Ontvlechting

Een aanwinst voor de boekenkast. Dat was de kloeke rapportage van de commissie-Elzinga over dualisering van het gemeentebestuur zeker. Nu komt het er echt op aan. De Eerste Kamer heeft deze week de dualiseringswet met de nodige twijfels aangenomen. Volgende week gaat de kiezer naar de stembus om voor het eerst een gemeenteraad-nieuwe-stijl te kiezen. Deze wordt gekenmerkt door afstand tot de bestuurders, net zoals de rolverdeling tussen regering en parlement op nationaal niveau.

Dat is een hele breuk met het verleden van ,,monisme'', waar de bestuurders (wethouders) juist deel uitmaken van het vertegenwoordigend orgaan. De dualiseringswet is betiteld als de meest ingrijpende hervorming van de lokale democratie sinds de invoering van het algemeen kiesrecht. De Eerste Kamer heeft het zelfs even moeilijk gehad met de vraag of deze wet zich nog wel verdraagt met het grondwettelijk gebod dat de raad ,,het hoofd van de gemeente'' is. Daaraan valt immers zonder formele grondwetswijziging niet te tornen. Het antwoord van de regering liet zich raden: de nieuwe wet stelt de raad juist in staat zijn centrale positie te hernemen en beter tegenwicht te bieden aan de dominante positie van het college van Burgemeesters en Wethouders.

,,Ontvlechting'' is het toverwoord: de raadsleden worden bevrijd van hun onmogelijke taak als formele stadsbestuurders die ze met een grote achterstand aan informatie en macht ten opzichte van de wethouders moesten uitvoeren. Volgens sommige onderzoekers is zeventig procent van de raadsbesluiten afkomstig uit de koker van B en W, sommigen zeggen zelfs negentig procent. In het nieuwe systeem hoeft men niet meer voor elk detail naar de raad. Deze kan zich dan volop concentreren op zijn kerntaken: de normerende, budgetterende en controlerende functies. Zo kan de raad zich beter profileren als volksvertegenwoordiging.

De gemeenteraad krijgt een eigen griffier en gaat sterker dan voorheen zijn eigen agenda bepalen. De gemeente wordt uitgerust met een eigen rekenkamer voor de financiële controle. Door de inrichting van inspraakavonden weg te halen bij de ambtenaren kan de raad zich ook naar de burger toe sterker profileren. Of zullen een ambtelijk apparaat en bestuurscollege die van de raad worden afgesneden juist nog dichter op elkaar kruipen, terwijl de besluitvorming wordt verplaatst van de openbare raadszaal naar de beslotenheid van de collegekamer?

De auteur van het grote dualiseringsscenario, professor Elzinga, is er zelf ook niet helemaal gerust op. In zijn column in het blad Binnenlands Bestuur van 8 februari erkent hij dat ontvlechting het risico heeft dat de colleges van B en W ,,met de dualisering op de loop gaan en nog meer dan thans hun dominante bestuurspositie versterken''. Beslissend is volgens Elzinga of de vernieuwde gemeenteraden ,,hun nogal passieve houding'' laten varen met name de collegefracties. Die houding is inderdaad een probleem, maar vormt een wet de remedie?

De aangesproken volksvertegenwoordigers moeten het in elk geval eerst nog maar eens zien, concludeert Binnenlands Bestuur uit een rondgang langs de gemeenten. Alle spelers in het gemeentelijke krachtenveld vinden dat de raadsleden het meeste te winnen hebben bij dualisering behalve de raadsleden zelf. Dat zijn wel de zittende raadsleden. Misschien ziet het er na de verkiezingen van woensdag heel anders uit.