Storm

Afgelopen week heeft de maan op zijn helderst geschenen. Oorzaak: een bijzondere stand ten opzichte van de zon. Een van de weermensen vertelde er een paar wetenswaardigheden bij, over het bijgeloof van vroeger, dat er in die nacht vooral meisjes werden verwekt en dat je op je hoede moest zijn voor de weerwolf. Op de achtergrond klonk wolvengehuil. Wij weten beter; de wetenschap heeft het bijgeloof overwonnen.

Toevallig heeft het ook een paar dagen gestormd. Alle weermensen raakten in opwinding. Rukwinden tot 130 kilometer per uur werden voorzien. Op straat en in de tram hing een andere sfeer, een begin van opgewonden verwachting. We weten dat de storm veel schade zal aanrichten, nog meer ellende zal veroorzaken – de vis wordt duur betaald – maar toch: de mensen hebben het gevoel dat ze even uit hun oude vel kunnen treden.

Daarvoor is wél een wetenschappelijke verklaring, die overigens niet algemeen aanvaard is. De storm wordt veroorzaakt door een gebied van lage luchtdruk. Binnen ons lichaam heerst ook een bepaalde druk. De druk van buiten en de druk van binnen worden door de huid gescheiden. Vergelijk het met een metaalbarometer, de bijna luchtledige metalen doos waaraan een wijzer is verbonden waarop de weersgesteldheden staan aangegeven. Iedere verandering van de buitendruk veroorzaakt minime bewegingen van het doosdeksel die aan de wijzer worden doorgegeven. U kijkt op de barometer, tikt er even tegen, de wijzer trilt nog een ietsje verder naar STORM, en dat verrast u niet. Het mysterie van uw eigen binnenste had u al hetzelfde verteld. Door de vermindering van de luchtdruk buiten uw omhulsel heeft uw geest een andere staat bereikt. Hoe? Dat weten we niet. Maar wel dat het zo ver is.

Het was in het begin van de Hongerwinter, ergens in oktober. De scholen waren al dicht. Mijn vriendjes en ik, nog te jong om te worden opgepakt, zwierven door de stad en deden niet veel goeds. Op een middag stak de wind op en werd tot een zware storm. We liepen langs een buitenweg waar toen nog een rij stevige bomen stond; later voor brandhout omgehakt en waar de aarde om hun wortelkroon bewoog. We bleven staan, bij een boom waar al wat meer beweging in zat. Bij iedere volgende rukwind rees de aarde waaraan die boom zich vastklampte wat hoger. We moedigden de storm aan. En daar gebeurde het. Deze boom gaf het op. Echt kraken kon je het in het begin niet noemen. Het was een gedempt, ondergronds, veelvoudig knappen. Hartverscheurend. Eerst langzaam, statig en toen steeds sneller ging de reus tegen de vlakte, veerde aan het einde van zijn val nog één keer krakend op en daarmee was het gebeurd. We juichten. En ik moet erbij zeggen: nu zou ik dat niet meer doen, want al houd ik van de storm, ik vind langzamerhand ook dat er grenzen moeten zijn.

De storm is de natuur in de grootste mateloosheid. Dat deelt zich aan de mensen mee. Ze gaan naar het strand of naar de haven om de golven erop los te zien beuken, zout op hun lippen te voelen. Hun honden gaan rennen en blaffen, elkaar woest achterna zitten. Bij zeer lage luchtdruk, is mijn stelling, zijn mens en hond elkaar het dichtst genaderd. Aan de andere kant kan de storm ook inspireren tot surrealistische inzichten. Er zijn zeeschilders die zich hebben toegelegd op de nauwkeurigste weergave van een schip dat in de binnencirkel van een gigantische golf zijn laatste ogenblikken beleeft. In Jules Verne's Keraban de stijfhoofdige staat een illustratie, een staalgravure waarop dat drama van de finale wordt weergegeven, bij nacht, in het schijnsel van een vuurtoren. Het is alsof je een plaatje uit je eigen nachtmerrie ziet.

Storm moet in zijn effecten van zijn actie direct gezien en gevoeld worden. Dat wordt door de mensen van de televisiejournaals niet goed begrepen. De weervrouw/man zegt dat het gaat stormen, of dat het gestormd heeft en dan komt het journaal met een paar omgewaaide auto's en bomen en een paar afgerukte dakpannen en een paar mensen op een boulevard, en dat is dat.

Nee. Het gaat om de schuimende branding, de rollers en de grondzeeën, het beuken van de zeeweringen, de voortgejaagde wolken, de krijsende meeuwen, hun superieure wendingen boven de kolkende grauwheid van de Noordzee. Er is een schilderij gemaakt door de Dordtse kunstenaar Theo Voorzaat. Een ouderwets sleepbootje, hoge smalle schoorsteen, stevige boeg, vaart bij windkracht tien de haven uit, ontmoet de eerste golven. Dat onverschrokken scheepje heet de No Return IV. In dit schilderij is de storm gezien.