Vechten tegen het wantrouwen

Glasvezelexploitant KPNQwest maakt zware tijden door. De buitenwereld vraagt zich af of de resultaten zijn opgepoetst en of de moederbedrijven nog wel blijven. Jack McMaster geeft antwoord.

Hij is niet te benijden, Jack McMaster, de bestuursvoorzitter van netwerkbouwer KPNQwest. Moederbedrijf KPN heeft zijn afscheid als aandeelhouder aangekondigd. Het Amerikaanse Qwest, de andere moeder, is in acute financiële problemen geraakt, wat speculaties over nog een afscheid voedt. En bange beleggers zijn gaan twijfelen aan de winstcijfers van KPNQwest zelf.

De beurswaarde van het bedrijf is gehalveerd sinds begin dit jaar. KPNQwest is na de herschikking de AEX-index, aanstaande maandag, het lichtste fonds in de toonaangevende beursgraadmeter.

Jack McMaster probeert het hoofd koel te houden. ,,Ik maak me liever zorgen over zaken die beheersbaar zijn'', zegt hij in een gesprek op zijn werkkamer. ,,De positie van mijn twee belangrijkste aandeelhouders is niet iets dat ik kan beheersen. Het houdt me dus ook niet uit mijn slaap.''

Alleen de locatie van KPNQwest's hoofdkantoor in Hoofddorp geeft al aan hoezeer de wereld rondom McMaster is veranderd. Veel van de splinternieuwe kantoorgebouwen in de buurt staan leeg. Op de deuren hangen briefjes waarop faillissementsverkopen worden aangekondigd. McMaster noemt de slachting onder branchegenoten `zorgelijk'. Ondanks de lage beurskoers van dit moment is KPNQwest geen makkelijke prooi voor een overname. KPN en Qwest hebben samen ongeveer 87 procent van het bedrijf in handen. ,,Je moet dus altijd eerst met hen praten'', zegt McMaster.

Maar begint die beschermingswal niet langzaam af te brokkelen gezien de problemen van de moederbedrijven? ,,Onder leiding van Scheepbouwer zal KPN geen dingen doen die niet intelligent zijn. Ook Qwest heeft nog steeds behoefte aan een pan-Europese partner.''

KPNQwest is een van de weinige glasvezelexploitanten die in 2001 zijn doelstellingen heeft gehaald. Maar McMaster verraste de buitenwereld twee weken geleden met de mededeling dat inmiddels de meerderheid van de omzet bestaat uit de handel, met andere telecombedrijven, in netwerkcapaciteit. In een rumoerige telecomsector is het beter om niet al te afhankelijk te zijn van branchegenoten die in betalingsproblemen kunnen raken. McMaster vindt het omzetpercentage van 55 procent aan netwerkhandel dan ook veel te hoog. Het percentage moet binnen drie jaar zijn teruggebracht tot 20 à 25 procent. Dat moet gebeuren door veel nieuwe klanten buiten de telecomsector te vinden, zoals financiële dienstverleners. ,,Maar het is erg moeilijk op dit moment. Ik ben al erg blij als we dit jaar op fifty-fifty uit komen.''

Het afgelopen jaar had hij de handel eenvoudigweg te hard nodig om zijn doelstellingen te halen. ,,Ik had een keuze: mijn doelstellingen missen, door rigoureus vast te houden aan het streven naar een betere omzetmix. Of mijn doelstellingen halen door extra handel in netwerken. Die keuze heb ik gemaakt en die zou ik vandaag precies zo maken. Had ik liever dat slechts 40 procent van de omzet afkomstig is van handel? Absoluut, maar die keuze had ik niet.''

De ruilhandel in netwerkcapaciteit met branchegenoten zorgde bij de jaarcijfers voor de meeste onrust. Circa 15 procent van KPNQwest's totale omzet betrof de verkoop van netwerkcapaciteit aan partijen waarbij ook capaciteit werd ingekocht.

Ruilhandel in netwerken staat in een kwaad daglicht sinds de Amerikaanse beurswaakhond SEC een onderzoek instelde naar Global Crossing. Dat met bankroet bedreigde telecombedrijf zou zijn omzet hebben opgepoetst met ruiltransacties: de verkochte netwerkcapaciteit werd in één keer als omzet geboekt terwijl de kosten van ingekochte capaciteit over een langere periode werden uitgesmeerd. Ofwel, een loze transactie die winst oplevert.

Ook Qwest heeft bezoek gekregen van de SEC, omdat de moeder van KPNQwest betrokken zou zijn geweest bij zulke ruiltransacties. Het is dan ook geen toeval dat KPNQwest voor het eerst zo expliciet informatie verstrekt over zijn netwerkhandel. ,,Ik wist dat we hierover vragen zouden krijgen bij de jaarcijfers'', zegt McMaster. ,,Ik wilde niet het verwijt krijgen dat we tijdens een conferentie belangrijke zaken ter sprake brengen die niet in het persbericht staan. Toen hebben we besloten om het goed uit leggen. Niemand kan mij nu verwijten dat ik spelletjes speel.''

De SEC heeft niet op zijn deur geklopt, zegt hij, en dat zal ook niet gebeuren. ,,Je kunt er zeker van zijn dat onze naam niet zal vallen bij de conclusies die over Global Crossing worden getrokken.'' Niettemin neemt ook KPNQwest bij verkoop van netwerkcapaciteit de omzet in één keer, terwijl de kosten in de helft van de gevallen over een langere periode worden uitgesmeerd. McMaster benadrukt dat er bij al deze transacties cash in het spel was. Daarover wordt bij Global Crossing nu getwijfeld. Maar partijen kunnen toch grote sommen geld contant uitwisselen zonder dat er echt iets gebeurt? Waar zit nu de zekerheid voor beleggers dat KPNQwest niet met virtuele transacties de cijfers oppompt?

Volgens McMaster moet er altijd een aanwijsbare strategische reden zijn om netwerkcapaciteit te ruilen. ,,Als dat niet het geval is, zal de accountant niet akkoord gaan met het boeken van de transactie als omzet. Dan overtreed je de wet. Als ik een netwerk bij Madrid ruil voor een netwerk bij Buenos Aires mag ik dat niet als omzet boeken, omdat ik niets in Buenos Aires te zoeken heb. Onze accountant heeft alle transacties goedgekeurd.''

Die accountant is Andersen, de controleur die door de val van energiereus Enron in opspraak is geraakt. ,,Op dit moment heb ik er het volste vertrouwen in dat Andersen er grondig voor zorgt dat de verslaggeving van KPNQwest vrij van elke twijfel is.'' Kloppen de boeken? ,,Zonder enige twijfel. Probeer maar eens een bedrijf te vinden dat zoveel openheid geeft over zulke transacties. Ik daag jullie uit.''