Papa, mama, de auto en het kind

Eén op de zes kinderen onder de vier jaar gaat naar een kinderdagverblijf. Eén op de vijfentwintig kinderen tussen de vier en de twaalf jaar gaat naar de naschoolse opvang. Zijn ze slechter of beter af dan kinderen thuis? Pedagoog Louis Tavecchio wil dat gaan onderzoeken als bijzonder hoogleraar kinderopvang aan de Universiteit van Amsterdam. `Het kind wordt niks gevraagd.' De leidsters van naschoolse opvang Anansi in Utrecht halen iedere middag achttien kinderen van school. `Hé, zal ik jou wegtoveren?'

Vader van Wessel

Titus Bootsma (41), vader van Wessel (6) en Mathijs (2). Hij is interim-manager in de bouw. Zijn vrouw werkt op het ministerie van Landbouw. Wessel gaat twee middagen per week naar Anansi. ,,De crèche waar Wessel op heeft gezeten was hartstikke goed. Ze hadden daar ook naschoolse opvang, maar niet voor de school waar we Wessel op wilden hebben. We hebben er goed over nagedacht, maar we vonden de school belangrijker. En ik moet zeggen, Anansi is me erg meegevallen. Ze hebben een gymlokaaltje en het is er niet volgepropt met kinderen. In de vakanties gaan ze ook naar culturele dingen en naar de speeltuin. Wessel vindt het er leuk, al zei hij vorige week op een ochtend opeens dat hij geen zin had. 's Middags heb ik hem er niet meer over gehoord. Als hij zich er echt niet zou vermaken, zou ik hem eerst eens een weekje thuis houden. Kijken of ik hem erdoorheen moest drukken. En als Wessel zich ongelukkig bleef voelen, zou ik korter gaan werken. Het liefst zou ik zien dat de naschoolse opvang gewoon op school was. Om drie uur een switch, de kinderen gaan sporten, of ze gaan naar een club. Ik denk dat het prettiger is voor de kinderen. Maar ik zou Wessel daar dan toch niet vaker dan twee keer per week achterlaten. Ik vind twee dagen opvang echt de grens. Mijn eigen ouders hebben altijd hard moeten werken, ze hadden een boerenbedrijf in de Noordoostpolder. Voor de kinderen hadden ze alleen af en toe in het weekend tijd.''

Moeder van Juno

Anja (...) is de moeder van Juno (4). Ze is coördinator bij de School voor Journalistiek in Utrecht, 28 uur per week. Haar man werkt vijf dagen per week als pr-man. Juno gaat twee middagen naar Anansi. ,,Juno heeft in het begin erg moeten wennen. Dan zei hij 's ochtends: ik wil niet. Het bleek dat hij het vervelend vond dat de andere jongens zo vochten. De leidsters zeiden dat ik hem toch gewoon moest brengen, ze vonden het goed van mij dat ik hem niet thuis hield. Ik heb het met een gerust hart gedaan. Juno zit al vanaf dat hij drie maanden is op de kinderopvang. Hij is ook nog een tijdje één dag per week bij een gastouder geweest. Het voordeel was dat hij daar ook heen kon als hij niet lekker was. De naschoolse opvang is voor ons de ideale oplossing. Juno heeft zijn plek gevonden. En wij hebben twee dagen per week dat we tot half zes niet naar hem om hoeven te kijken.''

Spelen

Eva doet glitter in het haar van Berbe. Fatosj vraagt: ,,Wil je dat ook bij mij doen?'' ,,Ik wil ook geschminkt'', zegt Myrthe. ,,Ik wil eerst.'' ,,Zal ik jou schminken?'', zegt Fatosj. ,,Nee'', zegt Myrthe. ,,Eva moet het doen.'' ,,Fatosj, mag Myrthe jou schminken?'', vraagt Eva. ,,Goed'', zegt Fatosj. ,,Ik wil een poesje zijn.'' ,,Kom Berbe'', zegt Eva. ,,We gaan het schminkboek pakken bij de peuters. Zullen we doen wie er het eerste is?'' Berbe schudt nee, ze blijft staan. Eva tilt haar op. ,,Kom maar'', zegt ze. ,,Ben je dan nog zo'n klein meisje?'' Victor trekt papieren zakdoekjes uit een doosje en laat ze vallen op de vloer van het gymzaaltje. Jolanda komt binnen. ,,Hé, wat ben jij aan het doen? Kom eens hier.'' Victor loopt naar haar toe. ,,Wat wilde je met die zakdoekjes gaan doen?'' ,,Ik maak een spoor'', zegt Victor. ,,Oh'', zegt Jolanda. ,,En dan loop je straks langs het spoor weer terug?'' ,,Ja'', zegt Victor. Jolanda pakt een mandje. ,,En dan pak jij alle zakdoekjes weer op en stop je ze hierin terug.''

Aan tafel

Arthur en Victor zitten naast elkaar aan tafel, Arthur trekt aan de arm van Victor. ,,Au!'', roept Victor. Het is bijna vier uur, twee stagiaires staan in de keuken broodjes te smeren. Arthur pakt het zoutvaatje en begint te strooien in de bekers die klaar staan. ,,Laat dat'', zegt Eva. Ze pakt hem bij zijn arm. ,,Pas op hoor. Ik ga het tegen je moeder zeggen.'' ,,Nietes'', zegt Arthur. ,,Jawel'', zegt Eva. ,,En ik ga het ook tegen je vader zeggen. En je oma. En je neefjes en je nichtjes. Ik ken ze allemaal hoor.'' ,,Hoe heten ze dan?'', vraagt Arthur.

De stagiaires dragen het blad met broodjes binnen en de kannen met sap. ,,Aan tafel!'', roept Jolanda. ,,Berbe, kom je ook? Jij mag uitdelen.'' De kinderen gaan snel zitten, de kleintjes bij Eva, de grotere bij Jolanda. ,,Wie wil Berbe helpen?'', zegt Jolanda. Alle vingers gaan omhoog. Ik! Ik! Ik! ,,Nee ik!'', roept Jolanda. Berbe wijst Job aan. ,,Wat een geluk, Job'', zegt Jolanda. ,,Gisteren jarig, en nou dit.'' ,,Hij was niet gisteren jarig'', zegt Myrthe. ,,Hij was zondag jarig.'' ,,Wie lust er geen gebakken ei?'', vraagt Jolanda. ,,Wie wil er liever een rijstwafel met pindakaas?''

Arthur trekt weer aan de arm van Victor. Victor geeft Arthur een duw. ,,,Moet ik jullie uit elkaar zetten?'', vraagt Jolanda. ,,Waar moet ik dan heen?'', vraagt Arthur. ,,Of zal ik jullie wegtoveren'', zegt Jolanda. ,,Kun jij toveren dan?'', vraagt Victor.

,,Heeft iedereen een broodje?'', vraagt Jolanda. ,,Eet smakelijk dan!'' ,,Eet smakelijk'', roepen de kinderen. ,,Ik lust er nog wel één'', zegt Victor. ,,Ik heb honger.'' Juno slaat met zijn vlakke hand zijn broodje plat. Berbe, Myrthe en Camille doen het ook. ,,O ja'', zegt Jolanda. ,,Meteen nadoen hè.'' ,,Jolanda'', zegt Victor. ,,Mag ik alsjeblieft nog een broodje?''

Ophalen

,,Jolanda!'', roept Arthur. ,,Jij moet mijn veters strikken!'' ,,Als je het anders zegt, wil ik er wel over denken'', zegt Jolanda. Ze staat in de gang van de Daltonschool achter de St. Pieterskerk. Het is drie uur, de school is net uit. Acht kinderen springen om haar heen. ,,Mag ik straks op de computer?'', roept Victor. ,,Na de thee gaan we kijken wie er aan de beurt is'', zegt Jolanda. ,,Dus je hoeft het niet nog een keer te vragen.'' ,,Jolanda'', zegt Arthur. ,,Wil jij alsjeblieft mijn veters strikken?''

,,Juno'', zegt Jolanda. ,,Juno, kom eens hier.'' Juno staat te huilen, hij loopt terug naar zijn klas. Jolanda loopt achter hem aan. ,,Jij gaat toch vandaag met ons mee?'' Juno laat zijn hoofd hangen, hij schudt nee. ,,Myrthe'', zegt Jolanda. ,,Kijk jij eens voor mij of Juno op het lijstje staat?'' Jolanda pakt hem op en blaast hem op zijn wangen. ,,Ik wil ook niet mee, Jolanda'', zegt Myrthe. ,,O nee?'', zegt Jolanda. ,,Weet je wat? We gaan iets verzinnen wat jij leuk vindt. Wat vind je leuk?'' ,,Ehh...'', zegt Myrthe. ,,Mijn verjaardag vieren.'' ,,Goed idee'', zegt Jolanda. ,,Wij gaan vandaag doen alsof jij jarig bent.'' Ze geeft Juno aan Diana, die helpt haar vanmiddag. Daarna strikt ze de veters van Arthur. ,,Wessel'', roept ze. ,,Wat hadden we ook alweer bedacht om je rits goed dicht te maken?'' ,,Ik hoef geen cadeautjes'', zegt Myrthe. ,,Ik hoef alleen maar ballonnen.'' ,,Geen slingers?'', vraagt Jolanda.

,,Wat gaan we straks eten?'', vraagt Victor. ,,Ik wil ook op de computer'', zegt Wessel. ,,Lopen jullie maar naar buiten'', zegt Jolanda. ,,Juno, wil jij een hand van mij?'' Juno houdt zijn armen stijf langs zijn lijf. Jolanda pakt zijn hand. Ze lacht. ,,Ik wil wel een hand van jou.''

Wilt u reageren? Mail uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf naar NRC Handelsblad, Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam.