Veni, vidi, visie

Burgemeesters heb je in alle maten en soorten. Je hebt de ceremoniële burgemeester (Opstelten van Rotterdam), de zakelijke burgemeester (d'Hondt, voorheen Nijmegen), de regenteske burgemeester (Patijn, voorheen Amsterdam), de pechburgemeester (IJsselmuiden, voorheen Volendam), de ijdele burgemeester (Mans van Enschede), de joviale burgemeester (Wøltgens van Kerkrade), de slapende burgemeester (Ouwerkerk, voorheen Groningen), de incommunicado-burgemeester (Van Maaren-van Balen, voorheen Leeuwarden) en de autoritaire burgemeester (Peper, voorheen Rotterdam).

Maar wat is nu eigenlijk een goede burgemeester en hoe meet je dat? En wat is belangrijker: degelijk bestuur of wijdse vergezichten? Job Cohen of Bram Peper? De aimabele, ietwat onopvallende, misschien wel tikje saaie Cohen, die zich hoofdzakelijk richt op het op orde brengen van stad en stadhuis? Of de bevlogen, innoverende, hooghartige Peper, die neerkeek op het gekrabbel van zijn onderdanen? Job Cohen is nu een jaar burgemeester van Amsterdam.

Eén ding straalt hij met volle overtuiging uit: een visionair wil hij niet zijn. 'De man zonder eigenschappen', noemden ze hem op het ministerie van Justitie, zijn vorige werkplek. Dat heeft voordelen: je slaapt goed, zelfs met een onmogelijke portefeuille als vreemdelingenbeleid.

Of intelligentie, humor en degelijkheid ook genoeg zijn, zal pas blijken als het in Amsterdam weer eens ouderwets uit de hand loopt. Voor het opgepoetste Oranje-blanje-bleu-huwelijk draaide Cohen zijn hand niet om. De echte vuurproef moet nog komen.