Spelen met het hart van Dalí

Sentimenten voerden Ruud Krol eind vorig jaar terug naar zijn oude liefde Ajax. Als assistent van coach Ronald Koeman maakt de 52-jarige oud-international morgen voor het eerst sinds zijn afscheid in 1980 weer de klassieker Ajax-Feyenoord mee.

Een oud-voetballer met de statuur van Ruud Krol is meer dan de assistent van Ajax-trainer Ronald Koeman. Treffend was het beeld in Breda, waar invaller Nikos Machlas de vreugde over zijn beslissende doelpunt tegen NAC deelde met de hulptrainer en niet met de hoofdcoach. ,,Ach, daar moet je niks achter zoeken'', zegt Krol, relativerend. ,,Toen Machlas inviel, zei ik: `en nu scoren Nikos'. Dat beloofde hij en daarom wilde hij zijn doelpunt graag met mij vieren.'' En Koeman geeft zijn raadsman de ruimte, want bij Ajax hebben de gouden generaties van 1974 en 1988 elkaar gevonden. Sentimenten voerden de 52-jarige Krol eind vorig jaar terug naar de club, waar hij tussen 1968 en 1980 457 wedstrijden speelde. Morgen staat Krol voor het eerst sinds 22 jaar weer tegenover de grote rivaal Feyenoord.

Zijn eerste klassieker, op 2 november 1969 in de Kuip, staat hem nog helder voor de geest. Uitgerekend Theo van Duivenbode, de linksback die bij Ajax voor Krol moest wijken, haalde zijn gram door Feyenoord vlak voor tijd met een zondagsschot aan de overwinning te helpen. Maar de meest memorabele Ajax-Feyenoord speelde Krol, drie jaar later, wederom in Rotterdam. ,,We hadden moeizaam van Benfica gewonnen en iedereen voorspelde dat we uitgeschakeld zouden worden in de Europa Cup'', vertelt hij in de perskamer van de Arena. ,,In die week speelden we Feyenoord met 5-1 van de mat. Die zege gaf ons het mentale duwtje om bij Benfica overeind te blijven en dat seizoen opnieuw de Europa Cup 1 te winnen.''

Praten met Ruud Krol over Ajax-Feyenoord is dan ook bladeren door een jongensboek uit de jaren zeventig. ,,Het zijn voor mij altijd speciale wedstrijden geweest. Amsterdam tegen Rotterdam, die rivaliteit is moeilijk onder woorden te brengen. Door de rijke historie van beide clubs kan er in de Nederlandse competitie ook maar één klassieker zijn.'' Maar Ajax-Feyenoord is allang niet meer een confrontatie tussen de grootste steden van Nederland. Ajax-Feyenoord is voor de meeste spelers een botsing tussen een Amsterdams getint vreemdelingenlegioen en een Rotterdams gekleurde mix uit onder meer Ivoorkust, Polen en Denemarken.

Zeker bij Ajax zijn de Nederlandse voetballers morgen in de minderheid. ,,Daardoor heeft Ajax-Feyenoord een deel van zijn charme verloren, maar het prestige van deze wedstrijd zal altijd blijven bestaan'', meent Krol. Morgen beleeft hij de klassieker voor het eerst aan de zijlijn als trainer. ,,Het zal een bijzondere ervaring zijn, ik heb er een vreemd gevoel over. Nu moet ik de spanning in de kleedkamer een beetje intomen, terwijl ik die als speler juist nodig had om optimaal te presteren. Ook als trainer zal ik voor het duel met Feyenoord net zo slecht slapen als vroeger. Ik denk dat ik die wedstrijd de nacht ervoor al vijf keer heb gespeeld.''

Maar 22 jaar na zijn laatste ontmoeting met Feyenoord is er veel veranderd, ontdekte Krol bij zijn terugkeer naar zijn geboortestad. Zijn vader Kuki drinkt nog steeds een borreltje in zijn stamkroeg en de P.C. Hooftstraat heeft volgens zoon Ruud zijn allure behouden. ,,Maar net als Rotterdam heeft Amsterdam de afgelopen twintig jaar een metamorfose ondergaan. Ik schrok van het parkeerbeleid. Ik rijd niet meer voor mijn lol door Amsterdam, maar het is nog steeds mijn stad.''

Herkende Krol zijn oude club nog wel? Schrok hij niet van het niveau van de spelersgroep bij Ajax? ,,Koeman en ik zijn niet in de positie om een oordeel te geven over het aankoopbeleid van de afgelopen jaren'', verklaart Krol, diplomatiek. ,,Maar we werden er uiteraard wel mee geconfronteerd. Momenteel inventariseren we de selectie om te bekijken wat we voor volgend seizoen moeten veranderen.'' Tijdens een stage in de Arena in 2000 viel Krol reeds op dat de jeugdopleiding te nadrukkelijk in dienst werd gesteld van het roemruchte Ajax-systeem. ,,Ik vind de ontwikkeling van het individu op jonge leeftijd veel belangrijker dan spelers klaar te stomen voor een systeem. Juist in een welvarende maatschappij dienen talenten zich te realiseren dat ze alles opzij moeten zetten om te slagen.''

Die drive herkende Krol als assistent van Frank Rijkaard en Louis van Gaal bij het Nederlands elftal vooral in Pierre van Hooijdonk. ,,Ook bij Oranje bleef Pierre na elke training op het veld achter om zijn vrije trap te oefenen. Het resultaat hebben we tegen Glasgow Rangers weer kunnen zien. Ik zie die toewijding veel te weinig bij jonge spelers. Van Hooijdonk moet voor hen toch een prachtig voorbeeld zijn?'' Zo kunnen de jonge Ajacieden zich spiegelen aan een illustere verdediger met een even verfijnde traptechniek. Want wie weet nog dat Krol door Rinus Michels werd opgesteld als linksback, terwijl hij juist over een zwak linkerbeen beschikte?

Krol: ,,Ik voelde me onbeholpen aan de linkerkant, ik kon de bal hooguit met de binnenkant van mijn voet passen. Jarenlang heb ik geïnvesteerd in het trappen met links, vreselijk saaie oefeningen waren het. Ik zie nog Bobby Haarms twee kleine goaltjes en een mand met ballen neerzetten. Tien keer schieten met links, ballen ophalen en opnieuw proberen. Tijdens de training moesten linksbenige spelers de bal telkens met rechts voorzetten en de rechtsbenige spelers met hun linkerbeen. Dat waren mooie gevechten tussen Gerrie Mühren en Piet Keizer op rechts en Johan Cruijff en ik op links. Kijken welk tweetal het meeste scoorde.

,,Die trainingen gaven me zoveel energie, omdat ze me naar dat éne, bijzondere moment hebben geleid. Daar leefde ik voor, om één keer met dat linkerpoot iets speciaals te verrichten. In de halve finale van het WK in 1974 tegen Brazilië gaf ik uitgerekend met links de voorzet, waaruit Cruijff de 1-0 maakte. Ik voel de vreugde nu nog, omdat het een overwinning op mezelf was. Het is mijn missie bij Ajax om jonge talenten voor te houden dat ze keihard moeten werken aan hun tekortkomingen, zodat ze eens de voldoening zullen halen uit hun progressie. Een goede sportman onderkent zijn zwaktes en tracht ze niet te verdoezelen.''

Maar bij Oranje merkte Krol toch dat de huidige internationals een andere beleving hebben dan hun illustere voorgangers? ,,Natuurlijk is de sfeer veranderd'', erkent Krol. ,,Wij zaten vroeger te kaarten. Tegenwoordig verdwijnen de spelers achter hun laptop of wisselen ze de nieuwste DVD's uit. Daardoor heb je als trainer minder contact met de spelers, dat vind ik jammer. Die verzakelijking weerspiegelt de huidige maatschappij, het is minder intiem geworden. Maar het doet me pijn dat het beeld is geschetst van internationals, die dubieuze feestjes organiseren. Ik ben er toch zelf bij geweest in Kopenhagen?'' Met een ondeugende glimlach: ,,Als in ons hotel mooie vrouwen waren binnen gekomen, was mij dat zeker opgevallen.''

Wellicht had Krol de internationals vaker moeten meenemen naar een museum, want dat is de plek waar hij graag tot rust komt. ,,Ik was laatst met de selectie van Ajax te gast in het Van Gogh-museum. Hoewel het impressionisme mij niet zo aanspreekt, vond ik het contrast tussen de Van Gogh in Nederland en de Van Gogh in Frankrijk heel treffend. In Nederland waren zijn kleuren somber van toon, in Zuid-Frankrijk gebruikte hij heldere en pakkende tinten. Ik herkende die kleuren uit de tijd dat ik bij Cannes voetbalde. In zijn Franse periode heeft Van Gogh zijn hart en ziel in die kleuren gelegd. Het grappige was dat de spelers van Ajax dat op hun manier ook deden, toen ze zelf gingen schilderen.'' En lachend: ,,Het huidige Ajax is dan ook een bont gekleurd gezelschap.''

Voor Krol is de kunst een bron van inspiratie, die hij zelfs vertaalt naar het voetbal. ,,Toen ik nog bij Ajax speelde, slenterde ik zaterdag voor de wedstrijd langs diverse galeries in de stad. In Frankrijk ben ik verslingerd geraakt aan het surrealisme. Het fascineert me dat iedereen die kunstvorm verschillend kan interpreteren. De schilderijen van Salvador Dalí prikkelen mijn fantasie. De kracht, de scherpte en het mysterie die van die doeken uitgaat, ze trekken me naar binnen. Je kunt je eigen verhaal erbij vertellen.''

En dat deed Krol ook, in de kleedkamer van de Zwitserse voetbalclub Servette Genève. ,,Ik kreeg de opdracht die ploeg terug te brengen naar de hoogste klasse. Toen heb ik Dalí als voorbeeld gesteld. Ik vertelde de spelers over een doek van hem, waarop hij in felle tinten een hart heeft geschilderd. Jullie moeten voetballen met dat grote hart van Dalí, hield ik de spelers voor. En dat is ook gelukt, want we zijn dat seizoen gepromoveerd. Bij mijn afscheid kreeg ik een litho van de spelers. Op de achterkant hadden ze een prachtig verhaal geschreven over dat onderwerp. Maar ook muziek geeft me soms de juiste ingeving als ik iets wil overbrengen.''

Zeker als de taal hem in de steek laat, zoals in Egypte. Krol: ,,De Egyptenaar is balverliefd. Maar hoe kon ik ze uitleggen dat ze simpel moesten spelen? Ik kon het niet in de juiste woorden vatten. In de kleedkamer heb ik de cassetterecorder aangezet en de spelers gevraagd welk lied Tina Turner zong. Simply the best. `Kijk jongens, zo moeten jullie nou voetballen' zei ik en ze hebben de boodschap begrepen. Vreemde culturen dwingen je creatief te zijn, maar die uitdaging zoek ik ook steeds.''

Daarom is Krol is ook niet eeuwig aan Amsterdam gebonden. ,,Mijn reis door de wereld is nog niet voltooid'', zegt hij. Ooit wil Krol nog eens werken in Japan om het geheim achter de zelfdiscipline te ontdekken of in Argentinië, waar hij de duur betaalde vrijheid wil ervaren. ,,Tijdens het WK voetbal in 1978 ondervond ik aan den lijve hoe de militaire dictatuur het toernooi politiek misbruikte. In een krant werd een gefingeerde open brief aan mijn dochter gepubliceerd, waarin ik beweerde dat alles pais en vree was in Argentinië. We hebben de finale verloren, maar ik zou hebben geweigerd de wereldbeker uit handen van dictator Videla te ontvangen. Dat verleden heeft ook de Argentijnse voetballers gevormd. Ze hebben een geweldige mentaliteit, omdat ze hebben geleerd te overleven. Ik zou de passie van die mensen graag willen voelen.''

Zolang de schoonheid van de sport maar overwint. Als bondscoach in Egypte moest Krol onderhandelen met diverse ministeries en de militaire top om zijn spelers vrij te krijgen voor interlands. ,,Ik zou met het olympisch elftal naar Japan zou vertrekken, toen ik op het vliegveld ontdekte dat ik twee spelers miste. Zij bleken na de laatste training naar de kazerne te zijn gestuurd, omdat ze nog in militaire dienst zaten. Het heeft me een halve dag gekost om die jongens toch mee te krijgen. Die confrontatie met andere culturen boeit me enorm. Een bokser die voor acht tellen neergaat, hoeft het gevecht nog niet te verliezen. Dat is altijd mijn motto geweest, waar ik ook heb gewerkt.''

    • Robèrt Misset