TYRANNOSAURUS HAD NIET GENOEG SPIEREN OM TE KUNNEN RENNEN

Een Tyrannosaurus die rennend zijn prooi achtervolgt is volgens onderzoekers van twee Californische universiteiten geen waarschijnlijk tafereel. Uit een biomechanische analyse concluderen ze dat deze dinosauriër waarschijnlijk alleen kon wandelen, met zo'n 20 kilometer per uur. Om de 70 kilometer per uur te halen, het resultaat van eerdere schattingen, had de Tyrannosaurus simpelweg te kleine beenspieren (Nature, 28 febr).

Paleontologen berekenen de snelheid van dinosaurussen meestal uit gefossiliseerde pootafdrukken, maar die zijn voor de grote vleeseters nooit gevonden. De beste schattingen tot nog toe waren gebaseerd op de botsamenstelling, maar verder draaide de discussie over de rencapaciteit van de 6.000 kilo zware Tyrannosaurus om vergelijkingen met struisvogels, olifanten en hoefdieren. Uitsluitsel over zijn topsnelheid was er niet: de speculaties reikten van een kleine 20 tot ruim 70 kilometer per uur.

De onderzoekers van Stanford en Berkeley berekenden hoeveel beenspiermassa een Tyrannosaurus nodig zou hebben om 72 kilometer per uur te rennen: de snelheid waarbij hij net zoveel kracht op de grond uitoefent als bestaande rennende tweevoeters, zoals kangoeroes en struisvogels. Daarbij hielden de wetenschappers rekening met de stand van de gewrichten, de aanhechting van de spieren en de lengte van de spiervezels.

Het resultaat was duidelijk: om zo snel te rennen moest 86 procent van Tyrannosaurus' lichaamsgewicht uit afzetspieren bestaan, oftewel 2580 kilo spier per poot. Waarschijnlijk had de dino per poot slechts 600 kilo spier: in het gunstigste geval genoeg voor een topsnelheid van 40 kilometer per uur, maar een wandelpas van zo'n 18 kilometer per uur is waarschijnlijker. Of Tyrannosaurus zo achter grote planteneters als Triceratops aan kon rennen, betwijfelen de onderzoekers.

De Californische onderzoekers zijn tamelijk zeker van hun schatting, hoewel veel onbekend is over de anatomie en de fysiologie van de dino's. Ze berekenden namelijk dat de meeste factoren (zoals de hoek van de spieraanhechting) weinig invloed hebben op de uitkomst, en dat zelfs de meest voordelige schattingen de Tyrannosaurus niet tot een snelheidsduivel maken. Hun model kan ook voorspellen of levende diersoorten kunnen rennen: het berekende correct dat een kip een goede sprinter is, maar een alligator niet. Lichaamsgewicht bleek een doorslaggevende factor voor de rencapaciteiten: een denkbeeldige kip van 6.000 kilo kwam in het model nauwelijks nog vooruit.