TIEN MISVERSTANDEN OVER DE VOC

De welvaart van de Nederlandse Gouden Eeuw is te danken aan de VOC.

De basis van die welvaart was al gelegd voor de oprichting van de VOC, en die maakte juist de VOC mogelijk. De waarde van de in Nederland geïmporteerde VOC-goederen maakte ongeveer tien procent uit van de totale invoer. Vaak minder, soms meer. Daarnaast leverde de Compagnie direct en indirect aan duizenden mensen werk.

De Amsterdams grachtengordel is gebouwd met VOC-geld.

De meeste Amsterdammers waren rijk geworden met de Europese handel, vooral in bulkgoederen als graan en hout. Rijke kooplieden investeerden in diverse handelsondernemingen en in de agrarische sector. Slechts een beperkt aantal kooplieden bezat VOC-aandelen.

Het VOC-personeel bestond grotendeels uit mannen van het allerlaagste allooi.

De VOC was een soort vergaarbak van de meest uiteenlopende figuren, ruwweg voor de helft afkomstig uit het buitenland. Onder hen bevonden zich inderdaad paupers en zwarte schapen, maar evengoed personen met een gedegen opleiding.

Slechts één op de drie mannen die naar Batavia voeren kwam levend weer terug.

Dit klopt, maar is minder tragisch dan het lijkt. Vele mannen bleven voorgoed in Azië, leidden een behoorlijk leven en stierven daar.

De VOC is de eerste multinational ter wereld.

Handelsfirma's met vestigingen in verscheidene landen bestonden al voor de oprichting van de VOC. Een verschil met huidige multinationals is dat de VOC niet flexibel was in inkoop- en verkoopppunten. In Azië waren ze afhankelijk van de productiecentra van peper, specerijen, textiel en andere producten. In Nederland verkochten ze hun producten op veilingen in de zes kamers.

De VOC is de eerste NV ter wereld.

Min of meer. De VOC werd gefinancieerd door particulier kapitaal in de vorm van aandelen. Alleen grootaandeelhouders konden in de directie komen en alleen zij hadden invloed op het beleid.

VOC-schepen waren varende doodskisten.

De Nederlandse Oost-Indiëvaarders behoorden tot de grootste en veiligste schepen ter wereld. Op de 4700 uitreizen hebben 105 schepen schipbreuk geleden. Op de terugreis gingen er 141 schepen verloren door storm of stranding. Dit zijn kleine percentages: 2 tot 4,5 procent. Wel eisten ziekte en dood aan boord een hoge tol.

De VOC-schepen waren vooral bemand door arme weesjongens.

Op elke vloot naar Batavia voeren wel weesjongens. De Nederlandse weeshuizen waren goede sociale inrichtingen, waar de wezen onderwijs kregen en een ambacht leerden. De weesjongens in VOC-dienst werkten vrijwillig en waren doorgaans ouder dan zestien jaar.

De VOC werd rijk door de slavenhandel.

De West-Indische Compagnie (WIC) was betrokken bij de Atlantische slavenhandel. De VOC ging in Azië op beperkte schaal deelnemen aan het al lang bestaande systeem van slavenhandel.

VOC betekent Vergaan onder Corruptie.

Belangenverstrengeling, vriendjespolitiek en (verboden) particuliere handel kwam voor, van hoog tot laag. Dat is echter een verschijnsel dat ook al in de zeventiende eeuw voorkwam. De ondergang van de Compagnie heeft allerlei oorzaken. Te noemen valt de opkomende militaire en commerciële macht van Engeland en Frankrijk in Azië, oplopende beheerskosten, toenemende ziekte en sterfte onder het personeel, te hoge dividenuitkeringen en grote schulden die in de Vierde Engelse Oorlog ontstonden.