VERWAARLOOSD EN UITGEBUIT

De militaire machthebbers van Nigeria hebben zestien jaar lang de universiteiten aan hun lot overgelaten. Nu probeert de nieuwe democratische regering het hoogstaande academische niveau van de jaren zestig opnieuw te bereiken. Geen sinecure.

In oktober 2000 maakte William Saint, de hoogste Afrika-specialist van de Wereldbank, een rondreis langs de universiteiten van Nigeria om steun te verwerven voor een lening van 100 miljoen dollar. De Wereldbank bood de lening aan om de in verval geraakte Nigeriaanse universiteiten te helpen met een aansluiting op Internet, de ontwikkeling van onderwijsprogramma's en met de opleiding van docenten en stafpersoneel. De renteloze lening zou een looptijd hebben van dertig jaar.

Saint verwachtte lastige vragen, maar van de ontvangst die hem werd bereid viel hij steil achterover. Op twee van de vijf universiteitsterreinen werd hij met harde hand weggestuurd. Bij de Bayero Universiteit in de noordelijke stad Kano versperden woedende docenten hem de weg en werd de Wereldbank uitgemaakt voor `bloedzuiger' en `neokolonialist'. Bij de universiteit van Ibadan in het zuidwesten ontkwam Saint maar nauwelijks aan een aanval van protesterende studenten en moest hij door docenten worden ontzet.

Veel mensen aan de Nigeriaanse universiteiten koesteren een diep wantrouwen tegen de Wereldbank. Dat wantrouwen is gebaseerd op de grootscheepse corruptie onder de voormalige militaire leiders en op een eerdere Wereldbanklening die universiteiten opscheepte met waardeloze boeken en nutteloze apparatuur. ``Wij denken niet dat het in het belang is van de universiteit om geld te lenen dat de Wereldbank de controle geeft op de universitaire opleiding'', zegt Dipo Fashima, president van de vereniging van de gezamenlijke universiteiten. Ondanks de oppositie van genoemde vereniging zal Nigeria, dat nu een democratische regering heeft, naar verwachting dit jaar akkoord gaan met de lening, en meer westerse hulp aan de Nigeriaanse universiteiten ligt in het verschiet. De ruwe ontvangst die Saint ten deel viel is echter een aanwijzing voor de wanhopige en bandeloze staat waarin het hoger onderwijs verkeert in het meest bevolkte land in Afrika.

De universiteiten van Nigeria, eens behorend tot de beste instituten van het continent, zijn de laatste twintig jaar tot armoede vervallen als gevolg van verkwisting en diefstal door de militaire leiders van 's lands olierijkdom. Nigeria heeft als OPEC-lid afgelopen dertig jaar 280 miljard dollar verdiend aan de olie-export, maar de bevolking heeft daar weinig van teruggezien 43 procent van de 130 miljoen Nigerianen is analfabeet en velen van hen leven in nijpende armoede.

Een halve eeuw geleden zag het Nigeriaanse hoger onderwijs er zonnig uit. De eerste universiteit werd in 1948 opgericht in Ibadan, de tweede stad van het land, 130 kilometer ten noorden van de toenmalige hoofdstad Lagos. Nadat het land in 1960 onafhankelijk was geworden van Groot-Brittannië ontwikkelde het universiteitssysteem zich op ordelijke wijze. In het begin waren er veel Britse docenten en liep slechts een klein aantal topstudenten college. De standaard was hoog.

taxi

Tijdens de olieboom van de jaren zeventig baadde Nigeria in het geld. De universiteiten hoefden maar een verzoek in te dienen en de fondsen stroomden toe, zegt Christian A. Fatokun, specialist in moleculaire genetica, die van 1977 tot 1993 doceerde aan de universiteit van Ibadan.

In het begin van de jaren tachtig daalden de olieprijzen tot grote diepte. Toen hielden de onderzoekssubsidies op en was er geen geld meer voor het bijwonen van internationale wetenschappelijke conferenties. De aantrekkelijke universitaire salarissen werden door de inflatie opgesoupeerd en Fatokun zag met lede ogen aan dat vele van zijn collega's de universiteit de rug toekeerden en zelfs het land verlieten. Anderen begonnen een kippenfarm of investeerden in een taxi om hun salaris aan te vullen. Ook Fatokun zelf zag zich gedwongen om ontslag te nemen. Hij ging werken bij een internationaal gefinancierd landbouwonderzoeksinstituut in Ibadan. Als hij daar zijn oude vervallen universiteit bezoekt, zegt hij, raakt hij helemaal van streek.

Tegenwoordig zijn rond de campus van de universiteiten prominent geplaatste aanplakborden te zien met de waarschuwing: `Sektevorming is slecht en destructief'. De borden zijn onderdeel van een door de regering gesteunde campagne om `sekten', ofwel studentenbendes, uit te bannen. Volgens universitaire medewerkers terroriseerden die bendes andere studenten om hun schaarse slaapplaatsen op de campus af te staan, intimideerden zij docenten om hun een hoger cijfer te geven en drongen zij de slaapzalen van de meisjesstudenten binnen om hen te verkrachten.

Velen zijn van mening dat de militaire leiders de afgelopen twee decennia de universiteiten bewust hebben verwaarloosd, omdat deze de voorhoede vormden van het verzet tegen de militaire dictatuur. Hoe dan ook, het onderwijspeil zakte als een baksteen, het aantal inschrijvingen schoot omhoog en de campussen raakten in verval. Zes jaar geleden ontvoerden leden van de technische staf de directeur van het academisch ziekenhuis van de Ahmadu Bello universiteit in de noordelijke stad Zaria. De directeur, beschuldigd van onwil om aan hen salaris uit te betalen, werd doodgeslagen. De laatste twintig jaar is het aantal inschrijvingen aan de universiteit toegenomen van 55.000 in 1980 tot meer dan 400.000 nu, zodat de kwaliteit van het onderwijs verder afnam. Afgelopen jaar werden verscheidene universiteiten enkele keren als gevolg van stakingen gedwongen hun deuren te sluiten.

In mei 1999, na zestien jaar militaire dictatuur, trad een democratisch gekozen regering aan. President Olusegun Obasanjo, voormalig generaal en eens zelf militair dictator, heeft internationale waardering geoogst met zijn aanstelling van een onafhankelijke commissie die openbare hoorzittingen hield over de schendingen van de mensenrechten door het voorafgaande regime. Obasanjo tracht de corruptie aan banden te leggen en doet pogingen de 2,3 miljard dollar terug te krijgen die naar zijn zeggen door het vorige militaire regime van generaal Sani Abacha in vijf jaar achterover is gedrukt.

De nieuwe regering heeft de 24 federale universiteiten nu een jaarlijkse steun toegezegd van 370 tot 970 dollar per student. Het geld wordt voornamelijk gebruikt ter verbetering van het tot een schijntje gezakte salaris van de docenten. Hoogleraren krijgen nu een gratis onderkomen op de campus en een salaris van zo'n 10.000 dollar. Eind vorig jaar bedroeg de achterstand in de betaling van de universitaire lonen drie maanden.

De regering is eveneens van plan de regeringsinvloed drastisch te verminderen en de universiteiten een vèrgaande vorm van autonomie te verlenen. Het plan, dat nog door de Nationale Vergadering moet worden goedgekeurd, geeft de universiteit de vrijheid zelf een universiteitshoofd te benoemen, stafleden aan te nemen, studentenaantallen te bepalen, de budgettering in eigen hand te nemen en het onderwijsprogramma te bepalen. Allemaal zaken waarbij de Wereldbank dat doet zij in andere landen ook steun zou kunnen verlenen. Maar de Nigeriaanse gevoeligheid op dit punt kennend dringen zowel de Wereldbank als Nigeriaanse functionarissen erop aan de bank buiten het autonomieplan te houden.

Niettemin vrezen niet weinigen dat het grote moeite zal kosten het diep gedaalde onderwijspeil te verhogen. Volgens een recente studie van de Wereldbank klagen werkgevers over de kwaliteit van de afgestudeerden die is vooral op het gebied van communicatie de laatste twee decennia steeds verder gedaald. De bank schat dat 25 procent van de afgestudeerden werkloos zal blijven, een enorme kapitaalvernietiging in een land waar maar één op de studieaanvragen met een studieplaats wordt gehonoreerd.

Stakingen zouden de hervormingen kunnen frustreren. Verscheidene universiteitsbonden verzetten zich tegen het autonomieplan, omdat dat zou indruisen tegen de structuur van `collectieve arbeidsovereenkomsten' en het elk instituut in staat zou stellen een eigen beloningspolitiek te voeren. President Obasanjo heeft laten weten dat hij de kwestie niet over zijn kant zal laten gaan en hij heeft het universitaire onderwijs al geclassificeerd als een `essentiële dienst', vergelijkbaar met de dienstverlening door de politie en de voorzieningen van de nutsbedrijven. Dat zou een staking door de universiteitsstaf onwettig maken.

Universiteitsleiders prijzen Nigeria's president, zelf geen academicus, dat hij het voortouw tot het autonomieplan heeft genomen. Maar velen van hen zijn boos dat de regering tot op heden is teruggeschrokken van de invoering van collegegelden, een erg impopulaire stap die zij echter absoluut noodzakelijk achten. Abdullahi Mahadi, vice-chancellor van de Ahmadu Bello universiteit in Zaria: ``Als de regering zich daarover niet uitspreekt, is het vrijwel onmogelijk collegegeld te eisen.''

rozenperken

De Ahmadu Bello universiteit is na een roerige tijd overigens ten goede veranderd. Sinds zijn benoeming heeft Mahadi, hoogleraar geschiedenis, toezicht gehouden op de verfraaiing van de uitgestrekte universiteitsterreinen. Rijen geschoren groene heggen, rozenperken en bloeiende bougainvillestruiken zijn een lust voor het oog. Mahadi is bezig met een nieuw vakinhoudelijk programma, probeert afgestudeerden over te halen tot financiële steun en heeft de strijd aangebonden tegen het zwakke arbeidsethos dat in de jaren van verval is binnengeslopen. Regelmatig bezoekt hij een klas of collegezaal, en hij heeft honderd van de 1500 docenten ontslagen wegens gebrekkig functioneren. Saba Ahmed Adam, student economie en voorzitter van de studentenraad, vertelt dat docenten vaak gewoon niet kwamen opdagen. Maar, zegt hij, de onderwijskwaliteit op Ahmadu Bello is de laatste jaren verbeterd.

Een verbetering die het gevolg is van hulp van verschillende, vooral Amerikaanse, zijden. Ahmadu Bello is een van de vier Nigeriaanse universiteiten die werden uitgekozen voor een partnership met vier Amerikaanse instellingen, de Carnegie Corporation en de Rockefeller-, Ford- en MacArthurstichting. En dan is er nog de Wereldbank. Volgens Munzali Jibril, hoogleraar linguïstiek en voormalig hoofd van de overkoepelende commissie voor de Nigeriaanse universiteiten, heeft de bank geleerd `subtieler en tactvoller' te zijn. ``President Obasanjo heeft de Wereldbank een nieuwe lening voor het hoger onderwijs gevraagd.'' William Saint, de Wereldbankman die er anderhalf jaar geleden bij twee universiteiten uit werd gegooid, heeft het verzoek gesteund, zegt Jibril. ``Saint heeft ons gevraagd zèlf een vernieuwingsplan op te stellen. Daar zijn we mee akkoord gegaan.''