefoon gaat. Ook directeur Veiligheid Maureen Sarucco is woedend. 'Roep het hele clubje maar bij elkaar', zegt Cohen. 'Vanmiddag om één uur. Dan moeten we maar eens bespreken dat voortaan één man de media te woord staat.' Einde gesprek. 'De Wit schiet de ene kant op, Kuiper de andere kant. Dat kunnen we niet hebben.' Korpschef Kuiper had een dag eerder in Het Parool gezegd dat hij geen demonstraties pro of contra Amerika zou toestaan. 'Maar daar gáát hij helemaal niet over. Ik ga over de openbare orde.' Dan: 'Nu moet ook weer niet het beeld ontstaan dat er een gat in de driehoek zit.'

De auto is inmiddels bij de school gearriveerd. Via zijn secretaresse belt Cohen met De Wit. 'Cohen hier. Ik ben buitengewoon ongelukkig met dat interview. De toon staat haaks op wat we hebben afgesproken. De vrede bewaren, dáár gaat het om. Je moet dat onmiddellijk rectificeren. Dit leidt tot crisis in plaats van het omgekeerde. Ik kan niet anders dan ook naarbuiten gaan. Ik zal zeggen dat jij ook ongelukkig bent met het interview.' De Wit komt er amper aan te pas.

Dus dit is wat hij bedoelt met de boel bij elkaar houden? 'Ja natuurlijk', snauwt hij. 'Dat is niet klein, dat is alles. Had jij dat ook niet zo opgevat dan? Ik snap niet dat mensen dat niet begrijpen. Maar ik vind het niet erg hoor. Mijn standpunt is helder.'

Dan gaat Cohen de school binnen. Alleen, zonder voorlichter of ambtenaar. 'Iedereen worstelt ermee, dat is goed', zal hij tegen de havo-3 klas zeggen. 'Zolang we maar met elkaar blijven praten.' Maar na de gesprekken met de docenten op deze school is hem één ding wel duidelijk geworden: 'Bij de meeste jongeren is het bravoure, maar er is een aantal virulente antisemieten. Dat komt nu allemaal naar buiten. Daar moet je bovenop zitten.'

Sodemieter, het zijn er nogal wat!

Later die dag op zijn werkkamer, tussen twee afspraken in, brengt secretaresse Joke een map met '14-daagsbevelen' binnen die Cohen moet tekenen. De burgemeester beslist daarmee dat bepaalde drugsverslaafden veertien dagen niet meer op de Wallen mogen komen. 'Sodemieter, het zijn er nogal wat. Joke, geef eens een geeltje.' Zijn secretaresse pakt een geel memoblaadje. 'Wel erg veel' schrijft Cohen erop en plakt het op de map. 'Zo, dan zijn de agenten weer even wat minder actief. Anders gaan al die verslaafden naar Zuid Oost. Zitten ze er daar mee. Krijg ik weer een telefoontje van Hannah Belliot (stadsdeelvoorzitter Zuid Oost, ms).' Voor wie is dat memootje bedoeld? 'Ach, er wordt hier zo ontzettend veel geluld. Alles komt op z'n plek terecht. En met zo'n secretaresse....' Een knipoog opzij. Joke lachend af.

Een week later zit Cohen 's nachts met Kuiper en De Wit in het crisiscentrum in de bunker onder het stadhuis. Op de redactie van het Algemeen Nederlands Persbureau was die ochtend een brief binnengekomen waarin werd gewaarschuwd voor een bomaanslag in de Coentunnel. Om half elf 's avonds kreeg Cohen bericht van het ministerie van Justitie dat de melding serieus was. Wat moest hij doen? 'Als je normaal gesproken een strootje op de Coentunnelweg legt', zegt korpschef Kuiper, 'staat de hele wereld vast'. De vraag was: hoe kun je het verkeer zo min mogelijk hinderen en toch maximale veiligheid bieden? Kuiper: 'Het was heel aangrijpend. Mensen liepen gevaar. De economische schade voor de stad was niet te overzien. Cohen wil dan graag advies van verschillende kanten. Daarbij kijkt hij niet naar hi'rarchische posities. Op zeker moment zegt zijn woordvoerder Mirjam: 'Zou je nou je vrouw door die tunnel laten rijden?' Dat is een interessante vraag. Dan zie je hem denken: 'daar zit wat in'. Je kan allemaal wel lekker lullen, maar h'j moet beslissen.'

Kuiper voelt zich in zo'n crisissituatie 'heel fijn' bij Cohen.

De Coentunnel wordt afgesloten, speciale eenheden staan met tanks langs de snelweg, Nederland lijkt even in oorlog. Het bleek loos alarm.

n Stadhuis, 25 oktober 2001

De burgemeester ontvangt veertien Pakistanen in zijn werkkamer, drie vrouwen en elf mannen.

Cohen: 'Hebt u het gevoel meer Pakistaans dan Nederlands te zijn?'

Man: 'Ik voel me meer Pakistaans, maar ik ben wel voor het Nederlands elftal.'

Cohen: 'En met hockey?'

Man: 'Nee, dan Pakistaan.'

De groep lacht en ontspant zich. Ze vertellen over de verhalen in de media over moslims, hoe dat haat en agressie oproept. Dat hun kinderen opeens op school worden uitgescholden voor Bin Laden. Hoe ze het gevoel hebben dat iedereen sinds de aanslagen moslims slecht vindt. Cohen zit onderuit in zijn stoel, prutst wat aan zijn nagelriemen en luistert.

Man: 'Op televisie was een documentaire waarin te zien was hoe de Talibaan vrouwen meenamen naar een voetbalstadion en ze daar doodschoten. Nou, daar heb je het weer. Iedereen denkt: Talibaan is moslim, moslim is slecht.'

Cohen: 'Nu doet u daar aan mee. Ik heb die documentaire ook gezien. Dat onderscheid tussen Talibaan en moslims werd juist wel gemaakt.'

Een Pakistaanse vrouw vindt dat Amerika eerst maar eens moet bewijzen dat Bin Laden achter de aanslagen zit. Na afloop zegt Cohen: 'De ontkenning dat Bin Laden erachter zit, vind ik verbazingwekkend. Het echte probleem is dat ze zo anders tegen Amerika kijken. America rules te world. Dat haten ze.'

Eerder die week had hij gegeten met een aantal jongeren van verschillende nationaliteiten. 'Ook daar precies dezelfde afstand tot de Verenigde Staten. Ik schiet, tot mijn eigen verbazing, in de verdediging. Jongens, dit is zó niet mijn wereld. Dan wil ik uitleggen hoe ik het zie. Maar dat is mijn rol helemaal niet. Mijn rol is om uit te dragen: jullie zijn Amsterdammers, jullie moeten je veilig voelen. Maar ik kan het niet laten.'

Verhoogde versnelling

Cohen zit sinds 11 september in een verhoogde versnelling. De vrede bewaren tussen verschillende culturen is ook een oplossing vinden voor de gevoelens van onveiligheid in de stad. 'De stemming in de stad is aan het omslaan', zegt hij. 'Iedereen vindt dat het nu echt afgelopen moet zijn.' Een paar weken daarvoor moest het Sloterparkbad sluiten, omdat Marokkaanse jongens het zwembad onveilig maakten. Deze week waren er indringende beelden op de lokale zender van een Amerikaanse toerist die op station Lelylaan flinke klappen kreeg bij een beroving.

'Veiligheid moet nu eindelijk eens nummer één staan', zegt Cohen. 'Een van de oorzaken van de problemen bij station Lelylaan is dat daar zo ongelofelijk veel scholen in de buurt liggen. Als je nou eerder had bedacht dat het niet slim is om die op een kluitje te stoppen. We kennen de Milieu Effect Rapportage, misschien moeten we ook een Veiligheids Effect Rapportage invoeren. Dat kan op duizenden terreinen, bij de aanleg van de metro, bij de aanleg van een schoolplein. Het kan me niet verrekken wat. Veiligheid speelt overal. De tourniquets voor de metro kunnen er pas in 2003 zijn. Waarom? Blijkbaar zijn andere dingen belangrijker dan veiligheid. Gespreide sluitingstijden voor de scholen? Vinden de bonden niet goed, want de juf moet ook haar eigen kind ophalen. Waarom rijden er 's nachts geen bussen van en naar het Rembrandtplein? Ook zoiets. Veiligheid vraagt om commitment. Bij de banken is het gelukt. Die zijn nu zo goed beveiligd dat ze niet meer worden overvallen. De gsm-bombardementen van de politie naar gestolen mobiele telefoons was ook een succes Waarom geen chips in fietsen? Het kan allemaal. Ik heb geen idee wat het kost, maar de vraag is: hebben we er wat voor over?' Cohen wil zijn plan nog niet naar buiten brengen. 'Dat lijkt me iets voor het nieuwe collegeprogramma. Een Veiligheids Effect Rapportage voor alle toekomstige plannen. Veiligheid is topprioriteit nummer 1.'

n Huiskamer in Osdorp, 26 oktober 2001

Mevrouw Van Hoorn, conductrice bij de Nederlandse Spoorwegen, is tijdens haar werk mishandeld door een Marokkaanse jongen. Tussen de kopjes koffie in haar woonkamer ligt op de salontafel een foto van haar blauwe en dichtgetimmerde oog. Voor de gelegenheid heeft mevrouw Van Hoorn een aantal vrienden en kennissen uitgenodigd. Haar diversiteitsbeleid is voorbeeldig: mannen en vrouwen, zwart en wit, een homoseksueel. Er is een ambtenaar, een conducteur, een buschauffeur, een jongerenwerker, een slager en een postbode. Van Hoorn had een brief aan Cohen geschreven: 'Er is veel angst onder de mensen en niet zoals premier Kok naar voren doet komen dat er alleen angst is bij moslims, maar ook bij de Hollandse mensen.'

Nu zit de burgemeester in haar volle huiskamer aan de koffie. De postbode vertelt hoe hij sinds jaar en dag gewoon was in december als Kerstman de post te bezorgen. Twee jaar geleden is een groepje Marokkaanse jongens bovenop hem gesprongen. Ze trokken zijn muts en zijn baard af. 'Zo bedreigend', zegt hij. 'In één keer alle plezier verdwenen.'

Een buurvrouw vertelt over een inbraak in haar huis. Haar autosleutels en haar auto waren weg. 'Nergens aankomen totdat de politie is geweest', had ze tegen de kinderen gezegd. Maar dacht je dat de poltie vingerafdrukken nam? Nee hoor, nooit meer wat van gehoord.

En de slager op het Dijkgraafsplein vertelt hoe het de afgelopen jaren stiller is geworden in zijn zaak. 'Door het geterroriseer van die Marokkaanse jongens.' Drie jaar geleden had hij nog acht man in dienst, nu staan alleen hij en zijn vrouw nog in de zaak.

Een dag eerder had Cohen in hotel The Grand ook een gezelschap uitgenodigd om te praten over jeugdcriminaliteit. Onder de kroonluchters zaten zo'n twintig, vooral witte, hooggeplaatsten van politie, justitie, rechterlijke macht en hulpverlening. Men had gezamenlijk vastgesteld dat 'de keten' niet optimaal functioneerde - lees: dat probleemjongeren uit het zicht raken als ze uit het bestand van een organisatie verdwijnen. En men stelde vast dat je er op tijd bij moest zijn als je wilde voorkomen dat 'first offenders' later 'harde-kerners' zouden worden. 'Die ketenorganisatie', zegt Cohen, 'dat is het moeilijkste wat er is, maar het is wel waar het om gaat.'

In de huiskamer van mevrouw Van Hoorn trekken ze vandaag dezelfde conclusies. 'Ik heb de indruk dat iedereen alles maar op elkaar afschuift', zegt Van Hoorns man. 'Het begint op school', zegt de buurvrouw, 'daar moet je ze bij hun kladden pakken'.

Als Cohen vertrekt, zegt hij: 'Ik hoop dat u echt ziet dat we ermee bezig zijn. Het is een van de dingen waar we de komende tijd mee aan de slag moeten. En wat u zegt', Cohen wijst naar de slager en tikt met zijn vinger tegen zijn slaap, 'dat heb ik wel onthouden, hè.'

Terug in de dienstauto zegt hij tegen directeur Veiligheid Maureen Sarucco: 'Schrik jij daar nou niet van? Zo'n slager die geen personeel meer heeft?' Sarucco schrikt niet meer zo snel. Ze zegt: 'Ik heb Peter Meijer (PvdA-raadslid, ms) opgestookt. Hij gaat de eerstvolgende vergadering een motie indienen over het ontwikkelen van een Veiligheids Effect Rapportage.' Ze leunt tevreden achterover. 'En dan kopt de burgemeester hem in.'

En zo geschiedde.

Karaktermoord

Op 15 december zegt burgemeester Cohen zijn abonnement op NRC Handelsblad op. De man van de totale beheersing, die altijd alle kanten van een zaak wikt en weegt, volgt zijn hart. Op zijn goede vriend Karl Dittrich zou 'karaktermoord' zijn gepleegd. Dittrich was de belangrijkste kandidaat voor de burgemeesterspost van Maastricht, maar trok zich terug vanwege berichten in onder meer NRC Handelsblad over vermeende betrokkenheid bij een bouwaffaire begin jaren negentig. 'Abominabele journalistiek', zegt Cohen, die Dittrich kent uit zijn tijd als rector magnificus in Maastricht. 'De NRC schrijft in een hoofdartikel over het belang van goede lokale bestuurders. Maar hoe valt dat te rijmen met het feit dat diezelfde krant goede lokale bestuurders kapotmaakt?' Dittrich diende een klacht wegens onzorgvuldige journalistiek in bij de Raad voor de Journalistiek. De zaak dient op 22 maart.

Maar als de kwaliteit van lokale bestuurders Cohen zo na aan het hart ligt, waar was hij dan toen het PvdA-bestuur karaktermoord pleegde op wethouder Duco Stadig, voor wie Cohen veel waardering heeft? Stadig was op een onverkiesbare plaats op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen gezet. 'Ik kan niets als burgemeester', zegt Cohen, 'Als burgemeester moet je boven de partijen staan. Maar ik ben, ook hierdoor, inmiddels wel overtuigd geraakt van de voordelen van een gekozen burgemeesterschap. Dan kun je invloed uitoefenen op de samenstelling van het college en de inhoud van het programakkoord. Ik heb misschien wel de meest belangrijke portefeuille (openbare orde en veiligheid), maar ik mag er in het programakkoord niet over meepraten. Dat is toch wel heel vreemd. Waarom kan in de gemeente niet wat in het land wel kan? Ik zeg nu: de baas van het college, meestal de leider van de grootste partij, moet de burgemeester zijn. Dan moet de bevolking maar roepen of ze me willen hebben. En als ik qua bestuursstijl nou een beetje op Wim Kok lijk, dan zou ik niet weten waarom de bevolking me niet zou willen.'

Cohen voelt zich verwant met premier Kok. 'Hij is ook heel vaak afwachtend, overziet eerst het hele speelveld en zet pas dan een stap. Ik vind hem een mateloos goede bestuurder.'

De rol van religie

Vlak na Nieuwjaar gebeurt het, in het Concertgebouw, tijdens zijn Nieuwjaarstoespraak. Voor het eerst leiden zijn uitspraken tot rumoer. Cohen heeft aandacht gevraagd voor de rol van religie in de stad. Hij had er bij zijn medewerkers nog flink voor moeten knokken om de passage in zijn speech te krijgen. Maar hij had het gevoel 'dat hij iets te pakken had'. Dus zei hij in het Concertgebouw: 'Het is de vraag of de overheid [...] niet meer oog moet hebben voor deze rol van de religie. Juist omdat het als bindmiddel zo'n belangrijke rol speelt.' En hij hield een pleidooi voor een optredende overheid. 'Zoals het nu gaat, kan het niet langer.'

Veel opgetrokken wenkbrauwen na afloop in de gangen van het Concertgebouw. Wat wil Cohen nou met die religie? En was dat pleidooi voor een optredende overheid niet een beetje belegen? Was dit nou de oogst van een heel jaar? Hij stond er ook zo droogjes bij. Het politieke feestje miste Patijn en zijn Schwung een beetje.

In de dagbladen wonden columnisten zich op. 'Waar is, als we gaan tornen aan de scheiding tussen kerk en staat, het einde?', schreef Elsbeth Etty in NRC Handelsblad. Maar het team van de burgemeester was tevreden. 'Veel publiciteit', zei zijn woordvoerder op de eerste kabinetslunch na het nieuwe jaar. Aanvragen van media om over de toespraak verder te praten stroomden binnen. 'Maar ik werp eigenlijk alleen maar vragen op', zegt Cohen, 'Ik heb het antwoord ook niet paraat.'

'Dan moet je dat zeggen', zegt zijn woordvoerder. 'Je moet nu wel doorpakken.' Cohen is voor alles in.

n Werkkamer, maandag 28 januari 2002

De burgemeester heeft een bespreking met directeur Veiligheid Maureen Sarucco over het draaiboek van de politie voor het huwelijk van Máxima en Willem-Alexander.

Sarucco: 'Het ziet er goed uit. Een paar dingetjes. De uitspraken op de spandoeken. We hebben in de sub-driehoek afgesproken wat beleidsvrije ruimte te nemen. Die vader is er natuurlijk niet voor niets niet bij. We hebben wel gekeken naar wat binnen de Zuid-Amerikaanse cultuur als beledigend wordt ervaren. Teksten als 'een hoer is een hoer' staan we absoluut niet toe. Teksten als 'Zorreguieta moordenaar', daarvan hebben we zoiets van: laat maar gaan.' Cohen laat Sarucco eerst uitspreken en zegt dan: 'Ik zit nog met dat Zorreguieta moordenaar. Daar wil ik nog eens goed over nadenken. Hoeveel tijd heb ik daarvoor?' De volgende dag besluit de driehoek dat spandoeken met 'moordenaar' niet zullen worden getolereerd.

n Bij Cohen thuis, zondag 3 februari 2002

Het is de dag na het huwelijk. Cohen heeft thee gezet. Hij loopt in spijkerbroek. Gisteren heeft hij indruk gemaakt. 'Ik had het gevoel', zegt hij, 'die Máxima is iemand die wat kan, die moet de gelegenheid krijgen haar talenten te benutten. Het is belangrijk dat ik dat zeg, als burgemeester van Amsterdam.'

Een jaar lang heeft de stad getwijfeld: natuurlijk, hij is een bekwaam bestuurder en een aimabel mens. Maar heeft hij ook de grandeur die de burgemeester van Amsterdam moet hebben? Die tweede februari 2002 gaf de doorslag: ja, die heeft hij.

Duizend jaar

Een jaar geleden zei Cohen dat hij nog geen idee had wat hij met de stad wilde. Hoe staat het er nu voor? 'Ik heb nog niet zoveel bereikt', zegt hij. 'Iedereen vraagt me steeds maar wat ik nou met die stad wil. Maar waarom zou ik nou toch wat willen? Die stad bestaat al duizend jaar. Burgemeesters en wethouders zijn passanten. Er zijn duizenden mensen met goede idee'n. Ik ben niet meer dan een teamleider, een manager. Mijn diepste drijfveer is dat de dingen gaan zoals ik wil dat ze gaan.'

En langzamerhand gaan de dingen een beetje zoals hij wil dat ze gaan. 'Er staan heel veel potjes op het vuur. Ik verwacht veel van een nieuw programakkoord en van een nieuw college. Zo'n Rob Oudkerk (lijsttrekker van de PvdA, ms) is toch een type van niet lullen maar poetsen.'

En langzamerhand komt het stadhuis een beetje op orde, zegt Cohen. Samen met gemeentesecretaris Erik Gerritsen probeert hij de besluitvormingsprocessen te verbeteren. 'De Amsterdamse bestuursmentaliteit is er vaak een van improviseren. Het hele bestuur is georganiseerd rond de wethouders, het zijn wethouderszuilen. Daardoor werken diensten vaak langs elkaar heen of doen dingen dubbel. Dat verbeteren is iets waar Erik Gerritsen vanaf het allereerste moment mee bezig is. Ik steun en stimuleer hem.' Zo worden bijvoorbeeld in de collegevergaderingen geen stukken meer behandeld als het omslag niet deugt. Daar moet een korte samenvatting op staan. 'Dat gaf in het begin een heel gezeik. "Typisch Amsterdams: wat een onzin, het gaat zo toch ook goed!" Of: "Ja maar het is belangrijk, het heeft haast!" Maar het is nodig. Het kwam vaak voor dat pas tijdens de collegevergadering bleek dat er een verschil van mening was. In Den Haag had je altijd interdepartementaal overleg. Dan bleven tenminste de echte politieke meningsverschillen over.'

Wat hem ook is opgevallen: 'Amsterdamse wethouders zijn wel wat arrogant. Laatst zijn we met het college naar Almere geweest. Dat zou vier jaar geleden ondenkbaar zijn geweest. Almere moest maar naar Amsterdam komen. Maar het is echt belangrijk om goed samen te werken met de regio. Patijn en Van der Aa hebben daar al ontzettend veel goed werk gedaan. Ik ga daar mee verder.'

Cohen doet het allemaal op zijn sloffen, zo lijkt het. Leest hij wel eens boeken over macht of beònvloedingsprocessen? 'Nee hoor.' Wie vraagt hij om advies? De namenlijst in zijn agenda moet zich nog steeds 'ontwikkelen'. 'Het klinkt heel machiavellistisch en dat is het misschien ook wel, maar het is van belang dat niet duidelijk is wie je adviseurs zijn. Je moet onafhankelijk zijn.'

Gaat het hem echt zo makkelijk af? 'Wat belangrijk is: ik heb niets te verliezen. Als het niet goed gaat, hou ik er toch mee op? Daar val ik niet op te pakken.'

Heeft dat te maken met zijn joodse afkomst? Heeft hij een gevoel van 'erger kan het nooit worden'? 'Voor een kind van ouders die ondergedoken hebben gezeten en grootouders die zijn omgekomen in de oorlog, heb ik een merkwaardig gelukkige en ongecompliceerde jeugd gehad.' Cohen en zijn ouders spraken zelden over de pijn van de oorlog.

Komt het dan misschien door de ziekte van zijn vrouw? Lidie merkt meteen op: 'Nee hoor, heeft hij altijd al gehad.'

'Wat misschien een rol speelt', zegt Cohen dan, 'is mijn broer. Ik was fysiek veel groter en veel socialer. Maar hij heeft mij, zonder dat ik dat in de gaten had, er altijd onder gehouden.' Hij was degene die knap was, die alles diep en grondig doordacht. Ik was een beetje dom, ik had altijd zesjes.' Cohens vader was adjunct-directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, zijn moeder was historica. Zijn één jaar oudere broer Floris was de vurig gewenste eerste zoon, geboren in de zomer van 1946. En terwijl Floris op de middelbare school uitblonk, hing Job het liefst op de bank te puberen.

'Toen ging ik in Groningen studeren. Daar ontdekte ik dat ik eigenlijk helemaal niet zo stom was. Dat heeft me zekerheid gegeven.'

Vanaf dat moment zou het alleen nog maar meevallen. M

Monique Snoeijen is redacteur van NRC Handelsblad.

Vincent Mentzel is fotograaf van NRC Handelsblad.

[streamers] Cohen hield nog even zijn kruit droog, maar deze burgemeester zou gaan knallen. Daar kon je van op aan.

'Ik ben niet het type van veni, vidi, vici. De kunst is om van de goeie mensen de goeie ideeën af te kijken.'

Tijdens diners snijdt hij terloops haar vlees, op recepties verrolt hij af en toe haar stoel.

De donkere stem, de ongeschoren kin, af en toe een knipoog. Maar nooit een gewaagde grap, hij is meer van de Britse humor.

'Mijn rol is om uit te dragen: jullie zijn Amsterdammers, jullie moeten je veilig voelen.'

'De stemming in de stad is aan het omslaan', zegt Cohen. 'Iedereen vindt dat het afgelopen moet zijn.'

Veel opgetrokken wenkbrauwen in de gangen van het Concertgebouw. Wat wil Cohen met die religie?

Gerectificeerd

Kuiper

Het artikel Wat kan die man luisteren, vandaag in het magazine M (pagina 10), geeft een uitspraak van korpschef Kuiper niet goed weer. Er staat: ,,Maar hij [Cohen] kan wel opvattingen hebben over wat ik doe of wat De Wit [officier van justitie] doet, in essentie kun je je afvragen of dat relevant is'. Kuiper zei: ,,Maar hij kan wel opvattingen hebben over wat De Wit doet, in essentie kun je je afvragen of dat relevant is.'