Opheffing van kunstpolitie is grote vergissing

De opheffing van het bureau Kunst en Antiek bij de politie is eenzelfde soort vergissing als de afschaffing van andere specialismen tien jaar geleden. Hiermee verdwijnt onmisbare expertise, vindt

In de blauwdruk voor een landelijke recherche die minister De Vries (Binnenlandse zaken) vorige week vol trots lanceerde, ontbreekt een klein maar belangrijk onderdeel, het speciale bureau Kunst en Antiek van het Korps landelijke politiediensten (KLPD). Dat bureau wordt opgeheven. Vragen van de Kamerleden Dittrich en Scheltema-de Nie (D66) werden na herhaald uitstel afgepoeierd door staatssecretaris Van der Ploeg (OCW). Het bureau moet verdwijnen in verband met een ,,projectmatige aanpak van de prioriteiten'' bij het Korps landelijke politiediensten.

Dat de bewindspersoon voor cultuur opdraait voor deze vervelende boodschap, tekent al meteen de scheve situatie. Het is de minister van Binnenlandse Zaken De Vries die verantwoordelijk is voor het beheer over de politie. Het belang van de cultuursector is wel duidelijk. Kunst en Antiek heeft zich ontwikkeld tot een waardevolle vraagbaak. Dankzij een in de loop der jaren opgebouwd speciaal registratiesysteem KANS kunnen kunst- en antiekhandelaren, veilinghuizen, maar ook Interpol of de Inspectie Cultuurbezit vaak snel controleren of ze te maken hebben met dubieuze waar.

Er is in dit land de neiging kleinerend te doen over kunstdiefstal. Wij hebben hier geen grote alleenstaande villa's en kastelen gevuld met waardevolle collecties, of grote kerkgebouwen in kleine verlaten dorpjes vol onbewaakte kerkschatten. Het gaat in ons land meestal om relatief kleine privécollecties die bovendien vaak ook nog low profile worden gepresenteerd.

Als er hier al kostbare kunst wordt gestolen, dan is dat vaak als bijproduct van een ordinaire inbraak waarbij het begonnen is om geld, sieraden of dure elektronica. Dit betekent intussen wel dat meer dan de helft van de kunstdiefstallen wordt gepleegd in een woning, hetgeen voor de eigenaar een dubbel schokkende ervaring is.

En dat is niet het hele verhaal, waarschuwt de voormalige security manager van het Rijksmuseum T. Cremers. Hij is lid van de Commissie veiligheidszorg van de Museumvereniging en oprichter van de internetsite Museum Security Netwerk. Alleen al de omstandigheid dat Nederland een van de belangrijkste kunstbeurzen ter wereld kent de TEFAF rechtvaardigt volgens hem een aparte kunstpolitie. Nederland geldt trouwens ook als doorvoerland voor gesmokkelde etnografica. De ethische commissie van de Museumvereniging vraagt daar in een recent advies nog eens speciaal aandacht voor.

Er bestaat volgens Cremers bovendien een directe relatie met de illegale drugshandel die gestolen kunst gebruikt om criminele winsten wit te wassen. Dan hebben we het niet over een gestolen Rembrandt, maar over kerkschatten uit Oost-Europa of illegale opgravingen in ontwikkelingslanden.

Nu is het doel van de reorganisatie van het KLPD ,,de samenhang en de synergie van zowel de taken als de diensten onderling te verbeteren''. Is het dan niet juist verstandig het bureau Kunst en Antiek onder te brengen in de bredere dienst Nationale Recherche Informatie (NRI)? Nee, zegt Cremers, want gespecialiseerde kennis is onmisbaar om gestolen kunst te herkennen. Het geeft te denken over de kwaliteit van de beoogde synergie dat het de bedoeling is Kunst en Antiek onder te brengen bij ,,het aandachtsgebied woninginbraken/heling'' van de NRI. Het speciale registratiesysteem wordt vervangen door een nationaal politieregister dat rechtstreeks door de korpsen kan worden bevraagd. Maar hoe wordt dat register gevoed?

Alleen al het maken van een behoorlijke beschrijving van een ontvreemd kunstwerk de sleutel tot elke opsporing vergt meer dan ,,de verwijsrol die een NRI-medewerker in voorkomende gevallen als aanspreekpunt'' wordt toebedacht. Of deze kennis en de benodigde aandacht bij de korpsen zelf voorhanden is, valt helemaal te betwijfelen. ,,Vroeger hadden we de afdelingen helingbestrijding'', vertelde het scheidende hoofd van de afdeling Kunst en Antiek Aad Du Croix Timmermans eerder dit jaar in het Recherchekatern van het KLPD: ,,Die zaten er veel dichter op, daar kwamen allerlei interessante aangiften uit''. Maar nu ,,krijgen wij helaas weinig zaken aangeleverd''.

Uit zijn relaas blijkt dat juist op het gebied van verdachte kunstobjecten actief, geduldig en vakkundig inlichtingenwerk van belang is. Dat is wat anders dan de ,,flexibiliteit'' die bij de KLPD-nieuwe stijl het parool is.

Het lijkt alsof minister De Vries niets van het verleden heeft geleerd. Bij de grote reorganisatie van de politie in het begin van de jaren negentig moest ook al schoon schip worden gemaakt met allerlei specialismen, ten behoeve van een flexibele, integrale politiezorg. Een van de slachtoffers was de jeugd- en zedenpolitie. Ook hier plechtige verzekeringen dat de expertise niet zou verdwijnen. Tot men ontdekte dat specifieke ervaringskennis toch minder makkelijk kon worden gemist dan werd voorgesteld door de apostelen van ,,de meetbaarheid, kwantificeerbaarheid en rendement'' die nu de afdeling Kunst en Antiek om zeep willen helpen.

F. Kuitenbrouwer is redacteur van NRC Handelsblad.